Orfeo ed Euridice in pure barokstijl

Concert: Radio Kamerorkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Ton Koopman. C. W. von Gluck: Orfeo ed Euridice. Gehoord: 25/10 Vredenburg Utrecht. Radio: 28/10 14u Tros Radio 4.

Ton Koopman als operadirigent is een zeldzaam verschijnsel, daarom waren de door hem geleide uitvoeringen zaterdag en zondag van Glucks Orfeo ed Euridice - een van de pronkjuwelen van het operarepertoire - van bijzonder belang. Het antieke verhaal - de zanger Orfeus mag met behulp van zijn muzikale kunsten zijn overleden geliefde Euridice bevrijden uit het dodenrijk, op voorwaarde dat hij haar daar niet aanziet - is exemplarisch voor het genre opera. Glucks wondermuziek bestaat uit een stroom van geliefde melodieën, zoals de aria Che farò senza Euridice? en de Dans van de zalige geesten. De uitvoeringen (morgenmiddag op de radio) maken deel uit van een operaserie die de Tros in Utrecht organiseert - in februari volgt Puccinini's Suor Angelica, in april zingt de Bulgaarse mezzosopraan Vesselina Kasarova.

Van Glucks Orfeo ed Euridice bestaan verschillende versies, onder andere een Italiaanse, een Franse, een mix van die twee en een instrumentatie van Berlioz, waarin het werk tot ver in onze eeuw de grootste bekendheid verwierf. Koopman dirigeerde de oorspronkelijke Weense versie (1762), ondanks de vele balletmuzieken een wonder van beknoptheid en daarmee het begin van Glucks operahervorming (weg met de frivole bijzaken), die officieel pas begon met zijn Alceste (1767).

Koopman liet de titelrol (gecreëerd door de alt-castraat Guadagni), nu zingen door de countertenor Derek Lee Ragin, die daarvan met zijn ongeforceerde stemgeluid een prachtige vertolking gaf in vocaal en stilistisch opzicht. Ragins voordracht was licht maar intens en klonk kunstig, zoals het de halfgoddelijke zanger betaamt, en ook geserreerd, zoals het in de authentieke barokmuziek past: geen over-expressieve romantische of dramatisch-veristische vertolking.

Dat zelfde gold voor Lisa Larsson - een ravissante Euridice die Orfeus' rouw geheel aannemelijk maakt - en Elisabeth von Magnus (Amor). Koopman realiseerde met het Radio Kamerorkest een zwierig-gedetailleerde begeleiding die voldoende beeldende kracht had en ruimschoots voldeed aan de dramatische vereisten van de barokke retorica.

Derek Lee Ragin overtuigde ook in zijn 'acteren', waardoor de uitvoering een bescheiden semi-scènisch karakter kreeg. Hij kwam tijdens het openingskoor, dat rouwend jammert over de overleden Euridice, op uit het trapgat in het podium: de profundis (uit de diepten) klaaglijk roepend om zijn dode geliefde. Nadat in het dodenrijk Euridice is gaan twijfelen aan zijn liefde, zat hij dwars op een stoel terzijde, mokkend en verslagen.