Op weg naar het walhalla van het rugby

Met twee 'buitenlanders' in de gelederen behaalde de Nederlandse rugbyploeg gisteren de eerste zege in de lange aanloop naar het WK. Bondscoach Old haalde na afloop opgelucht adem. “Ik voel de messen in mijn rug.”

AMSTERDAM, 27 OKT. De kaartenbak van Geoff Old raakte de afgelopen weken voller en voller. Op zoek naar rugbyers van internationale allure verlegde de bondscoach zijn werkterrein naar het buitenland. In Australië, Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika - overal werd gezocht naar spelers met Nederlandse voorouders en het resultaat van de speurtocht overtrof de verwachtingen. “Mijn lijstje groeit nog elke dag”, constateerde de Nieuw-Zeelander gisteren met een tevreden grijns.

Aansluiting vinden met de internationale middenmoot was de opdracht die Old (41) vorig jaar meekreeg bij zijn aanstelling. Dat klonk als een onmogelijke opgave, zo ondervond de voormalig international van de fameuze All Blacks toen hij kennis maakte met het geploeter in de nationale competitie. Rugby in Nederland is een hobby, geen topsport zoals in zijn vaderland. Een vrijblijvend spelletje van stoere mannen en dorstige studenten, gestoei in de modder en na afloop een ferme slok aan de toog.

Een cultuuromslag was volgens Old hoognodig en om dat te bereiken voerde de oud-politieman een aantal drastische maatregelen door. De trainingsintensiteit werd opgevoerd, een bezoek aan het krachthonk verplicht gesteld en oudgedienden moesten plaatsmaken voor jeugdig talent. Tot besluit volgde vorige maand het beroep op spelers met Nederlandse voorouders. “Spelers die een wedstrijd kunnen lezen en hun kennis in het veld overdragen. Zo tillen zij het rugby in Nederland naar een hoger niveau”, aldus Old.

Twee 'buitenlanders' maakten gisteren in Amsterdam hun debuut voor het nationale vijftiental in het WK-kwalificatieduel tegen Polen: de Nieuw-Zeelander Cain Elisarra en de Engelsman Steve Rhodes. Beiden spelen professioneel rugby in hun land van herkomst. Van het tweetal maakte vooral Elisarra een onvermoeibare indruk. De flegmatieke Nieuw-Zeelander vormde de aanjager van het aanvalsgerichte open-and-running-rugby dat Old propageert en stond daarmee aan de basis van de afgetekende overwinning (49-7) op de Polen, van wie de laatste jaren vaker werd verloren dan gewonnen.

Deelname aan het WK in Wales is het hoofddoel van Old. Twintig landen maken over twee jaar hun opwachting bij de mondiale titelstrijd en voor 'ontwikkelingsland Nederland', momenteel de nummer 28 op de wereldranglijst, gloort volgens Old een plaats in dat rugby-walhalla. Roemenië is de uitgesproken favoriet in de kwalificatiegroep die verder bestaat uit België, Polen en de Oekraïne. Old zegt geen enkele tegenstander te vrezen. “Wie gelooft in de eigen kracht hoeft voor niemand bang te zijn. Nederland mag zich niet langer bij voorbaat neerleggen bij een nederlaag.”

Oekraïne is zaterdag de tweede opponent in de kwalificatiereeks. Old sluit niet uit dat hij zijn selectie na het duel met de Oost-Europeanen opnieuw uitbreidt met én of twee buitenlanders. “Meer niet, want dan zou ik mijn doel voorbij streven. Het totale niveau in Nederland moet omhoog en dat bereik ik niet door vijftien spelers uit het buitenland op te stellen.”

Het versterken van de selectie met buitenlandse spelers is eerder regel dan uitzondering binnen het rugby. De International Rugby Football Board hanteert een soepele regeling. Spelers met een ouder of een grootouder uit bijvoorbeeld Nederland zijn, mits zij een geboortebewijs kunnen overleggen, speelgerechtigd voor de nationale ploeg. Landen als Italië maken al geruime tijd gebruik van de regeling en wisten de laatste jaren, mede door een forse financiële injectie, aansluiting te vinden bij de wereldtop.

Nederland moet België, Polen, Oekraïne en Roemenië achter zich houden om rechtstreekse plaatsing af te dwingen. Bij een tweede plaats wacht een herkansing in een poule met grootmachten Engeland, Ierland of Schotland. Groepwinst is uitgesloten, maar ook de tweede plaats biedt uitkomst. Via de verliezersronde kan alsnog een WK-ticket worden bemachtigd.

Al met al staat Old voor een zware opgave en volgens critici zal spoedig blijken dat zijn missie tot mislukken is gedoemd. Old beweert dat sommigen hem liever vandaag dan morgen zien vertrekken. “Ik voel de messen in mijn rug. Misschien is het afgunst, misschien is het omdat ik professioneel denk. Naar de ware reden kan ik alleen maar raden. Maar één ding is zeker: niet iedereen loopt warm voor mijn ideeën.”