'Ik snor vooral voor mijn sociale contacten'

De Amsterdamse taxichauffeurs zijn woedend over het grote aantal snorders in de hoofdstad. De politie begon dit weekend de jacht op de illegale vervoerders.

AMSTERDAM, 27 OKT. Net voorbij de taxistandplaats op het Amsterdamse Rembrandtplein opent de bestuurder van een oude Ford Escort zijn portieren. “Snel instappen”, zegt hij. “Die taxichauffeurs moeten me niet zien.” Voor een tientje brengt hij de passagiers naar het Leidseplein.

De illegale taxichauffeur, een zogenoemde snorder, zegt vooral 'temeiers' uit de binnenstad en 'doorgewinterde Amsterdammers' als klant te hebben. “Ze hebben mijn mobiele nummer.”

Op zijn vijftiende had hij voor het eerst gesnord in Amsterdam. Om zijn heroïneverslaving te kunnen betalen. Inmiddels is de veertigjarige chauffeur ex-accountmanager van een opinieweekblad, ex-eigenaar van een seksclub, ex-gedetineerde en ex-verslaafde. Sinds vijf jaar snort hij weer. Voor het geld alleen hoeft hij het niet te doen. “Ik heb een goede uitkering. Ik doe het ook voor de sociale contacten.”

De Amsterdamse taxichauffeurs zijn woedend over het grote aantal illegale snorders. Volgens gegevens van de Amsterdamse taxicentrale rijden er in de binnenstad van Amsterdam 250 snorders rond. In de Bijlmer zouden er nog eens zo'n 400 rijden. Ter vergelijking: bij de Amsterdamse taxicentrale rijden duizend taxi's. Afgelopen weekeinde hield de politie een grootscheepse actie tegen de illegale taxichauffeurs. In totaal werden veertig processen-verbaal uitgeschreven voor technische gebreken of het ontbreken van papieren. Niet één snorder kon worden gepakt voor illegaal personenvervoer.

De bewijslast is moeilijk te leveren. De politie mag een snorder pas aanhouden als zij twintig keer heeft gezien dat er een geldoverdracht plaatsheeft voor een rit. Dat is een zuiver theoretisch verhaal, zegt chef bij de verkeerspolitie A. van Dorp. “In de praktijk is het bewijs vrijwel onmogelijk te leveren. De snorder spreekt gewoon met de passagier af dat die doorgaat voor een oude schoolvriend. En dat tientje, ach, dat had hij dan nog van hem tegoed.” Een agent in burger bij een snorder laten instappen is nogal risicovol, zegt hij. “Dan krijg je al snel pseudo-koopachtige toestanden. Je moet oppassen dat het geen uitlokking is.”

De Nieuwmarkt om twee uur 's nachts. De motor van zijn Mitsubishi Colt laat hij draaien. “De dynamo is ermee gekapt”, verklaart de bestuurder aan de motoragent. “De uitlaat ook”, vult de agent aan. Een busje van de technische en ongevallendienst is inmiddels op de Amsterdamse Nieuwmarkt gearriveerd. Twee mannen met zaklantaarns controleren de auto van binnen en van buiten. De auto moet van de weg.

De bestuurder blijkt bovendien niet in de computer te staan als rijbewijshebbende. Maar geen probleem, hij is vrachtwagenchauffeur. Alleen is hij nu toevallig zijn papieren vergeten. “Ze denken dat ik een snorder ben”, zegt hij. “Maar laat ze dat maar eens bewijzen.”

Pagina 6: 'Taxibranche gaat naar de knoppen'

Op hetzelfde moment wordt aan de andere kant van de Nieuwmarkt een Honda Civic door een motoragent aan de kant gezet. Op de tank van zijn motor heeft de agent een lijst met kentekens van snorders geplakt, aangeleverd door woedende Amsterdamse taxichauffeurs.

Een stapel oproepen voor 'een protestbijeenkomst tegen het snordersbeleid' ligt in cafe Daklicht aan de Nieuwmarkt, de stamkroeg van de Amsterdamse taxichauffeurs. 'Het is nu tijd om aan de Amsterdamse politiek te laten weten dat wij niet langer de kaas van ons brood laten stelen. Wij eisen direct maatregelen voor deze diefstal van circa 15 miljoen gulden op jaarbasis', aldus de oproep.

“De maat is vol”, zei de directeur van de taxicentrale, D. Grijpink, twee weken geleden. Zijn chauffeurs moeten zich elke twee jaar een medisch en psychologische test ondergaan, ze moeten correct gekleed gaan, een bewijs van goed gedrag hebben en hun auto mag niet ouder dan zes jaar zijn. “Intussen helpen die snorders in hun oude barrels de taxibranche naar de knoppen.”

Grijpink had acties aangekondigd. Als de politie niet snel iets zou ondernemen, zouden de Amsterdamse taxichauffeurs ook hun taxi-lichtbalk thuislaten en gaan snorren.

“Handen op elkaar voor de politie”, zegt Grijpink nu. “Maar we gaan sowieso actievoeren.” Met de liberalisering van de taxiwereld zoals minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) die voorstaat komt het er volgens hem in feite op neer dat de snorders 'gelegaliseerd worden'. Om de concurrentie in het taxibedrijf te vergroten, wil Jorritsma onder meer dat het standaardtarief op de taxi verdwijnt en dat het maximum aantal taxinummers per stad vervalt. Iedereen die een vergunning krijgt kan dan een taxi exploiteren. “We zijn het zat”, zei Grijpink vanochtend voor KRO's Ontbijt TV. “Als we mevrouw Jorritsma haar gang laten gaan, dan zijn we straks een Derde Wereldland. De wet moet worden veranderd.”

“Hondsbrutaal”, zegt een Amsterdamse taxichauffeur die zijn Volkswagen Passat over de Amsterdamse Wallen stuurt. Hij wil wel wel laten zien hoe de snorders zich gedragen. Ze laden hun passagiers vlak voor de taxistandplaats in, zegt hij. In de Bijlmer zou zelfs een alternatieve taxicentrale werken met een 27 mc bakkie. “Zo erg is het al. En wij maar netjes belasting betalen.”

Maar op de plaatsen waar de snorders zich normaal gesproken verzamelen, staan deze avond vooral politiewagens. Dat ze niet eerder in actie zijn gekomen, zegt de taxichauffeur terwijl hij zijn lange haar over zijn schouders gooit. “Maar ja, het ligt nogal gevoelig, hè”, zegt hij. “Het zijn vooral Turken, Marokkanen en negers die snorren. De politie is bang om te discrimineren.”

De taxichauffeur vindt het moeilijk te verteren. “Die jongens pakken zo'n honderdvijftig gulden op een avond bovenop hun uitkering. Het is pure steunfraude. Ze verdienen boven de loongrens, maar zitten wel in het ziekenfonds. En ze krijgen ook nog eens huursubsidie. Ze lachen je toch gewoon uit.” De taxichauffeurs zijn inmiddels oververhit, zegt hij. “Als ze maar inladen voor je porem, dan zijn er genoeg die door roeien en ruiten gaan. Da's natuurlijk normaal.”

De snorder van de Ford Escort is banger voor de Amsterdamse taxichauffeurs dan voor de politie. Ze mogen hem gerust in elkaar slaan, zegt hij, daar geef hij niks om, maar van zijn auto moeten ze afblijven. “Mijn autootje is mijn alles”, zegt hij. “Mijn brood, mijn vervoer, mijn huiskamer en mijn slaapkamer.” Hij woont bij zijn moeder, maar is gesteld op zijn privacy. “Echt, als ze aan me autootje komen, dan ga ik door het lint.”