Het GGB-virus waart rond

De brakke Hond, nr. 56. 120 blz. Prijs f13/200Bfr. Abonnement: ƒ 45,-/700 Bfr voor vier nummers

Een van de meest onbestemde tijdschriften in het Nederlands taalgebied is De brakke Hond. Dat begint al met de titel, die Nederlanders in de eerste plaats doet denken aan het theater in de Amsterdamse Nes dat De Brakke Grond heet. Dat beide hun wortels in Belgie hebben zal wel niet toevallig zijn. Door die kleine lettermutatie verschaft De brakke Hond zich echter wel een aura van meligheid, wat wordt versterkt door de ondertitel 'met neus' - ik heb nog steeds geen idee waarop die slaat. Het gevolg is wel dat je als lezer op z'n Propria Cures' gaat twijfelen aan het waarheidsgehalte van iedere redactionele mededeling, in het bijzonder aan de personalia op het eind: zou 'Wim van Elst (1938) een tijdlang actief in het theaterleven, nu (tijdelijk?) op prepensioen' echt bestaan, net als 'Willy Vynck (1944): plastisch kunstenaar en apotheker?' Dit gevoel wordt nog versterkt door het feit dat de bekendste auteur in het laatste nummer J.M.H. Berckmans is, schrijver van de bundels Café de Raaf nog steeds gesloten en Het zomert in Barakstad die in dit nummer weer enkele staaltjes van zijn proza ten beste mag geven: 'In den beginne was de oerknal Videozap.

Prot zei zn gat en zn gat sprak Deutschland.

Uit de oerknal van Videozap ontstonden de schetenfabrieken.'

En zo gaat het nog vijf pagina's door. Berckmans schijnt overigens een redelijke reputatie te hebben. Zijn boeken worden in Nederland uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar.

Hoewel De Brakke Hond er serieus uitziet - het onlangs verschenen 56ste nummer bevat advertenties van verschillende serieus te nemen media -, lijkt het nog het meest op Nederlandse 'jongere-literatuur'-bladen als Zoetermeer, Mondzeer en de Reuzekreeft en Mosselvocht, die vooral dienen als een kweekvijver voor het allerlprilste literaire talent. Het gevolg hiervan is wel dat ook De brakke Hond volstaat met onbekende auteurs die sterk leiden aan de meest voorkomende ziekte onder jonge Nederlandse schrijvers van dit moment: het GGB-virus, veroorzaakt door de Grunberg-Giphart-Brusselmans bacil: jonge schrijvers die, geobsedeerd door het succes van deze auteurs, hun werk gaan nadoen of zich er juist nadrukkelijk tegen afzetten. Dat begint in De brakke Hond al bij de opening, gewijd aan Arnon Grunberg. In eerste instantie lijkt het een bespreking van diens Figuranten, maar daarvan komt weinig terecht:auteur Sara Block is zo verblind door woede dat ze meteen aan het schelden slaat, maar helaas wordt niet duidelijk waarom. Block vindt in ieder geval dat Grunberg teveel herhalingen gebruikt en teveel aan films ontleent. Dis is al vaker opgemerkt en Block maakt haar punt niet sterker door Grunbergs naam consequent verkeerd te spellen, namelijk met een trema.

Dan liever het verhaal 'Het Condomium' van Dimitri Verhulst. De titel geeft de Giphart/Brusselmans-connectie al aan, maar Verhulst weet zijn epigonisme adequaat te verbergen onder een stroom van smerigheden. Het verhaal gaat onder meer over ervaringen van de hoofdpersoon als spermadonor. Hoe vunzig ook af en toe, bij lezing schoot ik regelmatig in de lach en dat is me bij Giphart of Brusselmans al lang niet meer overkomen.

Dat de redactie van De brakke Hond meer in zijn mars heeft dan het openscheuren van de post blijkt uit 'De reuzen', een kort verhaal van Yasutaka Tsutsui, volgens de 'biografische notities' op het eind een 'japans romancier, toneelauteur en acteur, laureaat van zowat alle belangrijke japanse literaire prijzen'. Even dacht ik dat de redactie hem wel zelf bedacht had, maar ook Tsutsui bleek echt te bestaan. Zijn verhaal, over vijf miskende genieën die beginnen te groeien, langzaam de vijf meter overstijgen en zo een steeds groter probleem in de samenleving worden, is een mooie parabel over omgaan met talent. Vertaald is Tsutsui voor zover ik weet nog niet, maar misschien kan De brakke Hond daar verandering in brengen.