Het gezin ziet er straks radicaal anders uit; Dreigende overbevolking is mythe

Elk Jaar publiceert de bevolkingsorganisatie van de VN een 'state of the worldpopulation'. En even zo vaak wordt de noodklok geluid over de nog steeds toenemende wereldbevolking. Dat gebeurde ook deze maand weer in Peking, waar de algemene bevolkingsconferentie plaats had. Nicholas Eberstadt heeft zijn twijfels.

Het meeste nieuws over de 23ste algemene bevolkingsconferentie in Peking, eerder deze maand, concentreerde zich op de dreigende mondiale overbevolking. Maar die dreiging zou wel eens een mythe kunnen zijn. De laatste jaren is een aantal van 's werelds beste demografen begonnen aan een drastische hertaxatie van de demografische toekomst. Ze houden imnmiddels ernstig rekening met de mogelijkheid dat de wereldbevolking in de komende decennia een piek zal bereiken waarna een nog onvoorspelbare neergang zal volgen.

Dit 'depopulationistische' scenario is recent beschreven in de editie voor 1996 van de World Population Prospects, een uitgave die tweejaarlijks door de afdeling bevolking van de VN wordt gepubliceerd. De reeks is het oudste, omvangrijkste en meest doorwrochte onderzoek waarmee men tegenwoordig de contouren van mogelijke demografische tendensen schetst, en de publicatie vormt een goed uitgangspunt voor een eerste schets van de demografische revolutie die wellicht in aantocht is.

Alle prognoses - géén voorspellingen - omtrent de wereldbevolking zijn gebaseerd op veronderstellingen. De 'lage variant' van het VN-model veronderstelt dat de levensverwachting bij een geboorte in de 'meer ontwikkelde gebieden' in 2050 zal zijn opgelopen tot 81 jaar (thans zo'n 75 jaar). Voor de 'minder ontwikkelde' gebieden zal de gemiddelde levensduur in 2050 op 76 jaar liggen (nu 64), en in de 'minst ontwikkelde landen' (de meeste in het midden en zuiden van Afrika) wordt een stijging van 52 naar 72 jaar voorzien.

De belangrijkste veronderstellingen in deze 'lage variant' hebben betrekking op toekomstige vruchtbaarheidstendensen. Volgens de VN-raming is het totale vruchtbaarheidscijfer, het aantal geboorten per vrouw, in de meer ontwikkelde gebieden al van 1,7 in het begin van de jaren negentig gedaald tot 1,5 nu. Wanneer dit model juist blijkt, zal het zich over tien jaar stabiliseren op 1,4. Voor de minder ontwikkelde gebieden wordt het gemiddelde cijfer geraamd op 3,3 begin jaren negentig, en voor nu iets lager. Volgens het model zou dit cijfer blijven dalen tot 2 in 2020 en 1,6 in 2050. Voor de 'minst ontwikkelde landen', waar het geschatte vruchtbaarheidscijfer dit decennium boven de 5 ligt, wordt gesteld dat het in 2010 onder de 4 zal dalen, in 2020 onder de 3 en in 2035 onder de 2.

Als deze - op zichzelf niet onwaarschijnlijke - prognoses uitkomen, zal over ruim veertig jaar een mondiale ontvolking inzetten. Tussen 2040 en 2050 zou de wereldbevolking dalen met ongeveer 85 miljoen. En nadien zou ze per generatie verder blijven krimpen met 25 procent. De tendensen die zouden leiden tot een uiteindelijk krimpen van de bevolking, zouden dan een beduidende herverdeling van de wereldbevolking teweegbrengen. In 1995 beliep de verhouding tussen de bevolkingen van de 'minder ontwikkelde' en de 'meer ontwikkelde' gebieden ongeveer 4 op 1, in 2050 zou ze volgens deze prognoses uitkomen op 7 op 1. Er zou een drastische verschuiving in de bevolkingsbalans optreden, niet alleen van land tot land, maar ook van werelddeel tot werelddeel. Een voorbeeld: in 1995 waren de geschatte bevolkingen van Europa (inclusief Rusland) en Afrika vrijwel exact gelijk. In 2050 zouden er, volgens deze prognoses, drie keer zoveel Afrikanen als Europeanen zijn.

Deze zelfde demografische krachten - langer leven, dalende vruchtbaarheid - zouden ook leiden tot een radicale, onstuitbare vergrijzing van de bevolking. Omstreeks 1900 lag de leeftijdsmediaan van de wereldbevolking waarschijnlijk in de buurt van de 20, in 1995 beliep die ongeveer 25. Maar in de wereld van de 'lage variant' zou die mediaan in 2050 boven de 42 liggen. In sommige landen zou de bevolking nog ouder zijn: de leeftijdsmediaan zou in Japan 53 zijn, in Duitsland 55 en in Italië 58.

Zoals de cijfers laten zien, zou er, terwijl het aantal kinderen in de wereld gestaag afneemt, een bevolkingsexplosie onder ouderen plaatsvinden - althans onder hen die we thans als 'ouderen' zien. In de minder ontwikkelde gebieden zouden drie keer zoveel ouderen als jonge kinderen zijn, in de meer ontwikkelde gebieden zou de verhouding 8 op 1 zijn. In Italië, dat in deze prognoses als het extreme voorbeeld van vergrijzing geldt, zou in 2050 nog maar net 2 procent van de bevolking onder de vijf jaar oud zijn, en zou meer dan 40 procent 65 jaar of ouder zijn.

Zo'n gerontologische aardverschuiving werpt fundamentele vragen op over de gezondheid van de samenlevingen in deze denkbeeldige toekomst. Zou een ontvolkende wereld er een zijn van rolstoelen - van steeds hulpbehoevender ouden van dagen wier toenemend beroep op medische en andere zorg een zware belasting voor de rest van de samenleving vormt? Of zou de revolutie in onze levensduur gepaard gaan met een revolutie in onze gezondheid waardoor de duur van een actief, levenskrachtig en productief bestaan zou worden verlengd?

De meeste tekenen wijzen erop dat verbeteringen in een 'invaliditeitsvrije' levensverwachting haast even snel kunnen gaan als de verhoging van de levensverwachting zelf. Daar staat tegenover dat de kwaliteit van het leven voor ouderen soms kan afhangen van heel bepaalde, kostbare, medische behandelingen - ingrepen die in rijke landen eerder beschikbaar zullen zijn dan in arme.

Een negatieve bevolkingsgroei zou grote gevolgen hebben voor de overheid, met name voor de algemene AOW-achtige pensioenvoorzieningen. In vrijwel alle industriële democratieën zijn zulke regelingen ingevoerd in perioden van relatief hoge geboortecijfers en relatief snelle bevolkingsgroei. Bij een geboortecijfer onder het vervangingsniveau en een stijgende levensduur veranderen de parameters van deze voorzieningen rigoureus. Als de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden gaat dalen, kunnen zulke regelingen maar op drie manieren betaalbaar blijven: door reductie van uitkeringen, verhoging van de premies of beperking van het recht op uitkering.

Eén manier om de herstructurering van dit soort regelingen aan te pakken is door de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen naarmate de bevolking productiever gebruik maakt van haar langere actieve levensperiode. Maar de bevolkingsterugloop vooronderstelt automatisch een overgang van overheidsfinanciering naar persoonlijke financiering van ouderdomspensioenen. Hoewel zo'n verandering tot volledige privatisering van de sociale verzekeringen kan leiden, kan men zich ook een hervorming van het pensioenstelsel voorstellen, onder auspiciën van de overheid. Het valt moeilijk in te zien hoe zelf gefinancierde pensioenen zich even goed lenen voor herverdeling of andere marktonafhankelijke doelstellingen als de oude overheidsregelingen.

Ten slotte is het interessant om na te gaan hoe de komende demografische revolutie van invloed zal zijn op het gezin zoals de meesten van ons dat hebben gekend. Volgens de VN-prognoses doemt een een wereld op waarin voor veel mensen de voorouders de enige biologische verwanten zullen zijn. Neem als voorbeeld de mogelijke situatie in Italië, thans het land met het laagste vruchtbaarheidscijfer ter wereld. Als dat cijfer de komende twee generaties hetzelfde blijft, zal bijna 60 procent van de Italiaanse kinderen geen broers, zusters, neven, nichten, ooms of tantes meer hebben, maar alleen ouders, grootouders en misschien overgrootouders. Volgens dezelfde aanname zou minder dan 5 procent van de kinderen in Italië dan nog zowel broers en/of zusters als neven en/of nichten hebben.

Als we de vruchtbaarheidscijfers van de hele Europese Unie twee generaties ver extrapoleren, verschilt de situatie maar iets van die in Italië. Op den duur zullen, volgens de prognoses van de 'lage variant', gezinnen in de minder ontwikkelde gebieden in dezelfde richting opschuiven. Binnen nog eens twee generaties zou een familie met een of meer kinderen, een of meer neven of nichten en een of meer ooms of tantes over de hele wereld even ongewoon zijn. Voor veel zo niet de meeste mensen zou 'familie' een begrip worden dat geen biologisch verwante leeftijdgenoten omvat. Het gezin (ouders plus ongehuwde kinderen) wijkt al radicaal af van voorgaande soorten familieverbanden. Het moderne gezin is nog maar een stap in de richting van de totale sociale versnippering die ons in een ontvolkende wereld wellicht te wachten staat.

Hoe schimmig al deze veranderingen nu ook nog lijken, als we scherp kijken kunnen we ze al wel zien. Een flink aantal van ons zou ze straks nog wel eens aan den lijve kunnen ondervinden. Volgens de 'lage variant' is het zo dat de helft van de huidige wereldbevolking nog in leven zal zijn op het moment dat de mondiale ontvolking inzet.