Handbalploeg na zege in Schiedam naar middenmoot

Sinds de internationals uit de handbalcompetitie zijn gestapt, hebben de vrouwen flinke progressie gemaakt. In Schiedam won de ploeg het Holland-toernooi. Maar grotere prestaties zijn nodig.

SCHIEDAM, 27 OKT. Jan Kecskeméthy, voormalig bondscoach, noemde de Nederlandse handbalploeg na de luidbejubelde toernooizege “een goede middenmoter”. “Als híj zoiets zegt, zijn we op de goede weg”, reageerde Bert Bouwer, de huidige coach van Nederland en vroeger international onder Kecskeméthy. De Slowaak, die Nederland ooit 'wereldkampioen discussiëren' noemde, zit vol wrok omdat hij in zijn tijd bij het handbalverbond niet de gelegenheid kreeg om meer met zijn spelers te trainen. “Ik heb daar twintig jaar geleden al om gevraagd, maar toen werd ik uitgelachen.”

Kecskeméthy, momenteel technisch directeur van Slowakije, maar nog steeds woonachtig in Roermond, heeft wel gelijk met zijn constatering dat Nederland een middenmoter is. Nederland nam eind vorig jaar op de Europese ranglijst slechts de 21ste plaats in en bij het Holland-toernooi werd afgelopen week van vier landen gewonnen die hoger stonden aangeschreven. Maar Oekraïne, vijfde op de ranglijst, werd gisteren in Schiedam met 29-24 verslagen.

Daarom was het begrijpelijk dat de handbalsters hun eerste plaats uitbundig vierden. Ze schoven eendrachtig met hun buiken over de vloer van de Margriethal en lieten de vreugdetranen vloeien. De speaker schreeuwde wat overdreven dat het een historisch moment betrof, maar ongelijk had hij niet. Want Nederland won in het verleden nooit iets, zelfs geen oefentoernooien. Dus mochten speelsters en toeschouwers ook van bondscoach Bouwer even feestvieren. “Ik heb nog nooit zo veel schouderklopjes en zoenen gekregen”, zei Bouwer na de prijsuitreiking. “Maar morgen beginnen we gewoon weer op nul. Dit toernooi was slechts een eerste meetpunt voor ons.”

Voor de handbalsters zelf waren de mooie overwinningen in Schiedam vooral een bevestiging dat het vele trainen in de afgelopen vijf maanden resultaat oplevert. “Zo kunnen we zien waarvoor we het allemaal doen”, zei Laura Robben die met haar 35 jaar veruit de oudste in de ploeg is. De veterane keepte een fantastisch toernooi en werd terecht tot beste doelvrouwe uitgeroepen. Bouwer stoof na het eindsignaal van het duel tegen Oekraïne als eerste op Robben af. De coach wilde daarmee zijn waardering tonen voor de keuze van de keepster voor de nationale ploeg en niet voor een contract bij een Duitse Bundesligaclub. “Laura heeft het soms moeilijk tussen al die jonge meiden, maar ze redt zich uitstekend. Ze is onze grote steunpilaar”, aldus Bouwer.

Robben is blij dat ze bij de Nederlandse ploeg is gebleven. De Amsterdamse zegt zich zo goed thuis te voelen binnen het team dat ze soms zelfs verrast is over haar eigen prestaties. Het boegbeeld van het Nederlandse vrouwenhandbal ziet dan ook dingen gebeuren die ze in voorheen nooit zag. Het spel is vooral veel sneller geworden en de ploeg heeft de kracht om de hele wedstrijd voluit te gaan. Dat kon ook Saskia Mulder goed constateren nadat ze zich na een paar maanden afwezigheid weer meldde. Ze is de enige speelster uit de selectie die bij een club, het Duitse Herrentrup, speelt. “De ploeg is duidelijk vooruitgegaan.”

Maar het moet allemaal nóg veel beter om bij de internationale top te kunnen behoren. Of die stap in een korte tijd kan worden gezet, is de grote vraag. Voorlopig zijn de handbalsters volgende maand in Duitsland nog slechts toeschouwers als de toplanden het WK spelen. In die periode oefent de ploeg zelf tegen clubteams uit de Bundesliga. De toernooizege van Schiedam zal dan nog slechts een leuke herinnering zijn. Om echt op te vallen, moet de ploeg een bijzondere prestatie leveren. Plaatsing voor de Olympische Spelen van 2000 bijvoorbeeld.

Het NOC*NSF volgt de ploeg van Bouwer inmiddels op de voet. Voorzitter Wouter Huibregtsen kwam de speelsters onlangs persoonlijk vertellen dat meer geld beschikbaar wordt gesteld en de kersverse chef de mission Jan Loorbach zat gistermiddag in Schiedam op de tribune. Maar het zou straks best allemaal op een teleurstelling kunnen uitdraaien. Want Nederland zal eind volgend jaar bij het EK in eigen land bij de eerste vijf moeten eindigen om een kans te maken op deelname in Sydney 2000. En daar lijkt een klein wonder voor nodig te zijn.