Generale Bank Prijs voor Van der Heijden

AMSTERDAM, 27 OKT. A.F.Th. van der Heijden heeft met zijn roman Onder het plaveisel het moeras de Generale Bank Literatuurprijs 1997 gewonnen. Dat maakte juryvoorzitter Marcel van Dam gistermiddag bekend in het televisieprogramma De Plantage. Onder het plaveisel is volgens Van Dam het deel van Van der Heijdens romancyclus 'De Tandeloze Tijd' waarin “alles op z'n plaats valt.” Van der Heijden, van wie eveneens Het Hof van Barmhartigheid was genomineerd, werd verder geprezen voor “de onthutsende erotiek, de spanning en het kenmerkende stilistische geweld” in zijn werk.

“Zo'n prijs moet eigenlijk pas beginnen te leven op het moment dat hij uitgereikt wordt,” zei Van der Heijden na de bekendmaking. “Ik begin iets tegen het systeem van nominaties te krijgen.” Dat had hij onderstreept door het eerste deel van het programma te volgen vanuit het aangrenzende B&W-café en de uitzending pas binnen te lopen nadat het winnende boek bekend was gemaakt. De camera's en presentatrice Hanneke Groenteman kwamen hem tegemoet lopen en Van der Heijden glunderde alsnog: “Het is de droom van elke auteur om op deze manier feestelijk onthaald te worden.” Sponsor Generale Bank vond het al lang best. Toen C. Beuving, lid van de Raad van Bestuur, Van der Heijden na afloop kwam feliciteren verontschuldigde de schrijver zich voor zijn aanvankelijke schroom om op te komen draven. Beuving woof de excuses weg. “Het was helemaal niet erg dat u wat weigerachtig was,” grijnsde hij, “dat heeft alleen maar voor extra publiciteit gezorgd.”

Van der Heijden had de organisatoren al in een vroeg stadium laten weten dat hij liever niet in beeld wilde gaan wachten op de bekendmaking van de winnaar. Nadat hij dit jaar al genomineerd was geweest voor de Libris-prijs en de Gouden Uil had hij geen zin meer in alle heisa. De organisatie ging op zoek naar een compromis en zo kwam de café-variant uit de bus. “Het heeft iets inconsequents,” erkende Van der Heijden na afloop. “Ik heb in mijn brief aan de organisatie half bij wijze van grap geschreven dat ik me wel in café Eik en Linde wilde ophouden, zodat ik dan beschikbaar zou zijn als ze me nodig hadden. Maar Eik en Linde bleek zondagmiddag dicht.” En dus werd het het B&W-café, tien meter naast de studio.

Van der Heijden zette nog even de suggestie recht dat hij alleen had willen komen als hij van tevoren had gehoord dat hij de winnaar was. “Dat zou ik nooit voorgesteld hebben. Het is een suggestie geweest die bij Querido de revue heeft gepasseerd.”

De afwezigheid van Van der Heijden was voor Groenteman en de andere genomineerden Etty, Japin, Möring en Schippers aanleiding het fenomeen van de grote literaire prijzen eens onder de loep te nemen. Möring relativeerde het financiële gewicht van de prijs door erop te wijzen dat over de ton prijzengeld 61% belasting wordt geheven. “En het prestige verbonden aan al die prijzen is natuurlijk minder geworden naarmate er meer prijzen zijn gekomen,” voegde hij daaraan toe. “Vroeger was de AKO-prijs ook in het buitenland bekend, dat was de Nederlandse Booker Prize, maar dat is nu al lang niet meer zo.”

Moest er dan niet eens gesneden worden in het aantal literaire prijzen, vroeg Groenteman? “Nééé!,” lachten de genomineerden in koor. En dus werd er in De Plantage nog maar weer eens een nieuwe, 'immateriële' prijs uit de hoge hoed getoverd: eentje voor taal en stijl. Een jury van taalkundigen koos Arthur Japin als winnaar vanwege zijn compacte schrijfstijl in De zwarte met het witte hart: 'Iedere zin is to the point'.

Maar toch. Toen Van der Heijden even later in de studio was gearriveerd en de fotografen begonnen te flitsen grapten Möring en Schippers tegen elkaar dat die drie grote prijzen - inclusief hun prijzengeld - misschien maar eens samengevoegd moeten worden. “Dan ben je meteen van alle ellende af,” legde Möring na afloop uit. “Nu is zo'n prijs toch vooral een leukigheidje dat ten goede komt aan de sponsor. Ondertussen realiseren veel mensen zich niet wat er allemaal bij komt kijken aan persaandacht, interviews. Ik heb dit jaar niet zoveel gedaan, onder meer hierdoor.”

Maar als het gedoe rondom zo'n prijs hem zo belemmert, kan hij zijn boek toch terugtrekken voor mededinging? “Ja, maar ik wil wel bij de beste zes horen. Ik weet ook wel dat het geschift is. Je wilt gewaardeerd worden, maar je wilt niet al die dingen erbij krijgen die een televisie-uitzending nu eenmaal met zich meebrengt.”