EEN SYMBOOL VAN ETHIEK EN EENVOUD

Erik Breukink (33) was de meest getalenteerde Nederlandse wielrenner van het afgelopen decennium. Toch won hij minder koersen dan voorspeld. Hij was een internationale subtopper met een prachtige pedaaltred. Een ambassadeur van een wereld die de zijne niet was. A gentleman in a jungle.

Het afscheid van de fiets werd door de organisatoren van de Brinta Beach Classic gemakshalve vertaald in het afstappen van de mountainbike. De soepele stijl bleef gisteren verborgen achter een dikke laag zand, twee geprofileerde banden en een breed stuur zonder beugels. Op het strand in Scheveningen reed een anonieme coureur. Alleen het slijm uit zijn mond herinnerde aan lang vervlogen wielerdagen. Toen Nederland nog een potentiële Tourwinnaar had.

Erik Breukink had een bijzondere stijl van fietsen. Vooral in een vlakke tijdrit zat hij prachtig in het zadel; de benen pedaleerden in volmaakte cadans terwijl hij de rug en de armen zo strak mogelijk hield. In de bergen reed hij met een relatief zware versnelling - om de betere klimmers te kunnen volgen - wat weer ten koste ging van de schoonheid. In de bergen reed Breukink een beetje schokkerig, daar kwamen zijn tekortkomingen voor het eerst aan het licht. Hij was een rouleur, volgens het wielerjargon. Hij miste de kracht en de winnaarsmentaliteit om een grote ronde op zijn naam te schrijven.

“Erik was een sieraad voor de wielersport”, zegt Peter Post. De gewezen ploegleider was gisteren afwezig op het afscheidsfeest van Breukink. Post had thuis een zakenlunch georganiseerd en moest daarna naar Ajax-Feyenoord. “Ik heb me geëxcuseerd. Ik was er graag bij geweest. Erik is een fijne jongen. Hij is altijd eenvoudig gebleven, hoewel hij door de media werd afgeschilderd als een rijkeluiszoontje. Onzin. De tijd dat wielrenners allemaal op de boererij woonden, ligt ver achter ons”, zegt de Amsterdamse slagerszoon door de telefoon.

Volgens zijn gestopte generatiegenoot Steven Rooks, tegenwoordig commentator bij de NOS, miste Breukink flair en brutaliteit in het peloton. “Hij was bang op de fiets, misschien wel omdat hij weinig op de baan heeft gereden. Hij miste behendigheid. Hij gaf zelf nooit een slinger, maar liet zich wel door anderen wegslingeren. Als zijn ploegmaten hem naar voren hadden geloodst, zat hij vaak genoeg binnen twee minuten achterin het peloton. Op die manier word je nooit een groot kampioen, ook al ben je nog zo populair. Ik ken niemand die een hekel had aan Erik. Iedereen reed z'n kloten voor hem af.”

Als ploegleider van Panasonic kreeg Post “een geweldig talent” in handen. Onder zijn leiding won de jonge Breukink de hellentocht over de Passio di Gavia in de Ronde van Italië, waar sneeuwstormen en een ijzige kou het peloton teisterden. Breukink reed in zomertenue klappertandend over de eindstreep. Post had hem onderweg bewust geen winterkleding aangeboden. Een jasje verborg immers de reclame van de sponsor op het shirt, wist Post. “Winnaars doen 25 kilometer voor de finish geen jasjes aan”, riep de winnende coach vanuit zijn verwarmde volgauto. “Je trapt door, ook al ben je van top tot teen bevroren”, sprak de winnende coureur na afloop.

Volgens Post sprak Breukink wel vaker zijn reserves aan. “Ik ken geen renner die zoveel heeft geleden in de koers. Alleen zag de buitenwereld dat niet, omdat hij zo mooi op zijn fiets zat. Alleen kenners zien hoeveel een renner werkelijk afziet. De leek ziet een beetje snot aan de kin en haalt zijn schouders op. Nee, deze jongen heeft er alles uitgehaald wat er in zat. Ik heb er nooit meer van verwacht. De media hadden te veel eisen. Die wilden dat hij de Tour ging winnen. Dat was te veel gevraagd.”

Als beginnend professional maakte Breukink furore in de Giro en de Tour. Hij versloeg de concurrentie in de tijdrit en hield de schade beperkt in het hooggebergte. In het begin van zijn loopbaan kende hij één slechte dag in een grote ronde, die hem meestal een topklassering in het eindklassement kostte. De gevreesde jour sans stond niet langer op zichzelf. Naarmate de jaren verstreken, had Breukink steeds vaker een slechte dag. In de herfst van zijn loopbaan waren de goede dagen op één hand te tellen.

Post noemt zijn mindere prestaties relatief. “Vergeet niet dat de concurrentie aan het eind van de jaren tachtig minder groot was. Meneer Indurain heeft de wielersport in een stroomversnelling gebracht. Wat die man voor een snelheden haalde, ongelooflijk! Daarbij komt de de medische wereld die zich de laatste jaren enorm heeft ontwikkeld. De renners verzorgen zich beter, ze trainen beter. Erik was zijn tijd vooruit en is later door de tijd ingehaald. Eigenlijk is het een heel simpel verhaal. Erik is niet slechter geworden, maar de anderen zijn beter geworden.”

De medische ontwikkeling in de wielersport is een veelbesproken en discutabel onderwerp. Wat is doping en wat is preparatie? Wanneer snoept een renner onverstandig uit de pot; als het middel op de verboden lijst staat of als zijn gezondheid op het spel staat? De Intralipid-affaire bij PDM had volgens de regels niets met doping te maken. Intralipid was een herstelmedicijn op sojabasis; het stond niet op de verboden lijst. Toen de begeleiders van PDM in de Tour van 1991 onachtzaam te werk gingen, moesten alle renners ziek naar huis, inclusief de favoriet voor de eindzege. Breukink was een geslagen hond in het rennerskwartier in Quimper. De fysieke ongemakken waren minder ernstig dan de mentale schade. De verstandige coureur was van zijn geloof gevallen. Hij voelde zich belazerd.

“Door die affaire is er bij Erik iets gebroken”, zegt zijn voormalige kamergenoot Peter Winnen, die net als Breukink als derde eindigde in de Tour en vervolgens nooit meer zijn oude niveau haalde. “Erik had een hoge moraal en wilde geen polonaise aan zijn lijf. Ik was een zelfde mening toegedaan en was vervolgens niet meer vooruit te branden. Preparaties werken namelijk ook geestelijk door. Je gaat je sterker voelen door een bepaald medicijn, daar kan elke kantoorklerk over meepraten. Overal wordt geslikt, niet alleen in de wielersport.”

Winnen heeft begrip voor de keuze van Breukink om niet langer dan noodzakelijk aan het infuus te liggen. Bijna tien jaar eerder heeft hij dezelfde beslissing genomen, op ongeveer dezelfde leeftijd. “Je hebt toch een bepaalde ethiek in deze wereld. Je moet een grens trekken en daar niet meer overheen gaan. Je moet bezwaren aantekenen tegen oppompen. Ik hield lang niet altijd rekening met de lijst. Ik was ook niet altijd zuiver op de graad. Bepaalde risico's kun je nemen. Tot ze met je leven gaan spelen. Daarom is Erik ook zo geschrokken van de dood van Johannes Draaijer. Een gezonde sportman met een hartstilstand: dan ga je toch even nadenken.”

Toeval of niet, na de Intralipid-affaire is het met de sportieve loopbaan van Breukink bergafwaarts gegaan. Hij werd nog een keer derde in een tijdrit in de Tour. Hij behaalde nationale titels die internationaal weinig voorstellen. Hij bleef een veelverdiener, maar hij kon het hoge salaris in de praktijk niet waarmaken. Zowel bij Once als bij Rabobank werd hij gewaardeerd om zijn sociale vaardigheden, zijn integere karakter. De bewondering voor een groot sportman was veranderd in een soort mededogen.

Zelf bleef hij gelaten onder zijn mindere resultaten. Hij begreep beter dan wie ook dat het plafond bereikt was. “Al die tegenslagen hebben een sterker mens van me gemaakt. Die ervaringen neem ik mee naar een volgend leven”, sprak hij gisteren op de boulevard in Scheveningen.