Een schuilplaats voor een schrijver

De collega's waren allemaal lief voor A.F.Th. van der Heijden, zoals het goede collega's betaamt, maar mede namens de Generale Bank moet ik toch even een lastige kwestie aan de orde stellen.

Stel dat de volgende keer alle zes de genomineerden van de Generale Bank Literatuur Prijs niet bij Hanneke Groenteman aanschuiven, maar net als Van der Heijden gisteren in een belendende wijnkelder een veilige schuilplaats zoeken om de ontwikkelingen af te wachten? Dus dat de camera elke keer tergend langzaam op zo'n lege stoel in de studio van De Plantage inzoomt, waarna Groenteman naar het keldergat loopt en roept: “Is jullie positie een soort metafoor voor de situatie waarin de hedendaagse Nederlandse literatuur verkeert?”

Ik vrees dat de lol er dan snel af is, niet alleen bij de Generale Bank, maar ook bij de VPRO.

“Zonder televisie geen prijs”, zei Groenteman, en zo is het. De Generale Bank wil zoveel mogelijk reclame maken en heeft daarvoor de televisie nodig. De televisie wil wel meewerken op voorwaarde dat er een leuke, spannende uitzending te maken valt. Daarom zal de televisie nooit voelen voor de suggestie die Van der Heijden deed: maak geen nominaties bekend, maar geef de prijs meteen aan de winnaar.

Zó gaat het inderdaad bij de traditionele literaire prijzen, maar aan de uitreiking daarvan maakt de televisie dan ook nooit veel woorden vuil. De televisie wil drama: nagelbijtende schrijvers die elkaar vanuit hun ooghoeken jaloersig in de gaten houden, en óf verpletterd onderuit zakken, óf berendansend over het podium hupsen als de juryvoorzitter na enkele minuten van plagerig machtsmisbruik de verlossende woorden spreekt.

Als je daar als schrijver veel bezwaar tegen hebt, resten je twee mogelijkheden om de eer aan jezelf te houden. Je maakt tevoren bekend dat je überhaupt niet genomineerd wilt worden, zoals bij voorbeeld Willem Jan Otten in het verleden openlijk heeft gedaan. De andere mogelijkheid is dat je tegen de Generale Bank zegt: “Jullie mogen me best die prijs geven, maar denk er wel om, ik kom niet. Hier is mijn gironummer.”

Van der Heijden strompelde over een onduidelijke middenweg. Hij wilde zich wel laten zien, maar alleen als het zeker was dat hij de prijs kreeg. Dit geschipper mondde onvermijdelijk uit in een nogal gênant-potsierlijke vertoning. Gelukkig liep het allemaal goed voor hem af, want er waren minder voorspoedige scenario's mogelijk geweest.

Je moet er bij voorbeeld niet aan denken dat er wéér, net als vorig jaar bij de AKO Literatuur Prijs, een bommelding was gekomen, en men de schrijver met zijn zoontje in zijn schuilhoek vergeten was. “De prijs gaat naar Van der Heijden”, had Groenteman amechtig op straat geroepen, maar de rest van haar betoog ging verloren door het geraas van een nabije ontploffing.

Méér opwinding was er nu zaterdagavond in het VARA-programma Spijkers van Jack Spijkerman. Die was op het idee gekomen de amateur-psycholoog Emile Ratelband met de professionele psycholoog Piet Vroon te laten discussiëren. Inzet van het debat waren de brandwonden die vijf mensen bij een optreden van Ratelband hadden opgelopen.

Het treffen liep onmiddellijk uit de hand. Ratelband probeerde Vroon quasi-amicaal aan te raken, maar de hoogleraar verstijfde van ontzetting en riep uit: “Wilt u mij alstublieft niet aanraken? Don't touch me!” Toen Ratelband hem even later op een onbelangrijk detail met een pesterig 'jongeman' corrigeerde, snauwde Vroon: “Jongeman? Er wordt hier niet gejijd en gejouwd, is dat duidelijk?”.

De hoogleraar ging er soms dreigend bij staan, maar helaas, het bleef bij schelden. Vroon noemde zijn opponent 'een kwakzalver' en 'een gevaarlijke gek', Ratelband reageerde met: “Jij liegt dat je barst.”

“Hij verkracht mijn vak”, legde Vroon uit. Hij zat er echter bij alsof hij net zélf verkracht was: bleek, geprangd, overstuur. Van Ratelband weten we al veel langer dat hij een door de ratten te lang besnuffeld pathologisch fenomeen is, maar voor Vroon durf ik na deze uitzending ook niet meer mijn hand in het psychologische vuur te steken.