Breukink hapt zand in laatste wielerrace

SCHEVENINGEN, 27 OKT. Met een negentiende plaats in de Brinta Beach Classic heeft Erik Breukink afscheid genomen van de wielersport. De coureur van Rabobank beleefde gisteren weinig plezier op het Scheveningse strand, waar hij zich onwennig met een mountainbike voortbewoog. “Al dat geloop met de fiets aan de hand, niks voor mij. Dan toch maar liever de Tourmalet. Op deze manier heb ik in elk geval geen spijt van mijn beslissing om te stoppen.”

Breukink kreeg na afloop een receptie aangeboden in het Kurhaus. Onder de paar honderd genodigden bevonden zich enkele sprekers, die hem bewonderden om zijn kwaliteit en zijn sportiviteit. Bondsvoorzitter Atsma benoemde Breukink tot lid van verdienste van de KNWU. Hij noemde hem “een parel van de Nederlandse wielersport”.

De 33-jarige Breukink reed twaalf seizoenen bij de beroepsrenners. Hij behaalde 62 overwinningen, waarvan 22 in een tijdrit. Als zoon van Gazelle-directeur Wim Breukink kreeg hij in 1986 een profcontract bij huisvriend Peter Post. De talentvolle jongeling baarde opzien als klimmer en tijdrijder. Breukink werd in het shirt van Panasonic tweede, derde en vierde in de Ronde van Italië. Vooral zijn ritzege in 1988 over de besneeuwde Gavia maakte indruk in het peloton. Breukink rekende in barre omstandigheden af met de criticasters die hem een rijkeluiszoontje hadden genoemd.

In de Ronde van Frankrijk beleefde hij in 1990 zijn sportieve hoogtepunt. Als kopman van PDM won hij twee tijdritten, die een derde plaats in het eindklassement opleverden. In 1991 beleefde Breukink zijn dieptepunt in de Tour, waar alle renners van PDM ziek naar huis gingen wegens verkeerd geprepareerde medicamenten. In de daaropvolgende jaren vertoonde Breukinks prestatiecurve een negatieve lijn. Hij bleef een goede tijdrijder, maar als klimmer stelde hij steeds vaker teleur.

Na afloop van zijn afscheidswedstrijd keek miljonair Breukink tevreden terug op zijn carrière. “Door de tegenslagen ben ik een sterker mens geworden. Die ervaringen neem ik mee naar een volgend leven. Ik denk wel dat ik m'n draai ga vinden, hoewel ik nog geen idee heb wat de toekomst biedt.”