Biljarten met één oog kwestie van wennen

Met mijn rechteroog zie ik niks. Het gevolg van een auto-ongeluk achttien jaar geleden. Het was half vier 's middags, ik was moe en had ook net gegeten. Daardoor werd ik slaperig. Ik zat te knikken achter het stuur, reed tegen een vrachtwagen, daarna tegen de vangrail.

Glasinslag - in het ziekenhuis gaf de dokter m'n rechteroog meteen op. Over links kon hij nog niets zeggen. Gelukkig is dat oog goed gekomen. Toen ik twee weken uit het ziekenhuis was, probeerde ik weer te biljarten. Gewoon voor mezelf, met één oog. Het ging goed. Twee maanden later nam ik deel aan de NK, met een lapje voor mijn rechteroog. Op een haar na miste ik de titel. Dat gaf een kick.

Het heeft denk ik vooral anderen verbaasd dat ik met één oog goed ben blijven presteren. Vóór dat ongeluk was ik vier keer Nederlands kampioen. Met één oog was ik nog vier keer de beste en werd ik ook twee keer zowel Europees- als wereldkampioen. Raymond Ceulemans grapte destijds een keer dat ik mijn goede oog ook weg moest laten halen. 'Dan is er voor ons echt geen hoop meer, Rini', zei hij.

Kijk, de feeling voor de bal verlies je nooit. Daarnaast heb ik een goede instelling. In sport wordt zestig procent van een prestatie bepaald door instelling. Toch was het in het begin wennen. Dacht ik dat ik vlak bij die bal was met m'n keu, lag-ie toch wat verder. Je dieptegevoel met één oog is anders. Maar dat is een kwestie van wennen.

De afgelopen anderhalf jaar heb ik geen wedstrijden meer gespeeld. Ik ben een beetje afgeknapt op het amateurisme in de biljartsport. Als ik ooit weer ga spelen, is het wel op het hoogste niveau. Want ik speel hoog, of ik speel niet.