'Biedt de NS wel voldoende kwaliteit?'

Ambtenaar Joost Haans (26 jaar) legt het traject Breda-Rotterdam v.v. elke werkdag af. Hij doet dat per trein en reist tweede klas. 's Ochtends vertrekt de Bredanaar om 6.45 uur, soms een uur later. “Als ik vroeg weg ga, heb ik altijd een zitplaats”, vertelt hij. Stapt hij om 7.45 uur in, dan is het een stuk drukker en moet hij een enkele keer staan. 's Avonds keert hij pas na de spits terug en is hij zeker van een stoel.

Haans vindt het reizen per trein “tamelijk aangenaam”, zeker omdat hij niet hoeft over te stappen. Hij heeft tijd om de krant te lezen - de reis van Breda naar Rotterdam duurt nog geen veertig minuten - en een kop koffie te drinken. Toch is hij niet geheel tevreden over de NS. “Zeker één keer in de week heeft mijn trein vertraging”, vertelt hij. “Dan komt hij een minuut of tien tot een kwartier te laat en dat ervaar ik als heel erg vervelend.”

Haans heeft een NS-jaarkaart, waarvoor hij zo'n 4.500 gulden heeft betaald. Van een kennis heeft hij gehoord dat de kaart binnenkort misschien wel 200 à 250 gulden duurder wordt en dat vindt Haans “een forse verhoging”. “Ik merk het wel op 1 februari van het volgend jaar, want dan moet ik weer een nieuwe aanschaffen”, zegt hij.

Hij vraagt zich af of de NS “voldoende kwaliteit” biedt voor de prijs die ze vraagt. “Als de Spoorwegen voor een jaarkaart op een gegeven moment 5.500 gulden gaan rekenen, dan wordt het me te gek, ook al krijg ik tweederde van het reisgeld van mijn werkgever terug. Dan neem ik vermoedelijk de auto, want die heb ik toch in de straat staan. Heel erg duur zou dat niet zijn, want ik hoef dus in feite alleen maar de benzine te rekenen.”

Maar Haans realiseert zich dat het pendelen per auto vrijwel zeker meer tijd kost dan de treinreis. “Vorige week dinsdag ging ik een keer met de wagen naar mijn werk en prompt zat het verkeer vast. Bij de Drechttunnel van Dordrecht al. En een eindje verderop opnieuw. Dat geeft ook een hele hoop ergernis.”