Anton Bruckner en Pierre Boulez vullen een concert

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Liebreich. Gehoord 25/10 in Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 30/12, 20.02 uur.

“Ik houd van complexe objecten, die verder geen diepgaande veranderingen meer ondergaan.” Aldus Pierre Boulez, die in de inleiding van Dialogue de l'ombre double (1982-'85) het werk reeds in de kiem heeft samengevat. En ook Anton Bruckner, de tweede componist zaterdag in de Matinee in het Concertgebouw, brengt in de grote finale van de Vijfde symfonie (langer dan een complete Mozart-symfonie) de thema's uit de voorgaande delen nog eens in de herinnering. De ordening is nieuw, het materiaal nauwelijks, met als belangrijkste boodschap: technische hoogstandjes en een rijke fantasie hoeven elkaar niet uit te sluiten.

Boulez Dialogue de l'ombre double is een titel ontleend aan Paul Claudels Le Soutier de satin. Met de ondertitel ...chemins et domaines... domaines et chemins verwijst Boulez zowel naar zijn eigen Domaines als naar Berio's Chemins-serie. Het werk is geschreven voor Berio's 60ste verjaardag - vandaar het slot met zijn hoge C, als citaat uit één van de Chemins.

De solo-klarinet klinkt zowel 'onbedoezeld' als in een bewerking via de in het Parijse IRCAM ontwikkelde 4x-machine. Er is een afwisseling in strofen, waarbij de solist in de schijnwerpers speelt, met refreinen, waarbij het spel van de solist vooraf op de band is opgenomen en dat zich geheel in het donker afspeelt, - de schaduwwereld. De zeven luidsprekers zijn weinig, in vergelijking met Boulez' eerste experiment in deze richting uit 1958 waarbij in Donaueschingen 84 luidsprekers stonden opgesteld! Aanvankelijk overheersen trillers die flexibel en vloeiend moeten klinken, later treffen langere legato-lijnen, een kolfje naar de hand van Alain Damiens die geheel met de muziek is vergroeid.

In Anthèmes 2, een Nederlandse première uit 1995-'97 voor vioolsolo, computer en zes luidsprekers (met de Koreaanse Hae-Sun Kang als toegewijde vertolkster) zijn het juist de kletterend scherpe pizzicati die de aandacht trekken, in canonvorm door de virtuele ruimte verspreid. Meer nog treffen hier de toevoegingen zoals een zilveren randje op de getokkelde tonen, delicaat en glasachtig fragiel.

Men zou de compositie kunnen vergelijken met sierlijke flessen, die geschud door Boulez en zijn assistent Andrew Gerszo in de Dialogue violette slierten doen verglijden in een permanente staat van wording, zich vertakkend en dan weer samenvloeiend, en in Anthèmes 2 zilveren balletjes alle kanten op doen springen. Ook deze compositie mondt uit in één slottoon, als gevangen in de trechterhals. De stamboom van Anthèmes 2 is interessant, via Anthèmes 1 naar Exposante-fixe... met uiteindelijke als oerbron één van de vioolpartijen uit Mémoriale uit 1958. Daar schuilt dus zo'n veertig jaar denkwerk achter.

Het afleggen van een lange weg geldt ook voor dirigenten die zich wagen aan een monument als Bruckners Vijfde. Sir Georg Solti durfde pas na tien jaar Bruckners symfonie in het openbaar te dirigeren. Alexander Liebreich, sinds september assistent-dirigent bij het Radio Filharmonisch Orkest, viel in voor de zieke Edo de Waart en kreeg twee repetitiedagen. Gedurfd modellerend ging hij niet te werk, er was niet extravagants aan te beleven, hoogstens zou men de tijd die hij nam voor lange rusten opmerkelijk kunnen vinden. Liebreich musiceerde met de musici, behoedzaam, niet dwingend of prikkelend, zonder één overbodig gebaar. Zo bereikte hij wel degelijk zijn doel, voorzichtig peuterend aan het schip in de fles en voilà: hij kreeg het overeind en de zaal stond op zijn kop.