Waarom fuseren ABN Amro en ING niet?

Regeren is vooruitzien. Naar aanleiding van de fusies die de laatste tijd zijn aangekondigd tussen de grote accountantskantoren (eerst tussen Coopers & Lybrand en Price Waterhouse, en onlangs tussen KPMG en Ernst & Young), de grootste Nederlandse uitgevers (Reed Elsevier en Wolters Kluwer) en grote buitenlandse financiële instellingen (onder andere in Italië, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten) is in verschillende reacties bezorgdheid uitgesproken over de gevolgen van deze concentraties.

Maar nu reeds zou - vooruitblikkend - tevens de volgende vraag aan de orde moeten worden gesteld: welke fusies zijn nog meer te verwachten?

Eén hypothetische mogelijkheid is een fusie van ABN Amro en ING. Twee financiële instellingen die Nederland domineren, maar elk apart in de Europese - laat staan de mondiale - context nog niet van de schaalomvang zijn die een vooraanstaande positie in de markt garandeert. (ING is met een belang van 16,5 procent overigens al de grootste aandeelhouder van ABN Amro).

Het is niet moeilijk te bedenken welke strategische voordelen door de besturen van beide concerns genoemd zouden kunnen worden om een samengaan te propaganderen. Schaalgrootte, distributiekracht, bundeling van schaarse kennis, all finanz, kosten- en synergievoordelen mede op het gebied van automatisering enzovoorts. Beide instellingen hoeven dan niet meer te concurreren op de verzadigde Nederlandse markten voor corporate finance, het midden- en kleinbedrijf en private banking, maar kunnen alle aandacht richten op de door beide gewenste internationale expansie. Strategisch sluit een en ander als een bus.

Natuurlijk zijn in zo'n geval praktische hindernissen te overwinnen. Beide instellingen zijn zelf het resultaat van fusies in dit decennium. Of het sociaal en maatschappelijk aanvaard zou worden dat een dergelijk samengaan andermaal arbeidsplaatsen zou kosten, is de vraag. Maar beide bedrijven verdienen genoeg om die pijn te kunnen verzachten.

Verder zullen toezichthoudende instanties akkoord moeten gaan. Na de vorige fusieronde in financieel Nederland - toen de vorming van ING voorkwam dat de Postbank in buitenlandse handen viel en ABN en Amro samengingen nadat een fusie van Amro met de Belgische Generale Bank niet mogelijk bleek - heeft De Nederlandsche Bank gesteld, dat hiermee wel een eind aan de concentratie tussen de grootmachten was bereikt. (ING mag op dit moment van de minister van Financiën het stemrecht op zijn ABN Amro-aandelen dan ook niet uitoefenen).

Maar de tijd staat niet stil. De fusies van financiële instellingen in Eurpa en in de Verenigde Staten zullen de maximumgrens, die de nationale toezichthouder aan de omvang van een Nederlandse bankverzekeraar stelt, weer een quantum-stap hoger leggen.

Ook buitenlandse toezichthouders zullen overtuigd moeten worden. Met name zal een oplossing moeten worden gevonden voor het feit dat de Amerikaanse regelgeving de combinatie van een bank met een verzekeraar verbiedt. Dat zou ertoe kunnen leiden dat een van beide fusiepartners een deel van de Amerikaanse activiteiten moet afstoten.

Praktische problemen kunnen echter worden opgelost, wanneer de besturen van beide ondernemingen het op strategisch gebied eens zijn, maar vooral, wanneer de invulling van de topstructuur goed te regelen is. Het daadwerkelijk tot stand komen van mogelijke fusies is immers niet alleen een uitvloeisel van strategieEËn. Fusies zijn ook mensenwerk.

Het is een publiek geheim dat de persoonlijke verhoudingen tussen de toppen van beide instellingen niet al te best zijn. Om de feitelijke kans van slagen van een fusie te beoordelen is het vooral van belang te bezien hoelang de voorzitters van beide organisaties ambtshalve nog te gaan hebben.

In dit verband is het opvallend dat bestuursvoorzitter mr. P.J. Kalff van ABN Amro-voorzitter onlangs, zonder zichtbare aanleiding, bekendmaakte dat hem is gevraagd tot zeker mei van het jaar 2000 aan te blijven. In die maand wordt hij 63 jaar.

Bij ING treedt de huidige bestuursvoorzitter, drs. A.G. Jacobs, in mei volgend jaar af. Om een of andere reden heeft ING het nog niet nodig geacht te melden wie zijn opvolger wordt. Speculaties doen de ronde, maar de meeste waarnemers houden het er op dat de huidige vice-voorzitter van ING, G.J.A. van der Lugt, Jacobs zal opvolgen.

Van der Lugt is drie jaar en twee maanden jonger dan Kalff. Dat maakt het mogelijk een gecombineerd ING/ABN Amro, waarin ING naar beurswaarde gemeten de grootste is, nog drie jaar te laten leiden door de huidige bestuursvoorzitter van ABN Amro en vervolgens drie jaar door de bestuursvoorzitter van ING. Zo'n mogelijkheid is voor het tot stand brengen van een 'gelijkwaardige' fusie van doorslaggevend belang.

De combinatie van ING met ABN Amro is niet de enig denkbare fusie waarbij grote Nederlandse ondernemingen in de nabije toekomst betrokken zouden kunnen raken. In plaats van terug te blikken op aangekondigde fusies zou het daarom aanbeveling verdienen nu reeds aandacht te schenken aan de combinaties die nog mogelijk zijn.