Verslagenheid

Mijn hart brak voor Andrée van Es. Hopelijk klinkt dit niet pathetisch of klef. Zo is het niet bedoeld. Ik bedoel dat politiek en liefde zich soms niet laten scheiden.

Helaas beperken necrologieën zich doorgaans tot een evaluatie van het publieke bestaan van een overledene - wellicht uit vrees om impertinent een gebied te betreden dat privé is en privé behoort te blijven. Maar ook iemand die zich met hart en ziel wijdt aan de politiek, is tevens vriend, echtgenoot, minnaar, vader en dat is, misschien onmerkbaar, van invloed op het publieke beeld en bepaalt mede de schok die bij een overlijden wordt gevoeld.

Maarten van Traa is, vanzelfsprekend terecht, geprezen als een gewetensvol en gedreven politicus. Hij was meer dan politicus: een persoonlijkheid en de man van Andrée van Es. Felix Rottenberg, die Van Traa woensdagavond in Den Haag Vandaag herdacht, betrok daar op een volkomen natuurlijke, liefdevolle manier Andrée bij. Wat hij zei over het geluk dat zij samen uitstraalden, was geen obligate gelegenheidsopmerking, het raakte precies mijn eigen gevoel van verslagenheid, dat ik aanvankelijk niet goed had kunnen plaatsen.

Ik realiseerde me dat Van Traa en Van Es in mijn optiek samen het beste deel van de erfenis van de jaren zestig en zeventig beheerden. Allebei links maar niet zuur, gepassioneerd maar niet fanatiek, intellectueel maar niet arrogant. De PSP bestaat allang niet meer, maar Andrée van Es is nog altijd het mooiste meisje van die rebelse partij, terwijl Maarten van Traa in de herinnering zal blijven als de eigenzinnigste jongen van de brave PvdA. Zo ernstig, allebei, en zo vrolijk tegelijk. Maarten van Traa is het linkse geweten van de PvdA genoemd, maar het zou me niet verbazen als Andrée bij tijd en wijle als zijn linkse geweten fungeerde.

Het staat buiten kijf dat Van Traa - mede - is gevormd door wat wel de revolutie van de jaren zestig wordt genoemd. Geen enkele necrologie liet onvermeld dat hij in 1968 in Frankrijk les événements, de gebeurtenissen, meebeleefde. Emotioneel en lijfelijk: hij werd voor zijn huis in de Rue Mouffetard in het Parijse Quartier Latin door de politie in elkaar geslagen. Zijn wantrouwen jegens Het Gezag en zijn overtuiging dat de samenleving veranderbaar is, stamden uit die tijd. In een vraaggesprek met Het Parool over de revolte van '68 zei hij nog niet zo lang geleden: “Je zag dat mensen het gezag niet meer accepteerden. Je zag dat mensen vochten om meer speelruimte, om meer waardigheid in de maatschappij. Het was geen doordacht politiek project. Puur idealisme (...)”

Dat idealisme heeft Van Traa nooit verloochend. In zekere zin is zijn ontwikkeling exemplarisch voor wat zich heeft afgespeeld binnen de naoorlogse generatie met jongeren, studenten die in een paar jaar tijds een metamorfose doormaakten, niet zelden van corpsbal tot linkse activist. Vervolgens liepen de wegen van de activisten uiteen. Een fors aantal van Van Traa's jongere, onervarenere en vooral ongeduldigere tijdgenoten - onder wie Andrée van Es - koos in het verlengde van de anti-autoritaire rebellie voor radicaal-linkse politieke partijen. Zij vonden de PvdA te tam, te aangepast, te veel deel uitmakend van het establishment.

Maarten van Traa daarentegen behoorde tot degenen die het idealisme waarover hij in verband met zijn Parijse ervaringen sprak - de politieke passie die eind jaren zestig, begin jaren zeventig vooral links van de PvdA werd uitgeleefd - binnenbrachten in de sociaal-democratie. Als dat niet was gebeurd, zou diezelfde sociaal-democratie totaal versteend zijn geraakt. Hij is een van de meer bezonnen rebellen geweest, die de sociaal-democratie haar idealen wilden teruggeven.

Je hoeft zelf geen sociaal-democraat te zijn om te erkennen hoe waar het is wat Jacques Wallage over Van Traa zei, namelijk dat hij het beste vertegenwoordigde dat de sociaal-democratie te bieden heeft: “Betrokken, integer en ten diepste verbonden met de rechtsstaat.” Daar komt nog iets bij, denk ik. De relatie tussen Maarten van Traa en Andrée van Es had voor mij een welhaast symbolische uitstraling: samen vertegenwoordigden zij het beste wat de cultureel-politieke omwenteling van een kwart eeuw geleden teweeg heeft gebracht.

Dat is een van de redenen waarom ik hem als politicus vertrouwde. Zijn thema's - de rechtsstaat, de rechten van de mens, de internationale rechtsorde - waren niet toevallig gekozen. Het is evenmin toevallig dat het ook de thema's zijn die Andrée van Es als Kamerlid en later als journaliste bezighielden. Maarten van Traa behoorde tot de enkelingen - er zijn er gelukkig meer - van wie je dacht: als het erop aankomt, is de verdediging van de rechten van de mens in goede handen. Zijn verbeten verdediging van asielzoekers was hier slechts een voorbeeld van.

Sinds dinsdagnacht malen versregels van Henriette Roland Holst door mijn hoofd, die werden voorgedragen aan het graf van een mede-oprichter van de SDAP, Frank van der Goes: Overal waren enkle', o enkelen, die zich aftobden voor het socialisme, die zich zelven weggave' aan d'Idee. Overal waren zij het levende dat door zijn kracht het nauwelijks levende tot leven wekt.

Ik denk niet dat Van Traa zich heeft afgetobd voor het socialisme, maar wel voor een aantal ideeën die ook de vroege socialisten bezielden. Belangrijker is misschien nog wel dat hij behoorde tot de 'enkelen, o enkelen' die, om met de dichteres te spreken, 'overal het zout des levens zijn'.