The end of science

De Amerikaanse wetenschapsjournalist John Horgan heeft met zijn definitie van ironische wetenschap ('Een perverse boodschap', bijlage W&O, 18 oktober) een kuil gegraven voor zijn eigen ideeën. De bewering in zijn boek 'The end of science' dat de wetenschap geen fundamentele doorbraken zal maken, kan immers slechts op zeer lange termijn getoetst worden.

Horgan zelf bedrijft dus ook ironische wetenschap. Voordeel is wel dat zijn metawetenschap niet zo duur is als de verificatie van de superstringtheorie door de miljarden verslindende experimenten met elementaire deeltjesversnellers.

Is de vraag 'zijn alle fundamenten van de wetenschap reeds gelegd?' niet even fundamenteel als de vragen: waarom was er een Big Bang? En: waarom is er iets en niet niets? En dus wetenschappelijk niet te beantwoorden? Overigens is er een, volgens sommigen wetenschappelijke reden waarom 'er iets is en niet niets'. Het antwoord wordt geboden door het 'Anthropisch Principe', volgens welk het bestaan van de mens als verklaring mag worden gebruikt voor natuurverschijnselen. Enkele voorbeelden: 1) de ruimte is driedimensionaal, want bij een ander aantal dimensies is leven onmogelijk. 2) Alleen als de natuurwetten een logische samenhang hebben, kan er leven ontstaan. Omdat wij 'er zijn', zijn de natuurwetten in onze omgeving logischerwijs ook sterk mathematisch van aard. Het antwoord op de 'ultieme vraag' waarom er iets is, is dus simpelweg: omdat wij er zijn! Is dit nog wetenschap? (zei hij op ironische toon).