Schot beurshagel

Een briefschrijver zit ineens opgescheept met een miljoen gulden. Voor veel mensen blijkt zo'n bezit een nachtmerrie. Deze lezer wil zich op de beurs storten en vraagt om titels van voor hem geschikte boeken. Net als andere lezers vragen om namen van boeken over opties, om te profiteren van de beursturbulenties, alsof dat zo makkelijk is.

Boekhandelaren, met een computer met de gegevens van verkrijgbare boeken, kunnen op de trefwoorden beurs, beleggen, opties of aandelen alle titels opzoeken. Ook bibliotheken bieden deze informatie.

Geen enkel boek vertelt precies wat je met een miljoen moet doen, omdat dát afhangt van je persoonlijke situatie. De verse miljonair legde zijn probleem voor aan een adviseur en kreeg deze raad: een derde aandelen, een derde onroerend goed, een derde obligaties en laat alles beheren door de bank. Is dat een goed advies?

Nee, het lijkt meer een schot hagel, terwijl je juist doelgericht moet beleggen. Dit soort verdelingen (mix) over categorieën (assets), waar ook vreemde valuta, edelmetalen en liquiditeiten bijhoren, lees en hoor je vaak. Soms hangt die asset mix af van iemands leeftijd, ervaring, of risicoprofiel, wat dat ook zijn mag. Van tijd tot tijd moet je de mix aanpassen aan de omstandigheden. In deze dagen van koersdalingen switch je van aandelen naar contant geld. Met zo'n strategie schiet een particulier weinig op: tegen de tijd dat je weet wat er gebeurt, is de beurs al in een nieuwe fase.

Het enige wat telt is je eigen situatie: welke risico's loop ik en zijn die voldoende afgedekt. En: welke doelen wil ik bereiken, wanneer, hoeveel geld is er voor nodig en hoeveel kan ik daar ieder jaar voor opzij leggen. Uit die eisen, wensen en aannamen valt (met meer of minder hulp van een deskundige) een spaar/beleggingsplan af te leiden.

De briefschrijver schetst zijn situatie globaal als volgt. Woont samen met zijn vrienden in een koophuis (zijn aandeel is 150 duizend gulden waard), vader van twee kinderen, werkt parttime als reisleider en runt met zijn vriendin een dorpswinkel. Daarbij passen, even globaal, deze risico's en doelen.

Gezien hun werkzaamheden en vermogen, tot voor kort, zal het risico van overlijden niet overdadig geregeld zijn. Dat moet in de pas gaan lopen met de levensstijl van een miljonairsgezin. Een advies van de notaris over testamenten, het (eventuele) samenleefcontract, schenkingen aan de kinderen en zakelijke risico's van de winkel duldt geen uitstel.

Wellicht past daarbij een vijftien jaar lopende overlijdensverzekering van zeg 500 duizend gulden op het leven van de man. Dat kost circa 3.000 gulden premie per jaar, door mevrouw zelf te betalen uit eigen middelen, om successierecht te voorkomen. Laten we 40 duizend gulden (4 procent van het miljoen) op een spaarrekening zetten om de premie te betalen. Of haar eens in de 24 maanden 4.759 gulden onbelast schenken. Dat is formeel juister.

De opvoeding en scholing van de kinderen speelt een grote rol na het overlijden van de vader, hoewel die zaken ook bij de doeleinden horen. De vader kan een verzekering sluiten op naam van zijn kinderen, als de verzekeringsnemers. Die polis keert uit na zijn overlijden. De kinderen betalen de premies uit hun eigen middelen (om straks successierecht te voorkomen) en verkrijgen die middelen door de vrijgestelde schenking van vader, ter grootte van (1997) 7.933 gulden, samen 16 duizend per jaar.

Voor noodgevallen dient men bijvoorbeeld zesmaal (gezien de onzekere inkomsten) het gezamenlijke maandinkomen (8.000 gulden) achter de hand te houden. Totaal 48 duizend gulden. Door dat te combineren met de premiereserve, stellen we de liquiditeiten op 50 duizend gulden, 5 procent.

Een oudedagsvoorziening voor de partners vraagt ook de nodige middelen. Laten we aannemen dat ze over 20 jaar op hun 65ste samen 70 duizend gulden ouderdomspensioen willen ontvangen, inclusief 27 duizend gulden AOW. Ze willen die 43 duizend gulden pensioen per jaar (70 duizend min 27 duizend) zelf bij elkaar sparen, ze nemen niet deel in bedrijfspensioenen. Op hun 65ste moeten ze dan beschikken over zeg 450 duizend gulden. Als ze nu een ton (10 procent) in een aandelenbeleggingsfonds stoppen dat per jaar 8 procent netto maakt, beschikken ze na 20 jaar over de gewenste pensioenreserve.

Veronderstel dat ze op 60 jaar willen stoppen met werken, dan moet er vijf jaar lang (van 60 tot 65) 70 duizend gulden (de AOW gaat pas in op 65 jaar) op tafel komen. Dat vraagt nu een investering van 88 duizend in hetzelfde fonds. We ronden het pensioenpotje af op 200 duizend gulden (20 procent) in aandelen.

Dan de opvoeding van de kinderen. Zij ontvangen jaarlijks een schenking en betalen daar de verzekering van. De rest kan voor hun toekomstige studie (of ander doel) in spaargeld en/of aandelen gaan. Zo bouw je aan een plan dat richting geeft aan een asset mix.