Nieuwe beursfondsen: na de euforie komt de kater

Van de 16 beursfondsen die sinds 1996 in Amsterdam zijn geïntroduceerd slaagt meer dan de helft er niet in om met de AEX mee te groeien.

ROTTERDAM, 25 OKT. Met Endemol was het een jaar geleden lachen, toen André van Duin voor de nodige grappen en grollen op de beursvloer zorgde. Beleggers wilden 25 maal zoveel aandelen als beschikbaar waren. Het nieuwe beursfonds Endemol had wel acht keer verkocht kunnen worden.

De koers stoof omhoog, maar nu is het aandeel bijna 5 gulden gedaald ten opzichte van de introductieprijs van 48 gulden. In maart van dit jaar noteerde het fonds nog 63,50 gulden, maar sinds de halfjaarcijfers in april is de daling ingezet. “En met rampen als Sport 7 en Holiday on Ice is het nog een wonder dat de koers zo hoog is”, stelt directeur P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB).

“Een bedrijf gaat altijd op zijn hoogtepunt naar de beurs”, zegt H. Eijgenhuijzen, hoogleraar financiering van de Vrije Universiteit. “Natuurlijk is er bij de beursintroductie een premie van 10 tot 15 procent om de vraag op te wekken, maar binnen drie jaar blijft het bedrijf achter op de verwachtingen. Het overoptimisme slaat dan om en de belegger krijgt spijt.”

Een beursgang kent louter winnaars, althans in de publiciteit vóór en direct na de introductie. Zonder uitzondering zijn de inschrijvingen overtekend, is de prijs aan de bovenkant van de marge geprikt (of zelfs daarboven) en kan de directie met de beursleiding vrolijk met champagne op de foto.

De kater ligt op de loer. Van de zestien bedrijven die sinds 1996 naar de beurs zijn gegaan, zijn er negen niet in geslaagd om mee te groeien met de AEX. Inmiddels zijn zelfs zeven fondsen onder de introductieprijs gezakt, terwijl er twee momenteel rond de emissiekoers schommelen.

Eijgenhuijzen: “Dat de helft van de nieuwkomers snel teleurstelt is een normaal patroon. Gezien de euforische stemming tijdens de introducties zou het mij niet verbazen wanneer een grotere meerderheid de komende tijd minder gaat presteren.”

Volgens De Vries bestaat de gebruikelijke premie voor de eerste aandeelhouders niet meer en dat verklaart mede de teleurstellende prestaties. “Er is een onnatuurlijke situatie ontstaan door de enorme vraag naar aandelen.” Volgens De Vries is het beeld nog ongunstiger dan het lijkt. “Bij succesvolle fondsen als Vedior en Nutreco wordt de vraag maar beperkt gehonoreerd, terwijl je bij de mindere fondsen veel meer toebedeeld krijgt. De enige uitzondering is Endemol.”

Sinds januari 1996 hebben elf bedrijven een plaatsje op de officiële markt verkregen via een herplaatsing van aandelen (met of zonder emissie). Vijf daarvan zijn inmiddels onder de introductieprijs gedaald. Behalve Endemol zijn ook de aandelen van Toolex Alpha (toeleverancier van de cd-industrie), ICT (automatiseerder), Brunel (detacheerder) en Ispat (staalconcern) minder waard geworden.

Wanneer de ontwikkeling van de AEX-index in de vergelijking wordt meegenomen, is de conclusie over het presteren van de nieuwe fondsen nog somberder. Toen Endemol naar de beurs ging (november 1996) stond de index op 581 tegen 882 nu. Als het fonds zich in lijn met het beursklimaat had ontwikkeld zou een aandeel van het amusementsbedrijf nu zo'n 73 gulden moeten noteren.

Van de elf nieuwe fondsen hebben er vijf beter gepresteerd dan op grond van de ontwikkeling van de index verwacht mocht worden. Beleggers in Beter Bed, ASM International (toeleverancier van de chipindustrie), Vedior, Docdata (cd-producent) en Nutreco (veevoederfabrikant) kunnen tevreden zijn over hun keus. Beddenfabrikant Beter Bed, die eind vorig jaar naar de beurs ging, spant de kroon door de AEX met bijna 14 procent te verslaan.

Vedior overtref de index met 7 procent: de uitzend- en schoonmaakorganisatie van Vendex zorgde in juni van dit jaar voor commotie door de bandbreedte van het aandeel te wijzigen. Uiteindelijk werd de introductiekoers op 39 gulden geprikt, twee gulden meer dan het aanvankelijk bepaalde maximum.

Naast de introducties op de officiële markt hebben nog eens vijf ondernemingen dit jaar een notering op de startersbeurs NMAX gekregen. Alleen de producent van melkrobotten Prolion heeft de eerste maanden beter dan gemiddeld gepresteerd. De automatiseringsfondsen CSSH en UCC schommelen momenteel rond hun introductiekoers.

Automatiseerder Polydoc, die als eerste op de NMAX werd verhandeld heeft bijna 40 procent moeten inleveren in vergelijking met de eerste koers. De Vries van de VEB vreest dezelfde situatie als bij de eerder opgedoekte parallelmarkt van de beurs.“Door de vele teleurstellingen zag je dat zowel bedrijven als beleggers de parallelmarkt gingen mijden. Ook bij de NMAX ontstaat nu een verziekt klimaat. Ik vind dat hoe dan ook eisen moeten worden gesteld aan het trackrecord van een bedrijf. Laatst hoorde ik de topman van Holec zeggen dat zijn bedrijf, na de mislukte beursintroductie in september, een trackrecord gaat opbouwen zodat geen belegger meer om zijn bedrijf heen kan. Toen dacht ik: de markt heeft blijkbaar goed gewerkt.”

Prof. dr. A. Boot van de Universiteit van Amsterdam (ondernemingsfinanciering) denkt dat Holec kind van de rekening is geworden van de algemene situatie. “De markt voor introducties is in Nederland nog niet zo ontwikkeld en daardoor hebben de banken die een beursgang leiden geen specifieke reputatie. In Amerika hebben sommige underwriters zo'n goede naam, dat de belegger zonder vrees in kan stappen.”

Ook moet zich volgens Boot nog een netwerk ontwikkelen van analisten die goed naar de nieuwe beursfondsen kijken. Bij een beursgang van kleinere bedrijven zijn er nu slechts één of twee rapportjes te lezen. “Het is een kip-ei-probleem. Zolang die markt zich niet echt heeft ontwikkeld, zijn er te weinig analisten met een reputatie.”