Nederland is natie van wegkijkers geworden

Waarom veroorzaken dode biggen meer beroering dan dode Bosniërs? Omdat we de biggen konden zien sterven en de Bosniërs niet, volgens Leon de Winter.

Biggetjes zijn leuke, zachte en zielige beestjes die jaarlijks bij miljoenen worden afgemaakt. De biggenfokkers merken daar weinig of niks van zolang ze maar uit de buurt van het slachtafval blijven. Ze weten natuurlijk als geen ander waarop hun mestwerk gericht is - op biggetjesgenocide - maar gelukkig zien zij die onschuldige roze dingen niet sterven; de biggetjes worden weggehaald door gezellig keuvelende chauffeurs en ze worden ergens achter de blinde muren van een fabriek gedood met een stroomstoot of een stalen pin die dwars door de schedel wordt geschoten. Uiteindelijk leidt dat alles tot worst en lapjes, en die ervaren de meesten van ons als een oorspronkelijk product dat steriel in de koeling van de supermarkt of per ons bij de slager wordt aangetroffen.

De verschrikking van de varkenspest betrof niet het lijden van de dieren, want dat deden ze vroeger in hun kisten, tijdens transport en vlak voor de executie ook al, nee, het betrof de directe visuele en auditieve betrokkenheid van de boeren en dierenartsen bij de massale dodingen die zich nu op het erf afspeelden, vlak onder hun neus. Met weten valt te sjoemelen, niet met de aanblik van opelkaar gestapelde biggenlijkjes bij de keukendeur.

We lazen over de gewetensnood van boeren en artsen, over hun medelijden met de zeugen die nu niet meer op een natuurlijke manier met hun kroost konden omgaan (gotspe heet dat in goed Nederlands). Het was niet alleen hypocrisie die de gemoederen tot pathetische hoogten wist op te drijven, het was zonder twijfel voor een deel oprechte verbijstering over wat de dood, massaal zichtbaar, vermag te verwoesten: alles.

De schrijver J.J. Voskuil liet een paar weken geleden zien wat zijn biggenliefde kon veroorzaken: twee volle advertentiepagina's met namen van betalende biggenminnaars, allen gekweld door de gedachte aan het onmenselijke leven dat de gekiste, doodzieke biggen leiden. Ook bij hen had de directe aanblik het weten bevrijd van zijn oogkleppen. Niemand kon er meer omheen: de manier waarop onze samenleving onze biggen behandelt, deugt niet. We moeten adverteren en alles moet anders. Biggen moeten opgroeien tot volwassen varkens, ze moeten knorren en kakken en pas als ze bejaard zijn worden geslacht, niet eerder. Ook biggen hebben recht op levensgeluk, zo lang als het duurt.

Dode biggen brengen meer beroering dan dode Bosnische moslims. Die waren afgevoerd en ergens stiekem afgemaakt, in de meeste gevallen vermoedelijk door kogels, maar er waren geen foto's, geen of weinig directe ooggetuigverslagen, geen dierenartsen in gewetensnood. Het recente bezoek van een delegatie van hun weduwen, moeders en dochters stuitte op een muur van versteende onnozelheid: onze soldaten hadden er weliswaar bijgestaan maar ze hadden niets kunnen doen omdat er in hun instructies iets wezenlijks ontbrak: het mandaat, de nieuwerwetse term voor verordonneerde verdringing.

Bij terugkeer waren onze soldaten met hoem-pa-pa-orkest binnengehaald, live door de gemeenschappelijkheid op televisie uitgezonden, waardoor wij allen, collectief, een beetje besmet raakten door hun smakeloze afzijdigheid, die ondanks alles een heroïsch randje droeg. Want werd daar niet geweend, sprak onze minister Voorhoeve niet een woord van dankbaarheid, merkte daar een overste niet op hoe fier de Serviërs en hoe bescheten de Bosniërs in feite waren?

Als er beelden van kapotgeschoten moslims geweest waren, herkenbare beelden van mannen die te goeder trouw onder Nederlandse reisleiding in een bus waren gestapt om vervolgens aan een bosrand te worden afgemaakt, dan had J.J. Voskuil met een advertentie-actie voor zielige moslims succes kunnen boeken. Maar er waren geen beelden. En die twee of drie fotorolletjes die wel per ongeluk waren volgeschoten werden door een foutje in het laboratorium van het ministerie van Defensie verkeerd behandeld en daardoor vernietigd. Dat is precies de taak van een fotolab van Defensie in vredestijd: lullige beelden onder de tafel werken.

De biggen kregen hun pagina's, de Srebrenica-vrouwen kregen begrip. Geen mandaat maar volop begrip - ook een nieuwerwets woord dat de hoogste graad van verdringing beschrijft aangezien hier het weten in zekere zin wordt toegelaten zonder dat er een gewetensvolle, praktische echo volgt. Wij waren wel in staat om ons in biggen, en in mindere mate in genocide-boeren, in te leven maar niet in vrouwelijke mensen die om duidelijkheid en opening van zaken smeekten. Hoeveel militairen die met die moslimvrouwen een gesprek vol begrip voerden hebben hun steentje aan Voskuils actie bijgedragen? Huiverend bij de aanblik van gepeste biggen en mandaatloos in Srebrenica.

Enkele aardige jonge mannen werden het afgelopen jaar door dronken gekken doodgeslagen. We legden bloemen op de plekken waar ze verrot getrapt waren, we staken kaarsen op en huilden. Jonge levens die nooit tot bloei zouden komen, net als de biggen in de knop geknakt. Eenieder kon het zich voorstellen: naar de film geweest, nog even een drankje ergens, de fiets van de lantaarnpaal losgemaakt, en de confrontatie met het bezopen geteisem dat een andere passant inelkaar mept. Elk van ons had een van die dode jongens kunnen zijn. We konden het ons zo gemakkelijk voorstellen dat het inachtnemen van een minuut stilte een makkie was. Een uur had ook gekund.

We vroegen ons af wat die gekken tot gekken maakten. Volgens een rechtbank had een van de moordenaars een persoonlijkheidsstoornis (wie zonder persoonlijkheidsstoornis is werpe de eerste steen), maar deze was niet ernstig genoeg voor TBS. Was drankmisbruik de doorslaggevende factor bij die moordlust? Is het dus verstandiger om 's avonds niet meer de straat op te gaan en bij het waarnemen van een staaltje zinloos geweld te bedenken dat je, ondanks je overlopende begrip, geen mandaat hebt om in te grijpen? Dat moet het geweest zijn: de vermoorden hadden ingegrepen zonder mandaat, en daar komen rampen van. Wat ontberen de benevelde potentiële moordenaars tijdens hun zuip- en vernieltochten?

Inlevingsvermogen.

Wat onze soldaten in Srebrenica bewust moesten mobiliseren om hun geweten niet te veel te belasten (thuis wachten vrouw en kinderen en de volgende ronde van de Champions League belooft weer veel spanning en sensatie), ontstaat ook na het gebruik van dertig glazen pils. Het onvermogen om je in de positie van een ander in te leven.

De jaren zestig heeft vele illusies voortgebracht en een van de hardnekkigste is wel die van de zelfontplooiing en zelfontdekking. Minder de ander en meer jezelf. Overschrijd je grenzen, zoek je diepste ik en let niet op je buurman. Eigen genot eerst.

Materiële overvloed, vrije tijd en exotische instant-religies steunden de gedachte dat het tijdperk van het grenzeloze ego was aangebroken. Iedereen moest doen waar hij zin in had en daarbij met rust gelaten worden. Vrijblijvendheid kon worden gevierd als een nieuwe ideologie. Staatssocialisme, Ho Tsji Minh en Fidel waren hip zolang ze maar niet tot plichten leidden.

Biggen worden gemest om te worden gedood, zo eenvoudig is het. Voordat het lapje vlees het bord bereikt, wordt er geleden en gestorven. Wie vlees eet dat al of niet in kisten is gekweekt, is medeplichtig aan de massamoord op varkens en koeien. Geen advertentie, geen zielige zeug, kan ons van dat bloederige feit ontlasten. De identificatie met de zielige pestbig is net zo wezenloos als de gewetensnood van de varkensfokker. Zolang de uiterste consequentie niet wordt getrokken - en dat is niets minder dan de weigering om vlees van zoogdieren te eten en het fokken van die beesten voor de consumptie - dan is elke advertentiedaad vrijblijvend.

Van het varkenshaasje naar Srebrenica is slechts een kinderstapje. Gelukkig was er een gebrekkig mandaat, waardoor onze nationale vrijblijvendheid, de hoeksteen van onze samenleving, geen deuk kon oplopen. Elk van onze jongens ter plekke was ervan doordrongen dat het geen zin had om voor zoiets vaags als menselijkheid en fatsoen te sterven, dat het zinniger was om toe te kijken dan het hapje en drankje bij terugkeer mis te lopen. Je bent militair omdat je in all purpose vehicles wilt rondscheuren, net als bij de Camel Trophy, zo vertellen de leger-commercials ons, niet om ergens in de Balkan voor ongewapende moslims te sneuvelen. De legerlaborant die die fotorolletjes verminkte of verdonkeremaande, heeft ons volk een grote dienst bewezen. Hij zal wel net als Karremans een fijne buitenlandse attaché-bevordering genoten hebben.

Het akelige van die straaterreur-doden is niet dat we ons zo makkelijk met hen kunnen identificeren, maar dat ze ons eraan herinneren dat we al zevenenvijftig jaar een samenleving van wegkijkers, doorlopers en laboratoriumzwendelaars zijn, driftig op jacht naar de volgende kick, trend of lifestyle.

En wat een mazzel, die varkenspest. Hebben we toch een beetje het gevoel dat we ons ergens druk over maken.