Milieupolitiek

DE ZORG VOOR het milieu is een van die onderwerpen in de politiek waarvan het belang door geen van de partijen wordt betwist. Algemeen is de erkenning dat geen sprake kan zijn van een ongebreidelde economische groei zonder aanvullende maatregelen om het milieu te ontlasten. Dat bleek ook deze week weer eens in de Tweede Kamer waar de laatste begroting van minister De Boer (Milieu) werd besproken en alle woordvoerders bij die gelegenheid de noodzaak van een goede milieupolitiek bepleitten.

Tegelijk werd nog eens duidelijk hoe weerbarstig de materie is. De genomen maatregelen sorteren weliswaar effect, maar omdat de consumptie doorgroeit, valt het nettoresultaat toch tegen. Een spaarlamp is beter voor het milieu, maar als deze gebruikt wordt om 's avonds de tuin te verlichten - iets dat steeds vaker gebeurt - schiet het milieu er per saldo weinig mee op. Hetzelfde verhaal gaat op voor de auto. De uitstoot van schadelijke stoffen is aanzienlijk verminderd, maar er worden jaarlijks wel meer kilometers afgelegd.

Milieubeleid heeft hierdoor veel weg van dweilen met de kraan open. Er is slechts de wetenschap dat zonder ingrepen het milieu nog verder belast zou zijn. Maar voor een beleid dat wervend wil zijn is de constatering 'minder meer' niet veel. Al snel dreigt milieubeleid daardoor bij de buitenwereld het stempel te krijgen van een goede-bedoelingenpolitiek. Voor een beleid dat het bij uitstek moet hebben van maatschappelijk draagvlak is dat funest.

KAN HET ANDERS? Hoewel de geluiden van de lobbygroepen voor het milieu anders doen vermoeden, bevindt Nederland zich in de voorhoede met beleid dat verdere aantasting wil tegengaan. Tekenend is dat minister De Boer voor het tweede achtereenvolgende jaar 750 miljoen gulden toegeschoven heeft gekregen om de negatieve gevolgen van hogere economische groei op het milieu te verminderen. Genoeg is het natuurlijk, maar uit het feit dat een dergelijk bedrag politiek nauwelijks ter discussie staat, spreekt toch een bepaalde mentaliteit.

Dat betekent overigens niet dat de minister van Milieu haar zaak niet hoeft te bevechten. Integendeel. Op haar rust de ondankbare taak aandacht te vragen voor de keerzijde van de economische groei. Terwijl de anderen in een stemming van euforie verkeren wegens de oplopende conjunctuur, ziet zij haar problemen slechts verergeren. Een vervelende boodschap uitdragen als het goed gaat, is moeilijk. Niet voor niets zei minister De Boer eerder dit jaar dat zij in het kabinet haar zaken achter 'helsdeuren' had moeten wegslepen.

Het veel gehoorde verwijt aan het adres van de minister - ook bij milieuspecialisten in de Tweede Kamer - dat zij haar zaken niet goed bepleit, doet daarom ook zo vreemd aan. Strikt genomen is de minister zelfs de laatste die zou moeten worden aangesproken op falend milieubeleid. Zij moet immers de ruimte daarvoor van haar collega's krijgen. De minister kan hooguit verweten worden te veel verwachtingen te wekken.

Wat dit laatste betreft is De Boer in dezelfde val gelopen als haar voorgangers. Stuk voor stuk raakten zij bevlogen door het onderwerp en werden doordoor soms meer missionaris dan bestuurder. Toen zij drie jaar geleden aantrad, maakte de minister een nuchtere indruk door met nadruk te stellen dat zij niet zozeer nieuw beleid wilde voeren, maar veel meer zag in het tot stand brengen van de reeds in het verleden geformuleerde doelstellingen. Inmiddels hanteert de minister, zeker voor de nieuwe kabinetsperiode, nieuwe en hogere doelstellingen. Het is een lofwaardig streven de lat hoger te leggen, maar als het al zo moeilijk blijkt de reeds gemaakte afspraken na te komen, dreigt de minister zich al op voorhand te isoleren.

MILIEUBELEID IS een beleid van lange adem. De met veel tromgeroffel gepaard gaande positiebepalingen die vooraf gaan aan de komende klimaatconferentie in het Japanse Kyoto laten zien hoe moeilijk het is op mondiale schaal maatregelen te treffen. Tegen die achtergrond is Nederland zijn tijd ver vooruit. Maar even duidelijk wordt hierdoor nog eens hoe relatief een nationaal milieubeleid is. Een nieuw paars regeerakkoord moet groen zijn, vindt minister De Boer. Dit suggereert toch weer dat het milieuprobleem binnen de landsgrenzen kan worden opgelost. Het milieu trekt zich echter weinig aan van grenzen en dus ook niet van nationale (groene) regeerakkoorden.