Integratie Nieuwegeinse zigeuners volledig mislukt

De gemeente Nieuwegein is nu twintig jaar in de weer met een kleine groep onder haar inwoners, de Roma, in de volksmond aangeduid als zigeuners. Zij kunnen zich niet schikken in het huisje-boompje-beestje van het Nederlandse 'suburbia'.

NIEUWEGEIN, 25 OKT. Er hangt een serene rust in de wijk Batau Noord in Nieuwegein. Een peuter rijdt rondjes op zijn driewieler en een bejaarde vrouw kijkt achterdochtig vanachter de vitrage naar buiten.

De angst zit er goed in bij de buurtbewoners sinds de recente berovingen op straat door zes Roma-kinderen, van wie vijf onder de twaalf jaar. Vooral ouderen werden beroofd.

De bewoners ergeren zich ook aan de geluidsoverlast, het zwerfvuil en de foutgeparkeerde auto's, waarvoor zij de Roma-gemeenschap verantwoordelijk houden. “De mensen durven de straat niet meer op”, zegt een buurtbewoner die anoniem wil blijven. “Ze durven kinderen niet aan te spreken op hun gedrag, uit angst voor represailles. De zigeuners hebben een hechte onderlinge band. Voor je het weet, staan ze met hun hele familie voor de deur.”

De Roma-gemeenschap in Nieuwegein - veertig gezinnen - voelt zich opgelaten. Woordvoerster Kostana Jovanovic erkent dat er soms sprake is van onaanvaardbare geluidsoverlast. “De Roma hebben nu eenmaal een harde stem. Bovendien zijn de Nederlandse woningen niet afgestemd op grote gezinnen met zeven of acht kinderen. Daarom willen we een eigen kamp waar we rustig kunnen leven. Daar zijn we tenminste niemand tot last.”

Jovanovic bevestigt dat crimineel gedrag de Roma een slechte naam heeft bezorgd. “Maar denk niet dat onze gemeenschap criminaliteit goedkeurt. Het is een schande om oude mensen te beroven. Die kinderen hebben thuis vreselijk op hun flikker gehad. Maar wij worden door de buurtbewoners direct over één kam geschoren en dat is onterecht.”

Nu de Roma zich op een eigen terrein willen terugtrekken, is het gemeentebestuur van Nieuwegein tot de conclusie gekomen dat twintig jaar integratiebeleid is mislukt.

Deze groeigemeente nam in 1978 zeventien Roma-gezinnen op. Zo'n negentig personen uit het voormalig Joegoslavië begonnen aan een nieuw bestaan. In twee tot drie jaar tijd, zo hoopte de gemeente, zouden de Roma volledig zijn geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. De landelijke overheid stak enkele miljoenen guldens in banenplannen en onderwijsprojecten. Twintig jaar later kunnen alleen diegenen die hier als baby kwamen, of die hier werden geboren, Nederlands spreken en verstaan.

De meeste Roma zijn werkloos, slechts een handjevol kinderen gaat regelmatig naar school en praktisch elk gezin krijgt een uitkering van de sociale dienst.

Wethouder R. van der Nat (welzijn en sociale zaken) erkent dat het integratieproces volledig is mislukt. “Eind jaren zeventig hadden we er geen flauw benul van hoe langzaam en ingewikkeld zo'n proces verloopt”, zegt ze.

“Te vaak is geredeneerd, dat wij Nederlanders weten wat goed voor ze is. Daarbij vergaten we soms te vragen waar de Roma zelf behoefte aan hadden. Maar we hebben geleerd van de fouten uit het verleden.”

De Roma worden niet langer 'doodgeknuffeld'. Ze krijgen nu te maken met een 'lik-op-stukbeleid'. Deskundigen van onder meer de sociale dienst en de Raad voor de Kinderbescherming, verenigd in het Netwerk Zigeuneropvang Nieuwegein, werken nauw samen met de gemeente om het schoolverzuim onder de Roma-kinderen tegen te gaan.

Jongeren die weigeren een beroep te leren, krijgen geen uitkering meer. Jonge kinderen die anderen beroven, krijgen meteen te maken met de Raad voor de Kinderbescherming. Die kinderen kunnen eventueel uit huis worden geplaatst.

“We zijn in het verleden te lankmoedig geweest”, zegt wethouder Van der Nat. “Nu laten we merken waar de grenzen liggen. Als er zaken worden geconstateerd die niet door de beugel kunnen, stellen wij daar een duidelijke reactie tegenover.” De wethouder staat welwillend tegenover een eigen kamp voor de Roma en zij gaat de komende maanden onderzoeken of dit mogelijk is.

De inspanningen van de gemeente zijn niet langer gericht op volledige integratie. Veel belangrijker is het de kinderen naar school te krijgen. Het 'zigeunernetwerk' heeft de eerste en tweede generatie Roma wat het onderwijs betreft afgeschreven. Volgens voorzitter H. van Eekelen zijn ze te oud en te zelfstandig om nog in de schoolbanken te gaan zitten. De hoop is nu gevestigd op de derde generatie, die als voorbeeld moet dienen voor de rest van de gemeenschap.

Woordvoerster Jovanovic: “De Roma willen zich heus wel aanpassen. We zullen met kleine stapjes vooruitgaan. De meeste jongeren zijn best bereid te werken. Ik ben ervan overtuigd dat de derde generatie het wel gaat maken. Maar wij willen door de gemeente niet als tweederangs burgers worden behandeld. Roma zijn ook mensen.”