HOTSPOTS

Natuurlijk kan het Wereld Natuur Fonds, dat zoveel uitstekende activiteiten in het buitenland onderneemt, niet gul genoeg worden ondersteund. Sinds enige jaren treedt het WNF-Nederland in eigen land ook steeds meer op de voorgrond, zoals met het propageren van het door particulieren bedachte Plan Ooievaar.

Opnieuw springt het WNF op een intercity, maar dit keer wel wankel, op de onderste trede van de laatste wagon. Volgens verslaggever F.G. de Ruiter (W&O, 18 oktober) komt het WNF met het plan om in Nederland, 'als eerste stap', twee bossen voor natuurlijk beheer te bestemmen (in Europa totaal 100 'hotspots').

Maar de overheid heeft ingevolge het Bosbeleidsplan van 1994 reeds een reeks van bossen geselecteerd, waar de natuurrijkdommen nog van dusdanige aard zijn, dat ze tot de status van 'A-locatie' zijn verheven. In Gelderland zijn al 75 A-locaties aangewezen, in Limburg 38, sommige met bufferzones. Daarnaast zullen er selecties plaatshebben van boscomplexen met voor bepaalde regio's karakteristieke combinaties van verschillende bosgemeenschappen, al of niet A-locaties omvattend. Weliswaar zie ik dit laatste ook maar als 'eerste stappen', want qua aandeel van het gehele bosareaal vrees ik een matig oppervlak aan natuurlijke boscomplexen.

Niettemin, het WNF loopt hier toch achter de feiten aan. Wanneer het ook in Nederland daadwerkelijk voorop wil gaan in de strijd voor meer natuur, dan heb ik een voorstel. Probeer op die trein te springen en kom eens op voor de Veluwe! In dit grootste natuurgebied van Nederland moet de bosbouw de boventoon blijven voeren, terwille van een schriele twee procent nationale houtvoorziening - aan reclame verdwijnt meer papier in de brievenbussen. Op de Veluwe kán een grootscheepse natuurlijke ontwikkeling in gang worden gezet, óók met paarden, runderen en wisenten: herbivoren die van oorsprong een grote invloed hebben op de structuur van de vegetatie.