Hongaren in Slowakije hopen op 'Roemeens' scenario

De Hongaarse minderheid voelt zich al jaren slecht thuis in het Slowakije van premier Vladimiír Meciar. Dat gevoel is nog toegenomen door Meciars recente suggestie dat de minderheid naar Hongarije mag vertrekken.

KOMÁRNO, 25 OKT. Aan pesterijen uit Bratislava is Komárno wel gewend. Ze horen bij het leven van de Hongaarse minderheid in Slowakije. Alle Hongaarse opschriften bij het museum van de Hongaarse schrijver Mór Jókai moesten vorig jaar ineens worden verwijderd. Er kwamen Slowaakse bordjes voor in de plaats. Voor het eerst in zeventig jaar mocht het Hongaarstalige János Selye-gymnasium geen tweetalige schoolrapporten meer uitgeven. De nieuwe Slowaakse taalwet schrijft rapporten in het Slowaaks voor. “Wij Hongaren lijken misschien overgevoelig”, zegt dr. Barnabás Ipóth, directeur van het gymnasium. “Maar voor mensen die hier al generaties lang wonen, zijn dit hele grote gebeurtenissen”.

Komárno heet wel 'de geheime hoofdstad' van de Hongaren in Slowakije. Op het plein voor het stadhuis staat het standbeeld van de Hongaarse generaal Klapka. Restaurants die open zijn, zetten op hun raam zowel nyitva (Hongaars) als otvorene (Slowaaks). Van de 40.000 inwoners is 85 procent Hongaars. Ze spreken Hongaars en noemen hun stad Komárom, net als de Hongaarse stad aan de andere kant van de grens, aan de overkant van de Donau.

De Hongaren in Komárno zijn voorzichtig, op het schuwe af, en diplomatiek. Ze willen het sluimerende conflict tussen de minderheid van 600.000 zielen (10 procent van de bevolking) en de nationalistische Slowaakse regering in Bratislava vooral niet oppoken. Praktisch-creatief proberen ze de regels uit Bratislava (dat ze consequent met zijn Hongaarse naam Poszony noemen) bij te buigen. Zo moeten Hongaarse echtparen om te voldoen aan de nieuwe taalwet elkaar in het stadhuis in het Slowaaks het ja-woord geven, ano in plaats van het Hongaarse igen. Maar de rest van de ceremonie is in het Hongaars. “Zolang er geen taalwetinspecteur bij is, is het eigenlijk geen probleem”, meent de Hongaarse loco-burgemeester László Stubendek. “Maar die is hier nog nooit langs geweest”.

Sinds 1994 voelen de Hongaren zich steeds minder thuis in Slowakije. Toen kwam de regering van premier Vladimír Meciar aan de macht. De ene maatregel na de andere beperkte de rechten van de Hongaarse minderheid, ondanks protesten uit het buitenland. In de 523 gemeenten in het zuiden van Slowakije, waar de Hongaren leven en in de meeste gevallen in de meerderheid zijn, vielen de kleine provocaties lang wel te omzeilen. Maar de echte schok kwam in augustus, toen Meciar volgens de Hongaarse premier Horn tijdens een ontmoeting een drastische oplossing van het minderhedenvraagstuk voorstelde: een “vrijwillige ruil”, waarbij de Hongaren in Slowakije kunnen “terugkeren” naar Hongarije, als ze dat willen. De Slowaakse minderheid in Hongarije was welkom in Slowakije.

Meciar ontkende later van een uitwisseling van bevolkingsgroepen te hebben gesproken. Het kwaad was echter geschied. Het voorstel riep bij de Hongaarse minderheid traumatische herinneringen op aan de deportaties na de Tweede Wereldoorlog, toen 73.000 Hongaren uit Tsjechoslowakije onder dwang naar Hongarije verhuisden, en werden vervangen door 71.000 Slowaken uit Hongarije. “De spanningen tussen de Hongaren en Slowaken en binnen de groepen zelf zijn door de uitlatingen van Meciar duidelijk toegenomen”, zegt Pál Csáky, fractievoorzitter van de Hongaarse Christen-democratische Beweging (MKDM). “De Hongaren waren verbijsterd. Ik werd elke tien meter op straat aangehouden door mensen die me vroegen: hoe durft een politicus in Slowakije zoiets vandaag de dag te zeggen?”

Verkiezingen hebben er zeker mee te maken. Volgend jaar loopt de termijn van de regering-Meciar af. Meciar vreest een verbond tussen Slowaakse oppositiepartijen en de drie Hongaarse partijen in het parlement. Enige anti-Hongaarse hysterie doet het goed bij een deel van het electoraat. In Hongarije zijn volgend jaar ook verkiezingen. Voor de Hongaarse oppositiepartijen zijn de minderheden in het buitenland ook een geliefd electoraal thema. Ze verwijten de regering van premier Gyula Horn “niet genoeg te doen” voor de Hongaarse minderheden. Horn kiest voor stille diplomatie en het garanderen van de rechten van minderheden in bilaterale verdragen, een politiek waarvoor hij in het buitenland veel is geprezen.

Volgens de Hongaarse specialist en historicus László Szarka heeft de gewone Hongaar weinig op met de landgenoten over de grens. “Er zijn de afgelopen jaren 200.000 Hongaren uit Roemenië naar Hongarije gekomen, en 60.000 uit de Vojvodina [in Servië]. De mensen zien hen vooral als concurrenten op de arbeidsmarkt. Ze vinden dat de Slowaakse Hongaren vooral in Slowakije moeten blijven. Alleen de Hongaarse intelligentsia is in het probleem geïnteresseerd.”

Slowaken van hun kant wantrouwen de Hongaren. Slowakije maakte eeuwenlang deel uit van Hongarije en al die tijd voelden de Slowaken zich tweederangs burgers. Nu ze hun eigen staat hebben en op zoek zijn naar een nationale identiteit, zetten ze zich af tegen de Hongaren. Ze ergeren zich aan de welbespraakte politici van de Hongaarse partijen, die met hun eisen van bestuurlijke autonomie en een taalwet gemakkelijk steun vinden in het buitenland. Ook de Hongaren in Hongarije wekken wrevel, omdat ze volgens de Slowaken bij elk wissewasje over een schoolrapport in Komárno meteen op hun achterste benen staan. Slowaken vinden dat de Hongaarse arrogantie is toegenomen nu Hongarije zeker is van toelating tot de NAVO en de EU, terwijl Slowakije wegens het ondemocratisch gedrag van Meciar moet wachten.

Peter Burian, de directeur-generaal voor het minderhedenbeleid op het Slowaakse ministerie van Buitenlandse Zaken, wil het minderhedenvraagstuk “zo snel mogelijk depolitiseren”. Hij vreest dat er anders niets komt van de uitvoering van het basisverdrag tussen Hongarije en Slowakije uit 1995, dat de bilaterale betrekkingen regelt. De partijen zijn het nog steeds niet eens over de vertegenwoordiging van de Hongaarse minderheid in de werkgroepen die moeten toezien op naleving van het verdrag.

“De rechten van de minderheden zijn in Slowakije op Europees niveau”, meent Burian. “Het onderwijsniveau van de minderheden is hier hoger dan in elk ander land in de regio. Wegens geldgebrek zijn er wat scholen gesloten, Slowaakse èn Hongaarse. Voor de Slowaakse scholen wordt dat als normaal beschouwd, over de Hongaarse ontstaat meteen een poltieke rel. Terwijl de Hongaarse regering tegen ons zegt dat er geen geld is voor Slowaakse scholen in Hongarije.”

Het is de standaard-benadering van de Slowaken: bij ieder gesprek over de Hongaarse minderheid voeren ze de Slowaakse minderheid in Hongarije op. Maar die minderheid is vrijwel geheel geassimileerd: van de naar schatting 110.000 Slowaken in Hongarije gebruiken naar eigen zeggen nog maar 16.000 mensen Slowaaks als taal. De Hongaren in Slowakije zijn om historische en geografische redenen veel meer Hongaar gebleven.

De Hongaren in Slowakije weten dat de stembus volgend jaar cruciaal zal zijn voor hun positie. Ze kijken hoopvol naar Roemenië, waar de Hongaarse minderheid na de verkiezingen van vorig jaar in de regering werd opgenomen en waar hard gewerkt wordt aan een historische verzoening. De spanningen tussen Hongaren en Roemenen zijn snel afgenomen.

Dat kan ook in Slowakije, meent de Hongaarse politicus Csáky: “Het probleem bestaat niet tussen burgers onderling, maar tussen burgers en de macht.” Hongaren en Slowaken wonen, werken en besturen in honderden gemeenten in twee talen zonder problemen samen. Er is geen Hongaarse afscheidingsbeweging, er is geen vervolging van Hongaren zoals onder het communistisch bewind in Roemenië, er is nog geen bloedneus bij een etnische vechtpartij geregistreerd. En in welke taal het jawoord dan ook moge klinken, in het stadhuis van Komárno wordt nog steeds eens per week een gemengd huwelijk voltrokken.