Galileo detecteert organische stoffen op twee Jupitermanen

Aan het oppervlak van de grote manen Callisto en Ganymedes bevinden zich organische verbindingen. Dat blijkt uit waarnemingen door de Amerikaanse Jupiterverkenner Galileo. De verkenner die sinds december 1995 in wijde banen om Jupiter draait en daarbij steeds een andere maan passeert, heeft een instrument aan boord dat reflectiespectra in het nabij-infrarood kan opnemen.

In de spectra van Callisto en Ganymedes zijn op vijf golflengten gelijksoortige absorptiedetails gevonden, wat er op wijst dat aan het oppervlak van deze manen dezelfde verbindingen voorkomen en dezelfde processen plaatsvinden.

De reflectiespectra van Callisto en Ganymedes worden gedomineerd door de absorptiekenmerken van waterijs. Uit de enorme databestanden werden als beste andere kandidaten gehaald: kooldioxide, organische verbindingen zoals cyaan-bevattende tholinen, zwaveldioxide en verbindingen die een SH-groep bevatten (zoals die voorkomt in mercaptan en thiofenolen). De meeste van deze verbindingen zijn te vluchtig om lange tijd aan het oppervlak van de manen te kunnen blijven bestaan. Waarschijnlijk zijn zij in kleine concentraties ingesloten in het ijs (Science, 10 okt).

Volgens de astronomen kunnen sommige moleculen worden ontleed door de ultraviolette straling van de zon en de energierijke deeltjes uit de magnetosfeer van Jupiter. Deze externe energiebronnen zouden dus een rol kunnen hebben gespeeld bij de fabricage van de nu ontdekte verbindingen. Bovendien zullen ze grafiet produceren uit de voorhanden zijnde koolstofhoudende moleculen. De mogelijkheid dat er langs deze weg ook 'leven' zou kunnen ontstaan, kan gevoeglijk worden uitgesloten.