Franse 'burgeroorlog' over 35 uur

Veel Franse werkgevers verzetten zich fel tegen het plan van de regering in het jaar 2000 een verplichte 35-urige werkweek in te voeren. Hun voorzitter trad zelfs af. “De ideologie heeft gewonnen van de rede.”

PARIJS, 25 OKT. Frankrijk gaat per 1 januari 2000 over op een algemene 35-urige werkweek. Zo heeft de regering-Jospin besloten en bekend gemaakt, de wetsontwerpen volgen. Werkgeversvoorzitter Jean Gandois voelt zich “bedrogen”. Hij is afgetreden om plaats te maken voor een 'killer'.

Het sociaal overleg, een nieuwigheid voor Frankrijk waar premier Jospin sinds zijn aantreden in juni één van zijn paradepaardjes van had gemaakt, is een flop geworden. De Nationale Salarisconferentie van 10 oktober is uitgelopen op een regeringsdictaat, waarbij de bonden vooral hun zin kregen, en de werkgevers het gevoel kregen dat zij voor niets aan het lijntje waren gehouden.

Het nationaal overlegklimaat is volgens sommigen in meer dan tien jaar niet zo slecht geweest. Twee jaar geleden werd nog op landelijk niveau een akkoord over flexibilisering van de arbeid overeengekomen, nu spreken werkgevers en werknemers elkaar op centraal niveau überhaupt niet. Binnen de kring der werkgevers is de verleiding groot geweest uit alle bestaande overlegorganen te treden en alleen nog maar in termen van oorlog met bonden en een medeplichtige regering om te gaan.

De gebruikte taal is meer dan eens ontleend aan de krijgskunde, zowel bij werkgevers als vakcentrales, maar in werkelijkheid blijkt in bedrijven en bedrijfstakken in heel wat gevallen flexibeler te worden onderhandeld. Terwijl het woord 'flexibilisering' taboe is in werknemerskring, wordt in menig bedrijf noodgedwongen overgegaan op arbeidstijd per jaar, om te kunnen reageren op hoogte- en laagtepunten in de vraag.

Bovendien hebben heel wat bedrijven gebruik gemaakt van de Robien-wet, een initiatiefwet uit de regeringsperiode-Juppé, die premieverlaging biedt voor arbeidstijdverkorting in ruil voor creatie van nieuwe banen. De algemene kaderwet en de bijbehorende stimulerende maatregelen van minister Martine Aubry die nu ter discussie staan, gaan in de zelfde richting maar pretenderen eenvoudiger en verstrekkender te zijn.

Aubry verlokt bedrijven volgend jaar al over te gaan tot arbeidstijdverkorting: doen zij dat voor 10 procent en nemen zij 6 procent extra mensen aan, dan krijgen zij een korting op de werkgeverslasten van 3000 gulden per jaar per werknemer. Verkorten zij de werktijd met 15 procent en nemen zij 9 procent meer mensen aan, dan stijgt de premiekorting per werknemer tot iets meer dan 4000 gulden.

De werkgevers moesten er niets van hebben, ook al pleiten zij jaar in jaar uit voor lastenverlaging ('beëindiging van de straf op arbeid'), de geboden lokkers konden niet wegnemen dat zij een voor ieder bedrijf geldende verplichting over te gaan op een 35-urige werkweek een ramp vonden en vinden.

“De ideologie heeft gewonnen van de rede”, aldus een zwaar teleurgestelde Gandois op de trappen van Jospins ambtspaleis Matignon. “Deze maatregel is slecht voor de werkgelegenheid, slecht voor Europa en slecht voor de euro.”

Een belangrijke doorbraak kwam deze week toen de werkgevers in het bankbedrijf zich, zij het na lange interne strijd, bereid verklaarden met de vakbeweging te gaan onderhandelen over de 35 uur. De bonden reageerden ingenomen, de regering zag eindelijk licht aan het eind van de tunnel.

Maar de prijs die de banken vragen is fors: tegelijk moet de uitzonderlijke, direct na de Tweede Wereldoorlog afgekondigde collectieve 'conventie' voor het bankbedrijf op de helling. In die wederopbouwtijd sloegen De Gaulle en de communisten de handen ineen, concurrentie was een luxe die een land in dermate precaire omstandigheden zich niet kon veroorloven. Sindsdien is de regeling, die niet geldt voor de Postbank en een aantal (staats-)spaarbanken, in principe ongewijzigd gebleven. Salarisschalen, openingstijden, ontslag alleen op anciënniteitsgronden - alles ligt vast, en heeft er toe bijgedragen dat de Franse banksector tot de minst rendabele van Europa behoort.

Het doel van de hele 35-uurs-operatie is nobel en wordt door niemand bestreden: iets doen aan de werkeloosheid van bijna 13 procent. Maar het middel is hoogst omstreden, volgens vrij veel economen en de meeste werkgevers, achterhaald in zijn rigiditeit en elders nauwelijks meer vertoond.

Het enige lichtpunt voor Jospins ATV-offensief, bij de banken, is de flonkering van een tweesnijdend zwaard: in een noodgedwongen archaïsche branche, waar het privé-ondernemerschap aan archaïsche beperkingen is onderworpen, tekent zich een strijd om werkelijke modernisering af. De 35 uur is daarbij als detail wel mee te nemen.

In de meer moderne sectoren laat deze verdeling van de armoede aan werk zich waarschijnlijk alleen afdwingen bij bedrijven die het toch al uitkwam. Als het voor de werkeloosheidscijfers helpt, is het meegenomen. Net als de ATV in Nederland, zoals men hier steeds vaker schrijft.