Een bufferstaat in ASEAN

SINGAPORE, 25 OKT. Begin dit jaar leek de Westerse druk op de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen (ASEAN) om Birma als nieuw lid te weigeren, effect te hebben. Ministers van Buitenlandse Zaken van de toen nog zeven leden van ASEAN - Brunei, de Filippijnen, Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand en Vietnam - bogen in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur het hoofd over de drie genomineerde leden: Birma, Cambodja en Laos.

Politieke onrust in Cambodja en het almaar groeiende internationale protest over de mensenrechtensituatie in Birma leken ASEAN's ambities voor uitbreiding tot de 'perfecte tien' te doorkruisen, juist in het jaar dat de organisatie haar 30-jarig bestaan wilde vieren.

Maar toen de buitenwereld aan uitstel dacht, drukten de ASEAN-ministers toch hun plan door. Hoewel het niet openlijk werd gezegd, lag de hoofdreden voor die beslissing bij de machtige noorderbuur China. ASEAN wil de banden met Birma aantrekken omdat het land, onder leiding van een junta, geen vooruitgeschoven post mag worden van China. China is de grootste leverancier van militair materieel aan Birma en het geeft ook uitgebreide economische hulp. Isolatie van Birma zou China in de kaart spelen omdat het land zo de strategisch belangrijke toegang tot de Indische Oceaan zou krijgen.

Birma trad daarom afgelopen zomer wel toe tot ASEAN. En hoewel de jaarvergadering wat ontsierd werd door de staatsgreep in Cambodja (waardoor toetreding van dat land werd uitgesteld) was ASEAN in een belangrijke opzet geslaagd: met Birma als lid worden China's territoriale en politieke ambities in de regio ingedamd.

Die ambities van China - die recentelijk ook tot uiting kwamen bij de soevereiniteitsaanspraken over de betwiste Spratley-eilanden in de Zuid-Chinese Zee - zijn in het bestaan van ASEAN voortdurend een drijfveer voor besluiten geweest. ASEAN werd op 8 augustus 1967 opgericht als landenbuffer tegen het communisme dat destijds via Vietnam leek op te rukken in de regio. Sinds de val van de Muur richt de rijk geschakeerde ASEAN zich vooral op politieke en economische integratie en stabiliteit in de regio. Maar ook anno 1997 is China voor de Zuidoost-Aziaten nog steeds de factor waar veel, zo niet alles om draait.