Deetman uit kritiek op stelsel beurzen

UTRECHT, 25 OKT. Oud-minister van Onderwijs W. Deetman, geestelijk vader van de basisbeurs, sluit zich aan bij de kritiek op het huidige stelsel van studiebeurzen. Hij vindt 'zijn' stelsel, ooit bedoeld om de student een zekere zelfstandigheid te geven, “niet adequaat meer”.

Dat zegt Deetman, thans burgemeester in Den Haag, in het blad Academia van de vereniging van universiteiten VSNU. “Belangrijk was ten tijde van de invoering het grote goed van zelfstandigheid van de student. Dat beeld is totaal veranderd.”

Zo wil bijvoorbeeld Deetmans eigen partij, het CDA, de studiebeurs sterker laten afhangen van het ouderlijk inkomen. Ook stelt de voormalig bewindsman dat “vanwege alle beperkingen en bezuinigingen het stelsel niet meer lijkt op wat mij in 1986 voor ogen stond”.

Sinds de invoering in 1986 is de Wet op de studiefinanciering liefst vijfenvijftig keer gewijzigd. Van de basisbeurs kan nog net de kamerhuur worden betaald en studenten moeten anders dan in 1986 voldoen aan scherpe prestatie-eisen.

Een commisie onder voorzitterschap van de Friese commissaris van de Koningin Hermans zal het kabinet volgende maand adviseren over een nieuwe opzet van de studiefinanciering. Het huidige stelsel verving in 1986 een ingewikkeld systeem van rijksstudietoelagen, kinderbijslag en belastingaftrek.

Over een alternatief voor het huidige stelsel van studiefinanciering houdt Deetman zich op de vlakte. Hij noemt het plan van universiteiten en hogescholen om studenten alleen de eerste twee jaar een beurs te geven en hen daarna te laten lenen “de moeite van het overwegen waard”.

Maar meer nog voelt hij voor zijn eigen plan uit 1988 om een knipkaart voor het onderwijs in te voeren. Elke student zou een hoeveelheid 'vouchers' krijgen die hij naar eigen believen en verspreid over een langere termijn dan vier jaar zou kunnen inwisselen.

Deetman: “Destijds was er onvoldoende draagvlak voor. Mijn opvolger Ritzen zag er ook niet veel in en toen is het hele plan uit beeld verdwenen.”