De Nairu is van vitaal belang

Nairu. Nee, het is geen Japans woord uit de judosport - zoals koka of ippon. De term wordt de laatste tijd weer veelvuldig van stal gehaald in het opgelaaide debat over werkloosheid en inflatie.

Nairu staat voor Non Accellerating Inflation Rate of Unemployment, oftewel een werkloosheidsniveau waarbij de inflatie niet verder oploopt. Komt de werkloosheid beneden een bepaald percentage dan zorgt de krapte op de arbeidsmarkt voor een versnelling van de inflatie. Anders geformuleerd: de werkloosheid moet op zijn 'natuurlijke' niveau blijven, anders dreigt inflatiegevaar.

Vandaar de zenuwachtige reacties op Wall Street steeds wanneer de Amerikaanse werkloosheid verder daalt. De Fed zou bij dreigende inflatie immers de rente wel eens kunnen verhogen.

Maar waar ligt het niveau van de Nairu? Geen econoom die het precies weet. Ook president Alan Greenspan van de Fed niet. Vandaar de enigszins afwachtende houding van Fed bij het rentebeleid. Pas onlangs werd het rentetarief met een bescheiden stap verhoogd. Het lijkt alsof Greenspan bezig is af te tasten waar de Nairu voor de Verenigde Staten ligt.

De term Nairu kwam voor het eerst in zwang na publicaties van de Amerikaanse economen Milton Friedman en Edmund Phelps eind jaren zestig. Zij attaqueerden de stelling - destijds door veel economen onderschreven - dat overheden de werkloosheid konden verminderen door de inflatie via bestedings- of monetair beleid te laten oplopen.

Een decennium eerder had de Britse econoom A.W. Phillips deze Keynesiaanse gedachte nader vorm gegeven. Analyse van cijferreeksen over een periode van bijna honderd jaar hadden Phillips geleerd dat in Groot-Brittannië de werkloosheid laag was in perioden van hoge inflatie en omgekeerd. Zijn verklaring was simpel: een lage werkloosheid betekent krapte op de arbeidsmarkt en dus hogere lonen. Deze relatie tussen werkloosheid en inflatie ging de schoolboeken in als de Phillips-curve.

Milton Friedman liet weinig heel van de analyse van Phillips en introduceerde de term 'natuurlijke werkloosheid'. Volgens Friedman leidt verhoging van inflatie slechts tot een tijdelijke daling van werkloosheid. Werknemers zullen de inflatie aanvankelijk te laag inschatten. Werkgevers zien de prijzen hierdoor sterker stijgen dan de lonen, breiden de productie uit en verlagen op deze manier de werkloosheid. Maar volgens Friedman keert de werkloosheid spoedig terug naar het 'natuurlijke' niveau, omdat de werknemers hun inflatieverwachting bijstellen.

In de ogen van Friedman en de zijnen konden overheden dus weinig uitrichten om de werkloosheid omlaag te brengen, anders dan de markt zijn gang te laten gaan en de weg hiervoor vrij te maken. De 'stagflatie' van hoge inflatie en hoge werkloosheid in de jaren zeventig leek hen gelijk te geven.

Maar economen hebben de conservatieve gedachte van non-interventie inmiddels van zich afgeschud. Het gaat tegenwoordig steeds meer over de vraag hoe overheden de Nairu kunnen beïnvloeden. Want het is steeds duidelijker dat de Nairu van land tot land verschilt en bovendien in de loop van de tijd verandert.

Voor de VS was lange tijd aangenomen dat de Nairu op zo'n zes procent lag. Maar de werkloosheid is inmiddels al onder de vijf procent gedaald en de inflatie wil nog steeds maar niet accellereren. Voor Groot-Brittannië schatten sommige economen de Nairu tegenwoordig op nauwelijks drie procent. Voor Italië schatte de OESO vorig jaar de Nairu op acht tot elf procent. Voor Spanje kwamen economen begin jaren negentig zelfs tot een schatting van vijftien procent. Het is een veeg teken dat rente in Duitsland onlangs werd verhoogd bij een werkloosheid van meer dan elf procent. Kennelijk ligt in de ogen van de Bundesbank daar de Nairu voor Duitsland.

De Amerikaanse econoom Larry Summers, ex-hoogleraar en nu onderminister, liet in zijn leerzame boek Understanding Unemployment (1990) zien hoe de Nairu's in landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk tussen het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren tachtig fors opliepen. Voor Nederland zal Nairu door de arbeidsmarkthervormingen in het kader van het 'poldermodel' ongetwijfeld lager. Maar in Nederland zijn heel wat werklozen als arbeidsongeschikten simpelweg uit de statistieken gewerkt.

Een hoge Nairu wijst op een hoge structurele werkloosheid. Grote groepen werklozen zijn kennelijk niet meer bruikbaar voor de arbeidsmarkt. Het is in feite een brevet van onvermogen voor de autoriteiten in het betreffende land. Een hoge Nairu is vooral een Europees probleem.

De economieën op het Europese vasteland verschillen door hun arbeidsmarktprobleem zelfs zodanig van de Amerikaanse economie dat de Franse topeconoom Charles Wyplosz enkele jaren geleden een speciaal leerboek (Macroeconomics - A European Text) publiceerde, omdat zijn Amerikaanse studenten er anders weinig van zouden begrepen. De toegenomen werkloosheid in veel Europese landen heeft een exclusief kenmerk, waarvoor economen jaren geleden een nieuw woord bedachten: hysteresis. Deze Griekse term wordt in de natuurkunde gebruikt om aan te geven in welke mate een veer na te zijn samengedrukt weer in zijn oorspronkelijke vorm terugkeert.

In Europa daalde de werkloosheid na de oliecrises in 1973 en 1979 nooit meer tot het oude niveau. Wie eenmaal werkloos is, komt moeilijk weer aan de bak. Hysteresis doet zich voor wanneer insiders op de arbeidsmarkt, die al een baan hebben, hun privileges willen behouden en geen ruimte willen maken voor outsiders.

Toen Friedman zijn begrip van 'natuurlijke werkloosheid' lanceerde leek de overheid geen rol meer te kunnen spelen in de bevordering van de werkgelegenheid. Inmiddels is steeds duidelijker geworden dat de nieuwe uitdaging voor overheden - en ook voor de sociale partners - is bij te dragen aan een verlaging van de Nairu. De maatregelen liggen voor de hand: scholing, flexibele inzetbaarheid van arbeidskrachten, sterk decentraal onderhandelen over arbeidsvoorwaarden, verkleining van de wig tussen bruto loonkosten en netto loon. Of een 35-urige werkweek - in een aantal landen veelbesproken - eraan bijdraagt? Zo'n maatregel leidt al snel tot een verhoging van de arbeidskosten en dus tot een oplopende Nairu. En daarmee raakt een voortgezette economische groei - bij een lage werkloosheid, een matige inflatie en lage rente - verder uit het zicht.

Hierover zou het dus volgende maand tijdens de Europese werkgelegenheidstop moeten gaan. Niet in alle landen van de Europese Unie lijkt dat even goed te worden begrepen.