DE BEDREIGDE KUNST VAN HET OPLEIDEN

De klassieker Ajax-Feyenoord brengt morgen een fors vreemdelingenlegioen op de been. Het Hollandse karakter is er wel een beetje af en wellicht staan er over een paar jaar nog meer buitenlanders op het veld. De directeuren van de jeugdopleidingen van beide clubs zijn bezorgd. 'Kwalitatief wordt het aanbod elk jaar minder.'

Zomaar een middag op Varkenoord, het amateurcomplex van Feyenoord. Jongetjes van een jaar of acht die lid zijn van de Sportclub spelen een partijtje onderling. Als afsluiting van de training moeten er strafschoppen worden genomen. Er wordt wat afgekletst rondom de penaltystip, maar de ballen vliegen feilloos een voor een in het doel. De voetballertjes zijn zo slim de ballen hoog in het net te schieten waardoor de kleine keepertjes er niet bij kunnen.

Menige profvoetballer had een voorbeeld kunnen nemen aan zoveel inventiviteit. Toch wordt de spoeling van jonge talenten dunner en dunner in het Nederlandse jeugdvoetbal. De opleidingen van topclubs als Ajax en Feyenoord, die een goede reputatie hebben opgebouwd, gaan daar zelf niet zo onder gebukt, omdat zij veelal de eerste keus hebben uit het aanbod. Maar zij constateren wel dat de weerstand in de competities steeds meer afneemt.

“Zes keer in de week intensief trainen en de wedstrijden in het weekeinde volgen dan als een toetje”, zegt Hans Westerhof, sinds dit seizoen de opvolger van Co Adriaanse als directeur opleidingen bij Ajax. Hij is inmiddels door zijn scouts en jeugdleiders op de hoogte gebracht van de zorgwekkende situatie. “Kwalitatief wordt het aanbod elk jaar minder. Als we vroeger tien talenten konden selecteren op een talentendag, zijn het er nu nog maar twee.” Zijn collega Chris Dekker van Feyenoord, houdt het op drie. Maar de conclusie is duidelijk, goede talenten zijn steeds dunner gezaaid. Westerhof somt bekende oorzaken op voor het verval. “Er wordt door de jeugd veel minder uren gevoetbald. Er kan uit meer sporten worden gekozen: basketbal, judo, tennis. Dat was vroeger niet.”

Op Varkenoord voegt Dekker eraan toe: “Wij proberen in de opleiding veel aandacht te besteden aan de basis, dat is de techniek. Vroeger leerde je dat op straat, van oudere voetballers met wie je speelde. Tegenwoordig moeten de trainers dat bij de clubs de spelers bijbrengen.”

Westerhof concludeert dat de teruggang al zichtbaar is in de vertegenwoordigende jeugdelftallen. “Die verliezen van landen als Denemarken, Finland en Israel. De helft van deze teams bestaat uit Ajacieden, dus ik vind dat we ons dit ten zeerste moeten aantrekken.”

Chris Dekker, ex-voetballer van ondermeer AZ'67, DWS, Sparta, MVV en Seiko Hong Kong, ziet nog andere gevaren die het jeugdvoetbal in Nederland bedreigen. “Het topvoetbal evolueert zo sterk dat het voor spelers onder de twintig jaar steeds moeilijker wordt een basisplaats te verwerven. Die jongens moeten zichzelf de tijd gunnen om te rijpen. Een groot aantal laat de kop gauw hangen. Clubs en makelaars staan al snel op de stoep om een talent tussen 18 en 21 jaar elders onderdak te brengen, waar ze natuurlijk altijd een goed salaris kunnen krijgen. Zo'n jongen zegt dan: 'Ik krijg hier geen kans, dus ik ga maar weg.' Wij hadden hier Brian Pinas. Hij kreeg een contract aangeboden van Newcastle United, daar was niet tegen op te bieden. Of hij beter af is blijft de vraag, want hij speelt nu ook niet. Newcastle had tevens belangstelling voor Brad Parker, Die heeft sinds twee weken een contract bij Feyenoord. Om hem te behouden moesten we snel handelen en een aardig salaris op tafel leggen. “Ik hoor nu al geluiden dat clubs uit de subtop in de eredivisie ook liever jeugdspelers kopen, want dan zijn ze goedkoper uit dan wanneer ze een dure opleiding in stand moeten houden. De kosten van een speler zijn veel hoger geworden. Als ze eens een talent afleveren, is het door het Bosman-arrest maar de vraag of ze er wat voor terug krijgen. Clubs als Ajax, Feyenoord en in mindere mate Vitesse en PSV zijn ook afhankelijk van de opleidingen van andere clubs. Er moet een wisselwerking zijn en die komt te vervallen. Als dit zo doorgaat denk ik dat het niveau van het Nederlandse voetbal in de komende jaren een stuk achteruit gaat. Het wordt tijd dat de bond gaat ingrijpen.”

Hans Westerhof deelt de mening van Dekker. Het plan om voor jeugdspelers een vergoedingssom in te stellen van twee ton, veegt hij op zijn kantoor in het prestigieuze sportpark De Toekomst van tafel. “Dat zou een heel slechte regeling zijn voor Ajax. Als een grote buitenlandse club een jeugdspelertje veel kan bieden in financieel opzicht, terwijl hij hier geen zekerheid heeft, zal de verleiding voor zo'n jongen groot zijn. Dan krijg je praktijken als bij AC Milan. Jeugdspelers worden gekocht voor de handel. Ajacieden zijn overal in trek. Dat wordt steeds gekker. Een Spaanse club heeft hier zelfs onlangs een amateurspeler van het zaterdagteam weggehaald. Ik zag het salaris dat hij kon verdienen. Ik zei: Jongen, gaan!”

Wat doen Ajax en Feyenoord om de dreigende teloorgang het hoofd te bieden?

Feyenoord, dat vier miljoen gulden per jaar investeert in de eigen opleiding, heeft de handicap dat het de jeugdafdeling moet delen met de Sportclub. Daardoor bezit de Stichting Feyenoord in elke categorie junioren slechts één elftal. Als er spelers wegvallen door blessures kunnen er tijdens het seizoen wegens de amateurbepalingen geen spelers worden overgeheveld. Feyenoord heeft zijn C-junioren (12-14 jaar) dit seizoen voor het eerst ondergebracht op een topsportschool, het Thorbecke-college. Daar wordt tussen de lessen door vaak twee keer per dag getraind. Ajax werkt met een school samen. De spelers krijgen individuele studiebegeleiding van leraren. “Daardoor zijn de cijfers hoger dan het landelijke gemiddelde”, vertelt Westerhof.

De voormalige trainer van FC Groningen en PSV vindt dat het aantal trainingen niet meer kan worden opgevoerd. “Wel zouden we meer rendement kunnen halen uit de trainingen. Door bijvoorbeeld een tweede trainer langs de kant te zetten. De oefenstof kan meer op maat gesneden worden.” Westerhof zal bij Ajax ook meer accenten gaan leggen op de opleiding van de verdedigers. “Daar wordt hier te weinig aandacht aan besteed. Ja, maar dat is niet des Ajax, krijg ik dan te horen. En: 'Jij wil dat omdat je uit Groningen komt.' Ik houd natuurlijk geen pleidooi voor defensief voetbal. Als je betere verdedigers maakt, eis je op de trainingen ook meer van je aanvallers.” Verder overweegt Westerhof vacatures die ontstaan onder de jeugdleiders op te vullen met mensen van etnische minderheden. “Daar is er namelijk niet één van, terwijl er wel veel voetballers van bijvoorbeeld Surinaamse kom af bij ons rondlopen.”

Ajax en Feyenoord hebben een gentleman's agreement dat ze geen junioren van elkaar overnemen. Wel kunnen jeugdspelers zelf beslissen overschrijving aan te vragen. Daardoor kon het gebeuren dat Richard Knopper en Robert-Jan Ravensbergen overstapten van Feyenoord naar Ajax. Knopper, een aanvallende middenvelder die op het punt staat te debuteren in de eredivisie: “Ik heb zes seizoenen met plezier bij Feyenoord gevoetbald, maar bij de A-junioren wilden ze van mij een verdedigende middenvelder maken. Toen hield het verhaal voor mij op bij Feyenoord en heeft mijn vader me aangemeld bij de jeugd van Ajax. Zowel Feyenoord als Ajax speelt een 3-4-3-systeem, maar dat kun je ook defensief uitvoeren zoals Feyenoord doet.”

Ondanks de tanende kwaliteit van het aanbod, zijn er in de kweekvijver van Ajax en Feyenoord nog genoeg parels te vinden. “We hebben een goede lichting A-junioren”, meent Westerhof. “Over de B-junioren ben ik niet tevreden. Toch staan ze ongeslagen bovenaan.” De jeugd-internationals van de A1 zijn volgens Westerhof allen kandidaten om door te stromen. Tussen dit gezelschap bevindt zich ook een talentvolle centrumspits: Brutil Hosé. Een van de grootste talenten van de jeugdopleiding is een Ghanees: Kwame Quansah, 15 jaar en uitkomend voor de A2. Ajax voert een restrictief beleid bij het aannemen van buitenlandse spelers. Ze moeten met kop en schouders boven hun generatie uitsteken, zelfs domineren in een leeftijdscategorie hoger. Quansah, eveneens een centrumspits, beantwoordde aan de eisen.

Ook Feyenoord is heel selectief met het aannemen van buitenlandse talenten. Maar de Rotterdamse club kon kennelijk meer talent vinden over de grenzen. Naast de al eerder genoemde Canadees Brad Parker, noemt Dekker de Belgische jeugdinternational en A-junior Thomas Buffel als “buitengewoon talent”. In de B-jeugd spelen nog drie van zijn landgenoten. De grootste belofte is echter de 14-jarige Braziliaan Leonardo. Hij kan links voor en centraal in de spits spelen, en valt regelmatig in bij de A-junioren. Daar ontmoet hij dus spelers die vier jaar ouder kunnen zijn. “Een geboren voetballer”, vindt Dekker.

Talenten opleiden is mooi, maar het zet alleen zoden aan de dijk als ze van de technisch directeur ook de kans krijgen te gedijen in het eerste team. Dekker: “Nu haalt slechts twee procent van onze jeugdopleiding het eerste elftal. De hoofdtrainer zou bij een royale voorsprong van 3-0 of 4-0 vaker een jong talent even moeten laten ruiken aan het grote werk. Dat gebeurt te weinig, ook omdat Feyenoord zelden met 4-0 voorstaat. Vandaar dat wij veel spelers doorschuiven naar de satellietclub Excelsior waar ze tenminste in een echte competitie spelen.”

Dekker merkt op dat die doorstromingscultuur bij Ajax wel aanwezig is en dat oudere spelers daar ook gemakkelijker accepteren dat ze af en toe het veld moeten ruimen voor een jong talent. Westerhof: “Maar dan nog is 1+1 geen 2 in de voetballerij. Ik weet nog dat ik met Dick Advocaat en onze scout Ton Pronk op het EK onder de 18 jaar in Engeland discussieerde over de kwaliteit van de toenmalige voorhoede. We waren het erover eens dat Bob Petta het grootste talent was. Die kwam er zeker. Björn Raven was nog een twijfelgeval en Patrick Kluivert, daar zagen we helemaal niets in. Nu speelt Kluivert bij Milan en waar die andere twee voetballen zou ik niet eens weten.” Raven is via PSV en FC Zwolle bij amateur Katwijk terecht gekomen, Petta speelt in de Engelse First Division bij Ipswich Town.