Cuba

Marjon van Royen constateert dat homoseksuelen het niet langer moeilijk hebben in Cuba (Z 11 okt.). Daarbij dienen enkele kanttekeningen te worden geplaatst. De periode van harde vervolging van homoseksuelen in de eerste vijftien jaar van de revolutie - waarover de Cubaanse schrijver Reinaldo Arenas in zijn autobiografie zo hartverscheurend getuigt - is inderdaad voorbij.

Strafkampen voor homo's bestaan niet meer. De Cubaanse film 'Fresa y Chocolate', over de vriendschap tussen een oudere Cubaan en een jonge partijmilitant, heeft grote invloed gehad op de opvattingen onder Cubanen over homoseksualiteit. Cubaanse homo's op hun beurt verloren hun angst en leefden makkelijker en zichtbaarder dan voorheen, onder meer in Parque Central of de ijsgelegenheid Copelia in Havana.

Maar de communistische partij duldt geen concurrentie en andersdenkenden; het recente partijcongres waarin werd gewaarschuwd tegen 'ideologische virussen' onderstreept dit. Zo houdt de communistische partij de handen vrij om hard in te grijpen wanneer het haar goeddunkt. Dat deed de Cubaanse politie de afgelopen maanden hardhandig toen zij de dancing El Periquitón en El Karachi binnenviel. Alle aanwezigen werden aangehouden en geregistreerd: een Cubaan is in zo'n geval voor zijn leven getekend. Hoewel ik de afgelopen jaren diverse Cubanen ontmoette die een homobelangenorganisatie wilden oprichten, konden de autoriteiten dit met chantage en dreigementen tot nu toe voorkomen.

Het is te vroeg om nu al te constateren dat het met de relatieve vrijheid van Cubaanse homoseksuelen gedaan is. Zolang zij niet in eigen onafhankelijke organisaties hun belangen kunnen verdedigen, is hun toekomst niet minder onzeker dan die van dissidente schrijvers, mensenrechtenactivisten, vakbondsleden en onafhankelijke journalisten.