Chinese gevoeligheden versus Amerikaans imperialisme; Strijd om leiderschap in Azië

De Chinese president Jiang Zemin reist morgen naar de VS. De komende top met Clinton raakt de belangen van heel Azië. Een overzicht van China als grootmacht.

PEKING, 25 OKT. Volgens een klassiek Chinese uitspraak is het beter vrienden ver weg te hebben dan dichtbij. Want wat ver weg is, is minder belangrijk. Dichtbij gelden andere normen. Dan moet men voorzichtig zijn, in het ergste geval moet worden toegeslagen. Want wat dichtbij is, kan schadelijk zijn en voor alles moet worden voorkomen dat het te sterk wordt.

Dit gezegde heeft 2000 jaar lang de Chinese buitenlandse politiek bepaald. Maar nu, met het bezoek van president Jiang Zemin aan de VS, ondergaat het beleid een strategische ommezwaai. China houdt tegenwoordig vooral rekening met de wereld die ooit ver weg was. De behoefte aan speciale aandacht voor de landen in de regio is minder acuut geworden, omdat die in het denken (en tot groeiende ergernis) van Peking hoofdzakelijk worden beïnvloed door de VS.

“De militaire aanwezigheid van de VS in Azië is een feit. En ik geloof zeker dat het van invloed is voor het behoud van de stabiliteit in de regio. Maar veel problemen in Oost-Azië worden ook veróórzaakt door de VS”, zegt de Chinese Amerika-kenner Shen Mingming. “China is zich bewust van de invloedrijke Amerikaanse positie, maar het principe van Peking is dat de zaken in Azië geregeld moeten worden door Aziaten zelf.” Volgens Shen, werkzaam aan de faculteit voor politiek en bestuur van de Universiteit van Peking, is het Chinese leiderschap de Amerikaanse invloed in de regio zat. “Peking wil de VS niet uit Azië verdrijven, maar het heeft genoeg van de ongehoord bazige bemoeizucht van Washington.” Onder Chinese politici en intellectuelen bestaat grote behoefte de politieke en economische invloed van Amerika in de wereld en speciaal in Azië terug te dringen. Die behoefte wordt gevoed door het groeiend zelfbewustzijn onder het Chinese leiderschap van een staat die twee decennia geleden nog in chaos verkeerde en nu behoort tot één van de machtigste landen ter wereld. Dat heeft de laatste jaren geresulteerd in strategische overeenkomsten met Rusland en groeiende voorkeur voor economische contracten met West-Europa.

Het Chinese leiderschap wenst Washington duidelijk te maken dat de VS niet meer de enige supermacht zijn. Met een economisch en politiek sterk China zal de wereld zich ontwikkelen tot een 'multipolaire samenleving', waar niet één, maar meer landen de dienst uitmaken. “Je kunt de Amerikaanse opstelling in Azië imperialistisch noemen. De VS vertellen wat moet gebeuren, en als er niet wordt geluisterd, dreigt men met sancties of stuurt men de vloot. Dat is toch waanzin”, zegt Shen.

Maatregelen, zoals het sturen van een Amerikaans vliegdekschip naar de Straat van Taiwan vorig voorjaar, toen China legeroefeningen hield in de zeeëngte voorafgaand aan de presidentsverkiezingen in Taiwan, en recentelijk, de nieuwe veiligheidsafspraken die de VS met Japan maakten, hebben Peking ervan overtuigd dat de VS nog altijd een Koude-Oorlogbeleid voeren en China willen 'indammen'. De vernieuwde Japans-Amerikaanse defensie-overeenkomst is Peking in het verkeerde keelgat geschoten omdat het ongedefinieerde uitspraken bevat over een veiligheidszone rond Japan, waartoe volgens China ook Taiwan wordt gerekend.

Volgens het Chinese Volksdagblad, dat regelmatig de anti-Japanse gevoelens in China verwoordt, gebruikt Tokio de VS voor “eigen doeleinden”. Dat wil zeggen: het streven naar uitbreiding van de Japanse invloed in Azië. Volgens de Oost-Azië specialist Du Fangli van het Instituut voor politiek en economie van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, een denktank van de regering, blijken de dubieuze Japanse motieven ook uit de vorm van Japanse investeringen en hulp aan China. “Japan investeert alleen in projecten van een laagwaardige technologische kwaliteit. Zodra sprake is van specifieke kennis, geeft Japan geen gehoor. Volgens mij doen ze dat met opzet”, aldus Du. Dat Tokio jaarlijks vele miljoenen guldens in China steekt, zegt volgens Du niets. “Iedereen wil aan China verdienen. Niet investeren betekent feitelijk dat je op den duur de boot zal missen. Dat wil niemand.”

En ander probleem in Azië, waar de VS volgens de Chinese autoriteiten een uiterst polariserende rol spelen, geldt Taiwan. Het eiland heeft, vooral de inspanningen van zijn president voor meer internationaal profiel, de heimelijke steun van de VS gekregen, terwijl China, dat het eiland beschouwt als een afvallige provincie, evenals de Verenigde Naties (en dus ook de VS), de regering van Taiwan niet erkent. “De Chinese regering kan niet anders dan protesteren tegen dergelijke Taiwanese initiatieven. En indien noodzakelijk zal het optreden met militaire middelen. De hele legitimiteit van het leiderschap staat hierbij op het spel. Geen van de politieke leiders zal de Chinese geschiedenis, waar hereniging en eenheid de politieke doelstellingen van alle keizers zijn geweest, in willen gaan als de persoon die Taiwan heeft verspeeld”, zegt Shen Mingming. “Maar dat voert de Amerikanen te ver. Die hebben daar geen enkele notie van. Ze begrijpen niets van China en zien in Peking uitsluitend een dreiging in opkomst.”

In China wordt vaak de vraag gesteld waarom in de VS zo'n uitgesproken anti-China stemming heerst. Vele politici en intellectuelen laten zich bij het antwoord daarop leiden door de in China regelmatig geciteerde Amerikaanse auteur Huntington. Hij beweert dat in de VS na het einde van de Koude Oorlog behoefte bestaat aan een nieuwe vijand. Volgens Huntington is die vijand China. “De angst voor een sterk China is begrijpelijk”, aldus Shen, “die bestaat ook elders in de regio. Een groot land is nu eenmaal bedreigender dan een klein land. In de VS wordt die angst ook gevoed door teleurstelling, omdat anders dan voorspeld China na de studentenprotesten in 1989 en de teloorgang in de Sovjet-Unie en Oost-Europa niet onderuit is gegaan.”

Professor Liu Cunkuan, evenals Du Fangli werkzaam op de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, vindt de angst voor China in de VS en de regio volkomen onnodig. “De Chinese buitenlandse politiek wordt bepaald door twee factoren, de binnenlandse en de buitenlandse situatie. Van beide is de eerste de belangrijkste. China bevindt zich in een fase waarbij de concentratie op de ontwikkeling van de economie de hoogste prioriteit krijgt. De Chinese regering weet dat de economie het beste gedijt binnen een omgeving van veiligheid en rust”, aldus Liu. Dat is volgens Liu de reden waarom China de afgelopen jaren toenadering heeft gezocht met Rusland, Vietnam, Japan, Zuid-Korea, India en vele andere landen waarmee het in het verleden bekoelde of geen betrekkingen onderhield. “China zal zich nog ruim 30 jaar moeten concentreren op de binnenlandse economie. Alleen op die manier kan het zich op den duur meten met Japan of de VS.”

En daarna? “Daarna is sprake van een andere wereld”, zegt Shen. “Dan kan China net zo bazig en bemoeizuchtig zijn als de VS nu. Maar waarschijnlijk is dat niet, want dreigen is geen heilzaam middel. Het creëren van nieuwe spanningen in Azië is niet in het duurzaam belang van China. Daarenboven, over 30 jaar zal het alleen maar moeilijker zijn geworden internationaal de baas te spelen”.