Buurtmoeders op de barricade

IN EEN KORT GEDING dat volgende week dient voor de arrondissementsrechtbank in Utrecht eist de Averroès-stichting de toekenning van 115 arbeidsplaatsen voor buurtmoeders. Doordat er plotseling bezuinigd wordt door het AWO-fonds (Arbeidsmarkt, Werkgelegenheid, Opleidingen voor de sector zorg en welzijn), waaruit het Arbeidsplan voor buurtmoeders wordt gefinancierd, dreigt dit schooljaar al een flinke stagnatie op te treden in de onderwijs- en opvoedingsondersteuning van gezinnen in achterstandssituaties.

Sinds 1994 creëert de Averroès-stichting met het Arbeidsplan Buurtmoeders jaarlijks zo'n 280 arbeidsplaatsen voor jonge, veelal allochtone vrouwen die andere moeders ondersteunen bij de opvoeding van hun jonge kinderen. Ze leren moeders hoe ze door met hun kinderen te spelen de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling kunnen bevorderen. Met de onderwijsondersteunende programma's Opstapje en Opstap worden ouders gestimuleerd om de schoolse ontwikkeling van hun kind te volgen. De buurtmoeders komen voor minimaal 21 maanden in dienst van een lokale welzijnsinstelling en bezoeken de gezinnen thuis. Daarnaast komen de moeders ook regelmatig naar bijeenkomsten in het buurthuis om ervaringen uit te wisselen en contacten op te doen. Daaruit vloeit vaak weer voort dat de allochtone moeders Nederlandse les volgen en zo voorzichtig uit hun isolement treden.

De buurtmoeders krijgen een training en worden begeleid door professionele krachten. Ook krijgen de buurtmoeders een loopbaantraining van zes maanden aangeboden, zodat ze aan het eind van hun dienstverband plaats kunnen maken voor nieuwe buurtmoeders en zelf doorstromen naar een baan of opleiding op minimaal MBO-niveau. Omdat 75 procent van de vrouwen inderdaad doorstroomt wordt het Arbeidsplan Buurtmoeders algemeen beschouwd als een zeer succesvol project voor vrouwen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Bovendien is de animo bij allochtone ouders om deel te nemen aan de opvoedings- en onderwijsondersteuning zo groot, dat de buurtmoeders het aantal aanvragen nauwelijks aankunnen. De Averroès-stichting stelt dat de bezuiniging op de 115 arbeidsplaatsen 'des te navranter' is, nu de overheid te kennen heeft gegeven juist extra aandacht te willen geven aan (allochtone) groepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Zeven jaar had Ummuye Varisli (26) thuis gezeten, maar toen haar zoontje vier werd en naar de basisschool ging wilde ze graag wat buiten de deur gaan doen. Ze ontdekte al snel dat ze als verkoopster, waarvoor ze opgeleid was, te oud was en bovendien niet geaccepteerd zou worden vanwege haar hoofddoek. In het buurthuis in haar woonplaats Koog aan de Zaan ging ze Nederlandse les en fietsles geven aan buitenlandse vrouwen. Zelf spreekt Ummuye onberispelijk Nederlands, want ze kwam al op vierjarige leeftijd uit Turkije naar Nederland. Toen de gelegenheid zich voordeed om te solliciteren naar de functie van buurtmoeder hoefde Ummuye niet lang na te denken. Na een training kreeg ze twee Turkse gezinnen toegewezen waarbij ze wekelijks met een grote tas vol speelgoed op bezoek ging. Inmiddels zijn daar drie andere Turkse moeders en een Arubaanse moeder bijgekomen. Ummuye is trots op wat ze met het programma 'Spel aan huis' teweegbrengt. “Je ziet dat de kinderen zich ontwikkelen en dat de band tussen de moeder en het kind beter wordt omdat ze vaker samen spelen.”

Er is veel gebeurd in het leven van Ummuye sinds ze vorig jaar september als buurtmoeder begon. Van een bestaan binnenshuis is ze ineens midden in het leven komen te staan. Ze is onlangs naast haar werk als buurtmoeder begonnen met de MBO-opleiding voor kinderleidster en loopt bovendien nog stage op een peuterspeelzaal. “Er is veel vraag naar buitenlandse leidsters”, weet ze. Ummuye is vol vertrouwen dat ze na haar opleiding een baan zal vinden.

Bij de uit Marokko afkomstige Louise (27) bracht het buurtmoederschap in korte tijd zoveel teweeg, dat ze nog niet met haar achternaam in de krant durft. Toen ze op haar elfde naar Nederland kwam had ze nauwelijks onderwijs genoten. Na twee jaar basisschool en drie jaar voortgezet onderwijs trouwde ze op haar zeventiende en was sindsdien thuis voor het huishouden en de opvoeding van haar drie kinderen. Samen met haar jongste kind deed ze mee aan het ondersteuningsprogramma Opstap en zelf volgde ze tegelijkertijd een opvoedcursus in het buurthuis. “Ik wou dat ik dat allemaal eerder had geweten”, verzucht Louise. “Ik heb daar zoveel zelfvertrouwen van gekregen. Ik heb ervaren hoe de band met je kind verbetert als je geïnteresseerd bent in zijn wereldje, als je achter je kind gaat staan.”

Precies een jaar geleden werd haar gevraagd samen met een coördinator in Weesp de opvoedings- en onderwijsondersteuningsprogramma's op te zetten voor buitenlandse moeders en hun kinderen. Ze kwam als buurtmoeder voor 24 uur per week in dienst van een Gooise welzijnsinstelling. Intussen heeft ze net als Ummuye het certificaat van de 'Averroès Doorstroomcursus' gehaald. Gevolg daarvan is dat ze nu naast haar werk in Weesp ook nog de MBO-deeltijdopleiding voor sociaal-pedagogisch werker volgt en op zondag achter de computer haar huiswerk zit te maken. “Mijn wereld is het laatste jaar volkomen op z'n kop komen te staan”, zegt Louise stralend. “Ik had nooit durven dromen dat ik het ooit nog eens zo ver zou schoppen.”

Louise en Ummuye zijn zo verguld met hun baan als buurtmoeder, dat ze het jammer vinden dat het dienstverband al na 21 maanden ophoudt. “Ze hebben zoveel in ons geïnvesteerd”, zegt Louise. “De training, de begeleiding, de doorstroomcursus. Dan is het toch zonde om na twee jaar te stoppen?”

Toch is juist de doorstroming naar opleiding en werk, zodat steeds nieuwe vrouwen de kans krijgen om buurtmoeder te worden, de kern van het Arbeidsplan Buurtmoeders, zo legt Peter Bovenkerk, directeur van de Averroès-stichting, uit. “Er staan vanaf september ruim honderd nieuwe buurtmoeders te trappelen om aan de slag te gaan, maar door de bezuinigingen van het AWO-fonds kunnen hun arbeidsplaatsen bij de welzijnsinstellingen niet meer worden ingevuld.” Daardoor dreigen tal van opvoedings- en onderwijsondersteunende projecten stil te komen liggen, want de uitstroom van buurtmoeders gaat intussen gewoon door. Ook de welzijnsorganisaties die de buurtmoeders in dienst hebben en de spel- en onderwijsprogramma's uitvoeren, zijn volgens Bovenkerk 'laaiend' door deze bezuiniging. “Het is volgens mij uniek in Nederland dat een project de koppeling van werk en educatie zo succesvol tot stand brengt”, concludeert directeur Bovenkerk.