Broos leven

Dat van zijn kinderen was er nou net te veel aan.

Ik kon Arie Haan perfect volgen: Als je ouder wordt, wordt je huid dunner; trainers willen als normale mensen leven; ik heb het gevoel dat ik niet vrijuit kan doen, wat ik zou willen. Zinnen uit het hart gegrepen van iedere vijftiger. Zeker in dit jaargetijde van stervende landschappen, roestige dagen en avonden vol weemoed en kou. Met de sjaal om wordt alles poreuzer, de ziel nog het eerst.

Toen kwam dat zinnetje: “Als je kinderen niet normaal naar school kunnen, dan moet je bij jezelf te rade gaan. Is dit het allemaal wel waard?” Voor het eerst in mijn leven dacht ik: zo, die Haan is net een mens. Ik zag twee prachtige krullenbollen op weg naar school. Schooltasje met boterhammen op de rug, de armen voor het gezicht als een kruis van afweer tegen spuug, ijzerdraad en vloeken. Buiten adem, nog voor de dag begon. En in de knieën meer scherf dan kind. Dit is het inderdaad niet waard. Dan hoor je als vader die nozems en hooligans op de riek te nemen, of je laat de verhuiswagen komen.

Ik vloeide naar Haan toe. En schoof mijn eigen slonzige vaderschap onder de kap van zijn wijze woorden. Als een gotische zuil rees hij voor mij op: Arie Bombarie, de vader van vaderliefde. Toen kwam er weer een raar zinnetje: “Het is een filosofische gedachte, zoek er niet te veel achter.” De volgende dag ging de coach nog een stap verder: “Ik heb natuurlijk geen moment serieus overwogen om op te stappen. Integendeel, ik ben geroepen voor deze commotie.”

Het was maar een herfstmijmering, of zoals Haan het zei: een filosofische gedachte. Ik heb er de oude leermeesters nog eens op nagelezen en nergens kom ik 'bedreigde kinderen' tegen als een filosofische gedachte. Dat vrouwen en maïtresses gebruikt worden voor de overleving van een coach was mij bekend. Maar kinderen? Nou ja, Haan heeft wel gevoel voor drama, maar het zou natuurlijk te perfide voor woorden zijn om hem ervan te verdenken dat hij, zoals de oude heks, een spiegel breekt om de suggestie van zeven jaar ongeluk over intimi af te roepen. Toch: ooit moet hij nog eens uitleggen wat hij nou precies bedoelde met die filosofische gedachte.

Niemand - zelfs niet de miserabelen uit de woestijn - wil van Willem II verliezen. Als je dit als ambitieuze coach overkomt zeg je dingen waar je later spijt van hebt. Dan schreeuw je in een onbewaakt moment het dierbare leven om je heen weg. Ik zou ze niet te eten willen vragen, al die mannen die in het buitenland de witte dood van hun zoontje hebben verzonnen om indruk te maken op een hoer. Arie mag dus veel vergeven worden, maar niet die ene zin: ik ben geroepen voor deze commotie. Dat kon niet meer nadat hij zich eerder zo bezorgd over zijn kinderen had gebogen. Of was de coach misschien lichtjes beschonken en kinky: dan grijp je maar wat.

Ik weet het nu zeker: Haan zal nooit betrapt kunnen worden op enige consistentie in liefde en verlangen. Hij heeft voor de honderdduizendste keer een spelletje gespeeld, met zichzelf en met de club die hij beweert te dienen. De dag dat hij in drieledig pak achter een bureau zit, zo incontinent als de klere, zal hij nog zeggen: niets aan de hand, ik ga rustig door met zaken doen. Arie wil altijd groter zijn dan levensgroot. Om deze groteske polderheroïek hoog te houden schuwt hij het sentiment en de leugen niet. Ook niet de leugen waarmee hij zich in het eigen vlees snijdt.

Achter de gevoelige vader woekert een denneboompje dat populier wil worden. Het zal nooit anders zijn. Als Haan met afscheid en verlies dreigt dan heeft hij een nog grotere winst voor ogen. Bij een andere club, in een ander leven, het maakt niet uit.

Ik zou een fortuin willen geven om nu in de zieleroerselen van Jorien van den Herik te kunnen kijken. Jorien is net opa geworden. Als hij over zijn kleinkind spreekt - en dat doet hij de laatste tijd continu - wordt de gesoigneerde ijzervreter van Feyenoord lyrischer dan Pablo Neruda. Jorien weet weer wat een pril en broos leven is. Nu de trainer van Feyenoord nog.