Amsterdam groeit door buitenlanders

AMSTERDAM, 25 OKT. Het inwonertal van Amsterdam zal in 1997 voor het eerst in vier jaar weer toenemen. Voornaamste oorzaak is de vestiging van buitenlanders. Dat meldt het Amsterdamse Bureau voor Onderzoek en Statistiek.

In 1996 nam het aantal inwoners van de hoofdstad volgens het gisteren verschenen Jaarboek 1997 af met 3.000 tot 715.000. Maar deze afname wordt in zijn geheel veroorzaakt door een opschoonactie bij het bevolkingsregister. Het bureau voorspelt dat in 2020 de hoofdstad 809.000 inwoners telt.

Na de inwoners van Nederlandse afkomst (410.000) was op 1 januari 1997 de groep Surinamers het grootst (70.000). Amsterdam telde toen 49.000 inwoners van Marokkaanse en 31.000 mensen van Turkse afkomst. Het aantal inwoners van niet-Nederlandse afkomst zal volgens het bureau stijgen van 33 procent nu naar 42 procent in 2015. In de leeftijdsgroep tot achttien jaar is dit jaar zestig procent van buitenlandse afkomst.

Het aantal arbeidsplaatsen in Amsterdam nam in 1996 met 6.000 toe, maar dat van niet-werkende werkzoekenden steeg desondanks met zeshonderd naar 84.000. De geregistreerde werkloosheid, waarbij het criterium is dat de ingeschrevenen binnen twee weken met een baan moeten kunnen beginnen, bedraagt in de hoofdstad elf procent van de beroepsbevolking. Volgens het jaarboek is dit landelijk ongeveer vier procent. De resultaten van de Amsterdamse leerlingen op de CITO-eindtoets Basisonderwijs lag onder het landelijk gemiddelde. Volgens het onderzoeksbureau hangt dit samen met het relatief grote aantal kinderen met laag opgeleide allochtone ouders in Amsterdam.