Advocaten willen relatie met justitie spoedig verbeteren

DEN HAAG, 25 OKT. De Orde van Advocaten wil een einde maken aan de “stevige verharding” die de laatste jaren is ontstaan in de relatie tussen de advocatuur en het openbaar ministerie (OM).

Om “een broodnodige verbetering” te bereiken tussen justitie en advocatuur is het volgens de deken van de Orde van Avocaten bij de Hoge Raad, A. Beelaerts van Blokland, “noodzakelijk de contacten tussen beide beroepsgroepen te intensiveren”. Beelaerts lanceerde gisteren, na overleg met de landelijke deken, bij de installatie van de nieuwe Haagse hoofdofficier van justitie, S. van Gend, een aantal voorstellen dat de verhouding tussen OM en advocatuur moet verbeteren.

In enkele grote strafzaken is het de afgelopen jaren tot forse aanvaringen gekomen tussen justitie en advocatuur waarbij men elkaar wederzijds van crimineel gedrag beschuldigde. Die ruzies ontstaan volgens Beelaerts omdat men “elkaars positie niet kent”. Volgens de deken is het daarom noodzakelijk dat elke officier van justitie tijdens zijn opleiding stage gaat lopen bij advocatenkantoren. Advocaten zouden op hun beurt ook enige tijd op de parketten moeten gaan werken.

Het meest verregaande voorstel van Beelaerts aan het OM is om “in bepaalde zaken expertise in te huren van een terzake gespecialiseerde advocaat”. Dit voorstel veroorzaakte de nodige hilariteit onder de Haagse officieren van justitie die voor de installatie voltallig op het podium van de rechtbank hadden plaatsgenomen. Onlangs lekte namelijk uit dat de Haagse officier van justitie E. Harderwijk belast met de vervolging van Bouterse regelmatig vertrouwelijk overleg voert met de vooraanstaande strafpleiter G. Spong over deze strafzaak. Beelaerts pleitte verder voor “gestructureerd sociaal contact tussen OM en advocatuur”.