Adèle blijkt na zes jaar baldadiger dan ooit tevoren

Voorstelling: Adèle's Comeback Nr. 1, door Adèle Bloemendaal, m.m.v. Willem Ennes, John Eskes, André Hoekstra en Jeroen Lely. Regie: Dick Hauser. Gezien: 24/10 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 5/3. Inl. 010-5915159.

Adèle Bloemendaal begint haar nieuwe theatershow - haar eerste na zes jaar - met het oude lijflied dat Hans Dorrestijn voor haar schreef. Ze zong het al menigmaal, over de mens die zijn vleselijke woning alleen maar te huur heeft en bij de huisbaas geen gehoor vindt als de balken gaan verzakken. En het past haar, suggereert ze met die prominente plaats in het programma, steeds beter.

Niet voor niets gaat het in Adèle's Comeback Nr. 1 vaak over verval en ouderdom, over berusten in het onvermijdelijke, maar soms ook in opstand komen. Of de positieve kanten zien: wie uiteindelijk 88 is, zingt ze, kan immers zo gek zijn als hij wil, en niemand die je dan nog tegenhoudt.

Baldadiger dan ooit is Adèle Bloemendaal gisteravond aan haar nieuwe tournee begonnen. In het programmaboek staat weliswaar pontificaal te lezen dat ze in januari 65 wordt, maar niemand moet tegen haar zeggen dat ze niet meer één van de jongsten is, zoals de man die in haar eerste conférence kordaat wordt afgestraft. Ze zal zelf wel bepalen wat er nog te zeggen en te doen valt. Als ze bijvoorbeeld zin heeft om de stoute meid uit te hangen, hangt ze de stoute meid uit. Ook als ze dat in haar vorige shows al raker heeft gedaan, en beter gedoseerd. Nu schuwt ze zelfs de vetste effecten niet om die baldadigheid kracht bij te zetten.

Het gevolg is, helaas, dat in Adèle's Comeback Nr. 1 de gave balans uit haar vorige programma's ontbreekt. Voorheen hielden fraaie chansons en hilarische nummers elkaar mooi in evenwicht. Ditmaal overheersen de grappen en grollen, de maar half afgemaakte invallen en de vele variaties op het lijfelijk genot.

Hoewel regisseur Dick Hauser er zo te zien alles aan heeft gedaan om de losse elementen tot een eenheid te maken, doet Adèle Bloemendaal hier weinig recht aan haar fenomenale kwaliteiten als chansonnière en comédienne. Nog altijd is haar repertoire-keuze avontuurlijk, maar ik vind dat ze zichzelf te kort doet door in dit programma overwegend voor malligheid te kiezen.

Slechts een paar nummers, waarbij ze genietend langs haar muzikanten loopt en onder spannend licht teksten op literair niveau zingt, tonen wat ze waard is. Naar mijn smaak geldt dat bovenal voor het finalelied over de opmars van de grijze panters: “Nooit meer over één nacht ijs / goed is oud en oud is wijs / grijs is beautiful.” De woorden van Jan Boerstoel klinken naar kracht en doorzettingsvermogen, terwijl de gespierde muziek van Willem Ennes er een hymne van maakt voor iedereen die weigert zich vanwege zijn leeftijd te laten afschrijven. Daar staat Adèle Bloemendaal, volop in het licht, en stralend bezingt ze wat de voorgaande twee uur wilde bewijzen.