Zinderende ontknoping van Formule I-seizoen

Michael Schumacher (78 punten) en Jacques Villeneuve (77 punten) strijden zondag in Jerez in de laatste Formule I-race van het jaar om de wereldtitel. Overzicht van een turbulent seizoen.

1. GP Australië, 9 maart. Villeneuve gaat op pole-position als favoriet van start, maar wordt al in de eerste bocht door Schumachers teamgenoot Eddie Irvine van de baan gereden. Schumacher wordt tweede, achter David Coulthard (McLaren-Mercedes), en behaalt zes WK-punten. “Villeneuve gaat heel veel punten halen, het is voor mij mooi meegenomen dat hij hier niet scoort”, zegt Schumacher na afloop. 6-0 voor Schumacher.

2. GP Brazilië, 30 maart. Het eerste duel tussen de Canadees in de Williams-Renault en de Duitser in de Ferrari. Hoewel Villeneuve bij start en herstart vanaf de eerste plaats vertrekt, is Schumacher steeds als snelste weg. Nog in de eerste ronde komt Villeneuve uit zijn slipstream, neemt de leiding over en wint. Villeneuve leidt met Coulthard in de stand om het WK. Schumacher, vijfde, behaalt twee punten. 10-8 voor Villeneuve.

3. GP Argentinië, 13 april. Schumacher moet opgeven na een botsing met Barrichello in de eerste bocht. Villeneuve, met buikgriep op pole-position gestart, rijdt “een van zijn moeilijkste races ooit”. Hij wint, ondanks verkeerde bandenkeuze en problemen met de versnelling. 20-8 voor Villeneuve.

4. GP San Marino, 27 april. Villeneuve valt uit met elektronische problemen. Bij de tweede pitstop valt zijn auto stil. “We zijn het enige team dat Williams partij kan geven”, zegt Schumacher, die als tweede eindigt achter landgenoot Frentzen, Villeneuves teamgenoot. 20-14 voor Villeneuve.

5. GP Monaco, 11 mei. Een half uur voor de race gaat het hard regenen. Toch gaat Villeneuve het stratencircuit op met profielloze banden (slicks); de computers van Williams hadden voorspeld dat het hooguit nog even zou motregenen. Het gaat echter harder regenen. Schumacher stapt drie minuten voor de start in zijn reservewagen, afgesteld op een droog-nat circuit, en wint. Villeneuve eindigt in de vangrail. 24-20 voor Schumacher.

6. GP Spanje, 25 mei. Dankzij nieuwe banden en weinig brandstof schiet Schumacher in Barcelona in de eerste bocht van de zevende startplaats naar de derde plaats. Hij heeft drie pitstops nodig, Villeneuve twee. De Canadees wint, Schumi wordt vierde. 30-27 voor Villeneuve.

7. GP Canada, 15 juni. Al na twee ronden valt Villeneuve uit op zijn thuiscircuit in Montreal. Schumacher wint. 37-30 voor Schumacher.

8. GP Frankrijk, 29 juni. In de laatste bocht doet Villeneuve een laatste poging de derde plaats van Irvine af te pakken. Hij spint, staat half op de ingang van de pitstraat maar houdt zijn motor draaiende en gooit de wagen om. Via de grindbak gaat de Canadees nog net voor Alesi als vierde over de streep. 47-33 voor Schumacher.

9. GP Groot-Brittannië, 13 juli. Schumacher rijdt vijftien ronden aan de leiding, maar valt uit met een kapotte wiellager. Villeneuve wint. Het is de honderdste overwinning voor Williams. 47-43 voor Schumacher.

10. GP Duitsland, 27 juli. Villeneuve blokkeert zijn wielen als hij de Italiaan Trulli van het lijf wil houden, en valt uit. Schumacher (tweede) leidt met 53-43.

11. GP Hongarije, 10 augustus. Wereldkampioen Damon Hill passeert Schumacher en behoudt tot in de laatste ronde de leiding. De Brit krijgt problemen met het gaspedaal en de versnelling en verliest terrein. In laatste ronde haalt Villeneuve hem in en wint. Schumacher wordt vierde. 56-53 voor Schumacher.

12. GP België, 24 augustus. Een hoosbui voor de race. Weer kiest Schumacher op het laatste moment voor een reservewagen, die afgestemd is op de regen. “In de verte begon het licht te worden en ik gokte dat de regen spoedig zou stoppen.” De regen maakt de baan spekglad, maar in het tv-tijdperk is niet-starten ondenkbaar. De bolides starten achter de safety-car, die na drie ronden van de (drogere) baan verdwijnt. Villeneuve maakt een fout. “Drie minuten voor de start stopte de regen. Toen was het te laat de banden te wisselen.” Bij de eerste stop laat hij intermediates monteren. Weer vijf ronden later pikt de Candees slicks op. Vijfde wordt hij uiteindelijk. Schumacher wint. 66-55 voor Schumacher.

13. GP Italië, 7 september. Beide rivalen verkeren in een vormcrisis. Villeneuve wordt vijfde, Schumacher zesde. 67-57 voor Schumacher.

14. GP Oostenrijk, 21 september. Schumacher krijgt een stop and go-straf van tien seconden omdat hij twee auto's inhaalt terwijl met de gele vlag wordt gezwaaid ten teken dat er niet mag worden ingehaald. De Duitser ligt in tweede positie, achter de latere winnaar Villeneuve, maar moet door zijn in de pitstraat uit te zitten straf die in totaal 25 seconden kost, genoegen nemen met de zesde plaats en één schamel WK-punt. 68-67 voor Schumacher.

15. GP Luxemburg, 28 september. Schumacher wordt in de eerste bocht op de Nürburgring door broer Ralf van de baan getikt en staakt even later de strijd. Villeneuve wint: “Ik hoef in Japan maar één punt meer te halen dan Michael en dan ben ik wereldkampioen.” 77-68 voor Villeneuve.

16. GP Japan, 12 oktober. De dag voor de race negeert Villeneuve tijdens de vrije training de gele vlag wanneer Verstappen zonder benzine langs de baan staat. De Canadees wordt gediskwalificeerd. Williams-team gaat in beroep, de straf wordt opgeschort en op Suzuka mag Villeneuve starten, op pole-position. Hij loopt het risico na de race uit de uitslag te worden geschrapt en kiest er voor om Schumacher dwars te zitten, zodat die weinig of geen punten kan behalen. De tactiek faalt. Schumachers teamgenoot Irvine profiteert en neemt de leiding over van Villeneuve. Bij de pitstop verliest de Canadees kostbare tijd, bij het opkomen van de baan hindert hij Schumacher, die hem toch kan passeren. Irvine moet de teambelangen laten prevaleren en laat Schumacher de leiding overnemen. Schumacher wint en verdient tien punten. Villeneuve krijgt voor de vijfde plaats twee punten, behoudt de leiding in de stand om het WK, maar moet een paar dagen later zijn twee punten inleveren. Schumacher 78, Villeneuve 77.