Wc

Toen ik pas op de middelbare school was fietste ik altijd heel vlug naar huis. Dat was omdat de wc's op school zo vies waren dat ik ze niet wilde gebruiken. Na een tijd ontdekte ik dat ik niet de enige was; er was nog een ander meisje, Angela, die holde ook naar huis.

De school was vroeger een woonhuis geweest en binnen was alles of te groot of te klein. De vestiaire was veel te klein en de jassen hingen heel dicht op elkaar; soms hoorde je iemand huilen tussen die jassen, het was de enige plek op school waar je alleen kon zijn.

Naast deze ruimte waren de wc's en daar was alles gigantisch groot, met reusachtige wc's en monsterlijk hoge plafonds. De deuren waren ook voor reuzen gemaakt, maar ze waren niet lang genoeg, ze reikten niet tot aan de vloer. Van buiten konden de mensen je voeten zien, en dat vonden wij afschuwelijk. Het was al vreselijk genoeg dat je naar de wc moest, maar dat iemand daar je voeten kon zien was ondraaglijk. Het stonk ook, er was vaak een verstopte wc, en soms een die overstroomde. Het idee dat je onschuldig, gewoon door door te trekken, zo'n overstroming kon veroorzaken was vreselijk; dan maar liever niet naar de wc.

In mijn haast om naar huis te gaan vergat ik dan soms ook mijn huiswerk. Als Angela en ik met elkaar wilden praten, na school, was het hoogst onaangenaam, we sprongen van de ene voet op de andere, en konden niet goed naar elkaar luisteren. Na een tijdje begon ik met haar mee naar huis te lopen, nee: hollen. Zij woonde dichterbij de school dan ik en er was bij haar een mooie schone wc met een gewone deur. Daarna bleef ik een beetje hangen, we speelden, dronken een kopje thee.

Jarenlang is ze mijn beste vriendin geweest, dankzij die wc's.