Voorstelling over de saaiheid van het kantoorleven; Vier helden op puntlaarzen

Voorstelling: Desperado, van en met Jim van der Woude, René van 't Hof en Kas & de Wolf, door Stichting Woods. Gezien: 23/10 Toneelschuur, Haarlem. T/m 25/10 aldaar; tournee t/m 20/12. Inl 020-4214542.

Een geliefd thema van Jim van der Woude, René van 't Hof en Kas & de Wolf is de man, waarschijnlijk omdat zij zelf tot die soort behoren. In hun gezamenlijke voorstelling Desperado blazen de beide duo's hun eigen en andermans zwakheden op tot een welhaast monumentale lulligheid.

Het is dat Van Kooten & De Bie reeds een patent op de uitdrukking hebben, maar anders zou je de vier heren in Desperado rustig De Clichémannetjes kunnen noemen.

Bert, Robin, Harrie en Leo verkleden zich elk weekend als cowboys: vrije jongens willen ze zijn voor wie iedereen vol ontzag een stap opzij doet. Dus vervangen ze hun sloffen door puntlaarzen met pittige sporen. Maar de sporen van hun verleden wissen ze daar niet mee uit... Hun verleden, dat is de afgelopen werkweek op kantoor, dat is het gemodder met vrouwen, dat zijn de dagelijks ondergane vernederingen. De directeur die het 15-jarig jubileum van zijn trouwste werknemer Leo vergat; de meid die in het café de slaapkamerblunders van haar ex Harrie rondbazuinde - het zijn wonden die zorgvuldig worden gelikt.

Het komische effect zit 'm vooral in de verregaande onnozelheid van deze cowboys. Ze krijgen maar niet in de gaten dat hun gemekker over andere mannen ook op henzelf van toepassing is, bijvoorbeeld wanneer ze het over de 'bloedeloos saaie praatjes' van collegaatjes hebben. Hun eigen praatjes bestaan uit spreekwoorden en gezegden die helemaal niets meer zeggen omdat ze tot op de draad versleten zijn. En toch hechten de heren aan het gesprek als communicatievorm. Je ziet hun hersens zwoegen terwijl ze proberen elkaar te begrijpen en meestal zijn ze het roerend met elkaar eens - totdat er één een pesterijtje begint dat bij de getroffene laat maar hard aankomt.

De spelers accentueren de kleinheid van hun helden met krachteloze loopjes, slome pauzes en dof gehannes met sigaretten. Peuken worden verkeerd uitgedrukt, lucifers blijven maar branden ondanks geschud en geblaas, as wordt nadrukkelijk van broekspijpen geveegd. Die lucifers zijn zowat de enige rekwisieten. Op een kaal toneel staan deze acteurs, voor een oranje gordijn dat alleen opengaat als een van de vier ergens daarachter bier haalt. De anticlimax wanneer zo'n cowboy opkomt met bierblik inplaats van pistool is heel aardig omdat hij daarmee zowel de western als het traditonele toneel onderuithaalt.

Maar het is alleen leuk in het begin. De eindeloze herhaling van steeds dezelfde gebaartjes en grapjes en zinnetjes zegt op den duur meer over de dufheid van de performance dan over die van de personages zelf.

'Man, wat wíj allemaal niet kunnen', zeggen de cowboys Harrie, Leo, Robin en Bert, zeggen de mimespelers Van der Woude, Van 't Hof en Kas & de Wolf. 'En dàn dit...!!!' Het is alsof ze daarmee toegeven dat een voorstelling over saaiheid onmogelijk twee uur lang spannend kan blijven.