Verdrongen schandaal tot leven gewekt

Voorstelling: De Zaak L.A. Ries van Dick van den Heuvel door Theatergroep Toetssteen. Decor: Peter van Bokhorst e.a.; kostuums: Josje Timmers e.a.; spelers: Fred Greebe, Boy Hazes e.v.a.; regie: Edo van Dijken. Gezien 23/10 Theater De Engelenbak, Amsterdam. Te zien aldaar t/m 8/11. Inl.: 020-6266866. Publicatie: Een Welmenend Cynicus. Opkomst, val en eerherstel van Mr. L.A. Ries door E.W.A. Henssen. Uitg. Bas Lubberhuizen, 250 blz. Prijs ƒ 25,-.

Het is een telkens terugkerend en mooi beeld in de voorstelling De Zaak L.A. Ries door Toneelgroep Toetssteen. De geschiedenis is een oneindig verkwister van mensenlevens, van tijd, van energie. Alles wat we vandaag ondernemen, kan morgen ongedaan zijn. Liefde van nu, is enkele tellen later voorbij. En, om bij de voorstelling te blijven: had de geschiedenis een andere loop genomen, dan was de Tweede Wereldoorlog misschien nooit gevoerd en had de holocaust er nooit hoeven zijn.

Maar de tijd verliep anders, zoals iedereen weet. Toneelgroep Toetssteen heeft met het door Dick van den Heuvel geschreven toneelstuk De Zaak L.A Ries een bijna vergeten of in elk geval verdrongen historisch schandaal aan de vergetelheid ontrukt.

L. A. Ries (1893-1962) was, als schatbewaarder van het Ministerie van Financiën, sinds 1927 betrokken bij de onderhandelingen tussen Nederland en Het Derde Rijk. Hij was briljant, hij overtrof de toenmalige minister van Financiën Mr. P.J. Oud van de VVD. Dankzij Ries kon een voor Nederland zeer gunstig verdrag afgesloten worden met de Duitsers. Maar diezelfde Oud klaagde Ries aan wegens vermeende homoseksuele handelingen met minderjarigen en Ries werd ten val gebracht.

Een erezaak tussen hooggeplaatste ambtenaren dus. Niet de meest wervelende personages natuurlijk, wel schitterend materiaal om zowel een boek, als dat door E.W.A. Henssen, als een toneelstuk aan te wijden. Na het succes van Emily, of het geheim van Huis ten Bosch is dit amateurgezelschap de juiste groep om de herinneringen aan het vaderlandse verleden weer eens op te frissen.

De voorstelling in de regie van Edo van Dijken heeft onmiskenbare kwaliteiten, en ook heeft ze een nadeel: de lengte, het na de pauze niet tot een keihard en dwingend slot kunnen komen. Schrijver Dick van den Heuvel heeft in chronologisch opzicht een fraaie vondst bedacht: hij laat de schrijver van een brochure over dit Haagse zedenschandaal, dominee Van der Heide, optreden als vertellende instantie.

Omgeven door een sfeervol dertiger jaren decor treedt Fred Greebe in deze rol op; hij doet dat uiterst secuur en met toewijding. Ook Dick Lam als Colijn, een medestander van Ries, weet een historisch personage goed te treffen. Het gaat echter fout met Ries' tegenspelers minister Oud (Haiko van der Pol) en Van 't Sant (Boudewijn van Hulzen).

Beiden klagen Ries aan, maar aangezien er nooit echte bewijzen tegen Ries' homoseksuele praktijken zijn gegeven, is hun aanklacht uiteindelijk loos. Zo'n uitgangspunt op drijvend zand kan geen enkele acteur aan. En beiden vervallen een erge fout: ze gaan schreeuwen, en daardoor zichzelf overstemmen.

Jammer dat de oppositie zo oppervlakkig is. Het kan op historische gronden berusten, zoals blijkt uit een krantenbericht dat Oud zijn bril van zich afsmeet, weer opzette enzovoort, maar de hoge inzet van het drama gaat teloor.

Daarom heb ik veel lof voor de rol van Boy Hazes als Leopold Ries. Met een superieure souplesse draagt hij zijn karakter door de voorstelling, in weerwil van het misplaatste acteursgeweld om hem heen; innemend, tragisch, ongrijpbaar ook, geduldig. Hier heeft de regie ingetogenheid betracht. Niet dat Ries een positieve held wordt, maar wel dat zijn overtuigingskracht groot is. Hij komt uit alle documenten werkelijk tot leven.

Zoals het vermijden van zinloze verspilling van mensenlevens Ries' drijfveer was, zo had Toetssteen ook de voorstelling voor overdaad moeten behoeden. Er is in veel opzichten teveel, aan het slot verschijnt nog de ene scène na de andere en meandert de voorstelling naar alle kanten uit. Maar uiteindelijk overtreft de kwaliteit van het spel van de acteurs die Ries zelf, Colijn en Van der Heide uitbeelden al de bedenkingen; zij weten ziel te geven aan historische personages.