Tyfoon in Hongkong

DE FINANCIËLE STORM die al maanden over Zuidoost-Azië raast, begint de verwoestende werking van een tropische tyfoon te krijgen. Met niets ontziende kracht heeft deze storm zich nu verplaatst naar Hongkong, algemeen beschouwd als een onneembaar financieel bolwerk in het Verre Oosten.

Tot nu toe was Hongkong goeddeels gespaard gebleven voor de financiële problemen die andere landen in de regio teisteren. Maar deze week sloeg de paniek toe in de voormalige kroonkolonie en de schade was enorm: de vaste koers van de Hongkong-dollar kon slechts met exorbitante rentetarieven worden verdedigd en de Hangseng-index van de effectenbeurs klapte in elkaar, waardoor beurzen wereldwijd werden beïnvloed.

De gevolgen gaan veel verder dan die van een financiële crisis. Het economische model van de 'Aziatische tijgers' dat tot voor kort zo werd bewonderd en gevreesd, is weggevaagd. De positie van Japan - als belangrijkste crediteur, investeerder en exporteur in de regio de grootste verliezer - is onduidelijk. Temeer omdat Japan nog steeds niet is hersteld van zijn eigen economische crisis die zes jaar geleden begon. En na de overdracht van Hongkong aan de Volksrepubliek China is nu ook deze Aziatische gigant rechtstreeks bij de paniek betrokken geraakt. China heeft een versnelling van zijn eigen hervormingen aangekondigd, maar de Chinese autoriteiten moeten nu eerst tonen in staat te zijn om Hongkong te helpen.

DE SPREIDING van de crisis over steeds meer Aziatische landen betekent niet dat de problemen overal dezelfde zijn. Er doen zich wel een aantal parallellen voor, met name de opgeblazen aandelen- en onroerend-goedmarkten. Overal zijn deze luchtbellen doorgeprikt en aldus ontrolt zich een klassiek drama van plotselinge deflatie van financiële waarden.

Thailand, Maleisië, Indonesië, de Filippijnen en Zuid-Korea hebben te maken met structurele economische onevenwichtigheden die zijn afgestraft in de financiële markten. Dat is niet het werk van 'joodse samenzweerders' uit het Westen die de Aziatische landen hun economische emancipatie niet gunnen, zoals de Maleisische premier dr. Mahathir nog onlangs heeft beweerd. Eerder kan worden volgehouden dat de Westerse financiers met hun kapitaalstroom te lang de economische tekortkomingen in de 'opkomende landen van Azië' hebben toegedekt.

Deze zomer is een economisch model van autoritair bestuur, grootschalige corruptie, sociale ongelijkheid, verwevenheid van politieke en zakelijke belangen, een zwak banksysteem en steeds megalomanere projecten bezweken onder zijn eigen gewicht. Torenhoge bankschulden, niet-invorderbare kredieten voor dubieuze investeringsprojecten en verliesgevend onroerend goed eisen hun tol.

De politieke autoriteiten lijken nog steeds niet doordrongen van de ernst van de crisis. Men verkeert in een staat van schok, niet van besluitvaardigheid. Weliswaar heeft het ene land na het andere de vaste wisselkoers van zijn munt aan de dollar onder druk van speculaties op de financiële markten losgelaten, maar van ingrijpende economische saneringsmaatregelen is nauwelijks sprake. In Thailand en Indonesië is inmiddels de hulp van het Internationale Monetaire Fonds ingeroepen. Maar ook het IMF stuit op enorme weerstand bij het aanpakken van gevestigde politiek-economische belangen, bijvoorbeeld die van de familie van de Indonesische president Soeharto.

HONGKONG EN TAIWAN, en in mindere mate Singapore, konden zich isoleren van de crisis omdat hun economische fundamenten gezond zijn. Niet langer. Na de golf van devaluaties in Zuidoost-Azië zijn hun munten relatief duur geworden en daardoor wordt hun exportpositie aangetast. Ondanks hun reusachtige reserves aan harde valuta staan hun munten onder druk. Het is de vraag of ze hun vaste koers ten opzichte van de dollar kunnen handhaven. De renteverhoging die nodig is om die munten te verdedigen, is fnuikend voor de beurskoersen en onroerend-goedprijzen. De autoriteiten in Hongkong staan voor de keuze om de muntkoppeling vast te houden of om de wankelende financiële waarden te stutten.

China heeft vandaag aangekondigd de monetaire autoriteiten van Hongkong te zullen steunen bij de verdediging van de munt. Dat is een dappere stap. In de afgelopen vijf jaar zijn het Britse pond, de Italiaanse lire en (bijna) de Franse franc gesneuveld in de Europese valutacrises van 1992-93, ging de Mexicaanse peso onderuit in de crisis van 1994-'95 en sneuvelden de Thaise baht, de Maleisische ringgit, de Indonesische roepia, de Zuid-Koreaanse won en de Filippijnse peso dit jaar. Speculatieve fondsen kunnen met vrijwel onbegrensde hoeveelheden geleend geld bedragen mobiliseren waarbij de reserves van centrale banken in het niet vallen. Zelfs met een blanco cheque van de centrale bank van China is handhaving van de Hongkong-dollar niet gegarandeerd als de monetaire autoriteiten hun vastberadenheid verliezen.

ALS MUNTEN WANKELEN, huiveren beleggers en kelderen beurzen. Maar speculanten winnen niet altijd. Dat hangt af van de ernst van de onderliggende economische problemen waartegen ze hun speculatieve slagkracht in stelling brengen, én van het gevoerde beleid. Tot nu toe laat Hongkong zien dat het bereid is door te zetten. Ondanks de tyfoon houdt het monetaire anker nog.