Strijd om de regie over ruimtelijke ordening

Minister De Boer (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) verdedigde deze week haar begroting. De Tweede Kamer vindt dat de minister van VROM bij de discussie over het Nederland van de 21ste eeuw meer de regie naar zich toe moet trekken ten gunste van het milieu.

DEN HAAG, 24 OKT. Ruimtelijke ordening is een favoriet onderwerp van het kabinet-Kok. Het departement van Verkeer en Waterstaat wil graag de regie voeren over de uitbreiding van Schiphol, riep minister Jorritsma enkele weken geleden. Minister Wijers (Economische Zaken) neemt met genoegen het voortouw als het gaat om de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Investeren in het Nederland van de 21ste eeuw is een stokpaardje van premier Kok.

Formeel voert de minister van VROM de regie als het kabinet nadenkt over de toekomst van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Maar in de praktijk nemen anderen die regie graag van haar over. Minister Jorritsma wilde nachtvluchten op vliegveld Beek en zij kreeg haar zin ondanks stug verzet van haar collega De Boer. Premier Kok en Jorritsma wilden ondanks bezwaren van VROM een hogesnelheidslijn dwars door het Groene Hart van de Randstad, en zo geschiedde. Het milieu wordt er daardoor meestal niet beter op.

Om een effectief milieubeleid te kunnen voeren, vindt De Boer het ruimtelijke-ordeningsbeleid daarbij van doorslaggevend belang. Bij het debat over de ruimtelijk-economische toekomst van Nederland eist ze daarom voor zichzelf een centrale rol op, zo maakte zij de Tweede Kamer gisteren duidelijk. “Ik kan nooit een andere minister beletten om een visie te hebben op ruimtelijke ordening. Maar er is een belangrijke rol weggelegd voor de minister van VROM.”

De Boer vindt dat ze er in de loop van haar ambtsperiode in geslaagd is “ruimtelijke ordening hoger op de politieke agenda te krijgen”. “Steeds vaker wordt gewezen op de samenhang tussen ruimte, milieu en wonen.”

Door de inspanningen van De Boer worden dubbel grondgebruik (huizen en kantoren boven wegen), compacter bouwen in de stad en verdichting (meer huizen op hetzelfde oppervlak) steeds vaker toegepast. De betere inpassing van de Betuwelijn in het landschap schrijft ze ook op haar conto, net als de HSL-tunnel onder het meest kwetsbare deel van het Groene Hart.

Toch zijn er in de Kamer twijfels of er sprake is van “een samenhang tussen ruimte, milieu en wonen” bij de grote structurele beslissingen van het kabinet, zoals een tweede nationale luchthaven of een tweede Maasvlakte.

Het Kamerlid Duivesteijn (PvdA): “Bij herhaling moeten vanuit ruimtelijke ordening zaken worden gecorrigeerd, welke door Econonomische Zaken en Verkeer en Waterstaat reeds ontwikkeld worden tot concrete voorstellen. Het kabinet neemt de grote beslissingen bij projecten buiten de invloedssfeer van de ruimtelijke ordening om.” Duivesteijn signaleerde dat het kabinet eerst beslissingen neemt over grote projecten en dat daarna pas de afweging volgt of dat wel past in een 'duurzame' ontwikkeling waarbij het milieu wordt ontzien.

Als voorbeeld noemde Duivesteijn de planning van infrastructuur in gebieden die zijn aangewezen voor nieuwbouw, de zogenoemde VINEX-gebieden. De huizen worden al gebouwd, maar De Boers collega Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) heeft geen geld voor behoorlijk openbaar vervoer in de wijk. Duivesteijn, daarbij gesteund door GroenLinks en D66, wees erop dat door dergelijke ontwikkelingen niet bepaald een bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van het fileprobleem.

Zo is het bij het VINEX-gebied Leidsche Rijn bij Utrecht, waar de komende jaren tienduizenden woningen worden gebouwd, twijfelachtig of de vereiste voorzieningen voor het openbaar vervoer op tijd klaar zullen zijn. De bewoners van de wijk zijn daardoor vanaf het begin aangewezen op de auto. De gemeente Amsterdam, waar hetzelfde probleem speelt, weigert een akkoord met het rijk over de bouw van grote aantallen woningen te tekenen. Eerst moet de rijksoverheid afspraken nakomen over investeringen in de infrastructuur, vindt Amsterdam.

Maar de belangrijkste test voor de plaats van De Boer in het ruimtelijk beleid is de uitbreiding van de luchtvaart, waarover het kabinet naar verwachting volgende maand een beslissing neemt. Bij geen enkel ander onderwerp komt de spanning tussen economie, milieu en ruimte sterker samen dan bij de eventuele uitbreiding van Schiphol. Het Kamerlid Vos (GroenLinks) herhaalde gisteren dat De Boer voortdurend achter de feiten aanholt, omdat ambtenaren en haar collega-bewindslieden in feite al besloten zouden hebben dat de luchtvaart in Nederland mag uitbreiden. Zij wierp de Boer voor de voeten dat het kabinet de toekomst van Schiphol behandelt als geïsoleerd onderwerp, los van de ruimtelijke ordening.

GroenLinks en de milieubeweging voorspellen dat het kabinet zal gaan morrelen aan de milieugrenzen van Schiphol. Vos haalde een concept-advies aan van ambtenaren van vijf departementen, waarin zou worden gesteld dat het mogelijk is binnen de huidige milieugrenzen op Schiphol veel meer passagiers te vervoeren dan het huidige maximum van 44 miljoen per jaar. Voorwaarden zijn wel dat er andere aanvliegroutes worden gekozen, dat er een beter banenstelsel komt en dat er met stillere vliegtuigen wordt gevlogen. Dan zouden tot negentig miljoen passagiers vervoerd kunnen worden.

Minister De Boer zei er “niets van te geloven” dat Schiphol tot een dergelijk aantal passagiers kan blijven groeien zonder dat de bestaande milieugrenzen worden aangetast. “En als zo'n advies al bestaat, zegt dat niets over de opvatting van het kabinet. De besluitvorming in het kabinet is nog 100 procent open. Nog geen enkele minister heeft al een standpunt bepaald.” En, zo kondigde zij aan, toekomstige besluiten over de luchtvaart zullen worden onderworpen aan een “robuustheidstoets” wat betreft de bijdrage aan een duurzame economische ontwikkeling.

Over enkele weken zal blijken of de regie van de minister van VROM zich uitstrekt tot het meest gevoelige ruimtelijk-economische onderwerp van dit moment.