Nederland wil Afrika helpen bij beschermen kunst

Kunstschatten worden in Afrika op grote schaal geroofd en geplunderd, zelfs uit musea, om ze door te verkopen aan het Westen. In Amsterdam bogen museumdirecteuren en archeologen uit de hele wereld zich over dit probleem. Gezamenlijk pleiten zij voor snelle ratificering van het UNIDROIT-verdrag.

AMSTERDAM, 24 OKT. De roof van kunstschatten uit Afrikaanse musea en archeologische vindplaatsen heeft de laatste jaren verontrustende vormen aangenomen. In Nigeria houdt bijvoorbeeld tweederde van de musea haar deuren gesloten, omdat er simpelweg niets meer te tonen valt. Musea worden regelmatig overvallen door goed georganiseerd en gewapende bendes, waarbij regelmatig bewakers gewond raken of zelfs gedood worden. Aangenomen wordt dat veel van de diefstallen gepleegd worden in opdracht van internationale handelaren die de werken doorverkopen aan particuliere verzamelaars.

In Amsterdam komen sinds woensdag museumdirecteuren en archeologen uit de hele wereld bijeen op een conferentie in het Koninklijk Instituut voor de Tropen om zich over dit probleem te buigen. Op de openingsdag verklaarde een vertegenwoordiger van het ministerie van Ontwikkelingsamenwerking dat het ministerie bereid is tot financiële ondersteuning van instituten in ontwikkelingslanden die zich sterk maken voor de bescherming van cultureel erfgoed.

Yaro Gelle, de directeur van de Nationale Commissie voor Musea en Monumenten in Nigeria, beschuldigde tijdens zijn toespraak ook diplomaten die in zijn land zijn gestationeerd van kunstroof. Zij zouden misbruik maken van hunprivileges door op grote schaal kunstvoorwerpen naar het buitenland te smokkelen. Geruchten gaan dat ook medewerkers van Afrikaanse musea zelf verantwoordelijk zijn voor de diefstallen en tegen flinke geldbedragen kunstwerken achterover drukken. Elisabeth den Portee, secretaris-generaal van de ICOM (International Councel of Museums) en een van de organisatoren van de conferentie bestrijdt deze theorie. Volgens haar zullen de museummedewerkers hun leven niet in de waagschaal stellen. Zeker in oorlogsgebieden als Angola worden kunstdieven zonder pardon gedood.

Grootschalig zijn ook de plunderingen van archeologische vindplaatsen in Afrika. In Mali verdween naar schatting 65 procent van de archeologische vondsten naar het buitenland. De opgravingen worden gedaan door malafidearcheologen die hun werk niet documenteren en de vindplaatsen onbeschermd achterlaten. Niet alleen verdwijnt op deze manier de context van de voorwerpen en daarmee de geschiedenis van het land, ook de achtergebleven voorwerpen gaan verloren door erosie, woestijnwind of worden vertrapt door dieren. In een arm land als Niger riskeert de bevolking haar leven door zelfs in mijnenvelden op zoek te gaan naar beelden voor de zwarte markt.

Zolang de markt in stand wordt gehouden door Europa, de Verenigde Staten en Japan, zullen de plunderingen doorgaan. Elisabeth den Portee zei tijdens de conferentie dat vrijwel elk voorwerp van Afrikaanse oorsprong dat buiten Afrika aangeboden wordt, verdacht en waarschijnljk gestolen is. Om dit tegen te gaan is in 1995 de UNIDROIT-conventie opgesteld. Eigenaren van Afrikaanse kunstschatten moeten volgens dit verdrag de oorsprong van hun bezit kunnen aantonen en dus bewijzen dat ze er op een eerlijke manier zijn aangekomen. Nederland heeft het verdrag samen met ruim twintig andere landen ondertekend, maar nog niet geratificeerd.

Tijdens de eerste dag van het congres werden verschillende oplossingen aangedragen om de plunderingen tegen te gaan. Allereerst is het volgens deelnemers van belang de lokale bevolking te overtuigen van de waarde van hun culturele erfgoed, zodat zij zich niet voor een paar dollar laat omkopen door handelaren. Zij moet zelf verantwoording gaan dragen voor haar cultuur, op eenzelfde manier als de bevolking van bijvoorbeeld Zimbabwe haar wilde dieren tegen stropers beschermt. Een tweede belangrijke stap is het inventariseren en documenteren van de kunstvoorwerpen in musea en archeologische vindplaatsen. Een zwarte lijst moet het opsporen van gestolen voorwerpen gemakkelijker maken. De belangrijkste stap is echter het invoeren van een internationale wetgeving. Als Nederland samen met andere belangrijke handelslanden als België, Zwitserland en Frankrijk het UNIDROIT-verdrag zou bekrachtigen, zou er volgens het congres misschien een halt kunnen worden toegeroepen aan de massale leegroof van het Afrikaanse cultureel erfgoed.