MiloševiEÉc noemt nieuwe kandidaat

BELGRADO, 24 OKT. In Servië hebben de regerende socialisten een nieuwe kandidaat aangewezen voor de presidentsverkiezingen van 7 december: Milan MilutinoviEÉc, de federale (Joegoslavische) minister van Buitenlandse Zaken, gaat op 7 december een gooi doen naar het presidentschap van Servië.

Hij vervangt Zoran LiliEÉc, die er eerder deze herfst in twee ronden niet in slaagde tot president te worden gekozen. In de eerste ronde, eind september, eindigde LiliEÉc weliswaar op de eerste plaats maar kwam hij veel tekort voor de vereiste absolute meerderheid. In de tweede ronde leed LiliEÉc een smadelijke nederlaag tegen de ultra-nationalist Vojislav Šešelj, maar omdat de totale opkomst onder de vijftig procent bleef werden de verkiezingen ongeldig verklaard.

MilutinoviEÉc is, net als LiliEÉc, een trouwe medewerker van de Joegoslavische president Slobodan MiloševiEÉc. Hij is federaal minister van Buitenlandse Zaken sinds augustus 1995 en was voor die tijd onder andere ambassadeur in Griekenland en directeur van de nationale bibliotheek. Hij is lid van het bestuur van de socialistische partij SPS en heeft de reputatie een conformistische bureaucraat te zijn.

Vojislav Šešelj, leider van de extreem-nationalistische Servische Radicale Partij, heeft lakoniek gereageerd op de aanwijzing van zijn nieuwe tegenstander: “Het maakt me niet uit welke socialist ik versla”, zei hij gisteren. Hij zei te verwachten dat elke socialistische kandidaat het slechter zal doen dan LiliEÉc.

De verkiezingen van 7 december worden - opnieuw - geboycot door de democratische oppositie: twaalf partijen, waarvan de Democratische Partij van Zoran DjindjiEÉc en de Burger-Alliantie van Vesna PešiEÉc de belangrijkste zijn, hebben hun aanhangers opgeroepen niet te gaan stemmen.

Vuk DraškoviEÉc, de leider van de oppositionele Servische Vernieuwingsbeweging SPO, die eerder dit jaar met DjindjiEÉc en de oppositiecoalitie Zajedno brak, heeft zich daarentegen wel opnieuw kandidaat gesteld.

DraškoviEÉc kreeg in de eerste ronde iets meer dan twintig procent van de stemmen en werd daarmee uitgeschakeld. (Reuter)