Keffertjes

Freek de Jonge was van zijn geloof gevallen, tetterden enkele voorpagina's twee jaar geleden. Zijn geëngageerde cabaret-verleden met Bram Vermeulen had hij verloochend, zijn toenmalige vijanden omarmde hij, en zelfs had hij zichzelf tot geestverwant van VVD-leider Bolkestein verklaard.

Dat laatste lag bij nader inzien iets genuanceerder. De Jonge bleek Bolkestein in een interview in het blad Rails slechts te hebben geprezen om diens “laat iemand maar roepen wat hij vindt”-houding en niet om 's mans politieke inzichten.

Maar het eerste klopte wel. “Een beetje meewarig” keek de vijftig geworden De Jonge terug op “de jonge Freek van eind jaren zestig”, die met het duo Neerlands Hoop had getracht de wereld te verbeteren. In werkelijkheid was het allemaal “modieus gewauwel, maoïstisch-leninistische napraterij” geweest. Sterker nog: “Was het wel zo hoogstaand om op het toneel te verkondigen wie wel en niet deugt, zonder respect voor andere opinies? Nu denk ik: laten we dankbaar zijn dat conservatieve mensen in de jaren zestig en zeventig nog zo standvastig aan hun 'rechtse' ideeën zijn blijven vasthouden. Als wij waren doorgeslagen met die linksradicale mikmak, als de wereldverbeteraars het voor het zeggen hadden gekregen... dan had 't er eng uitgezien, hoor. Echt. Dan gingen we d'r allemaal aan.”

Zo had Freek de Jonge gesproken, en zo kwam het twee jaar geleden in het nieuws.

Maar nu, twee jaar later, heeft Rails-verslaggever Pieter Webeling ook een interview met Bram Vermeulen gemaakt. In een aantal opzichten, bijvoorbeeld over de rolverdeling binnen het duo, blijken de vroegere vrienden er intussen vergelijkbare ideeën op na te houden. Over hun rol tegenover de buitenwereld zijn ze het echter nog steeds niet met elkaar eens. Vermeulen herinnert aan de “maoïstisch-leninistische napraterij” waarvan De Jonge hen 'postuum' beschuldigde, en zegt: “Die uitspraken vond ik zo kortzichtig. Wat nou, maoïstisch-leninistisch? Weet je wat ons publiek was? De gematigde kant van de PvdA! Felix Rottenberg, toen leider van de Jonge Socialisten, droeg ons op handen. Met de CPN hadden we niets. Het is modieus van Freek dat hij de geschiedenis zo wil verdraaien. Echt, Neerlands Hoop was veel minder belangrijk dan hij denkt. Wij waren narren. Keffertjes. Eloquente, meeheulende keffertjes.”

Het is een curieuze discussie die meer zegt over de twee botsende karakters dan over de kwaliteiten van Neerlands Hoop. Het artistieke belang van het duo is immers boven elke twijfel verheven; een kwart eeuw geleden hebben Bram & Freek het in vorm en inhoud ietwat vastgelopen cabaret-genre nieuw leven gegeven door er invloeden van rock & roll en modern toneel in te brengen. Wat voordien slechts burgerlijk beschaafd was, werd jong en brutaal. Maar ook individualistisch, zoals goed cabaret behoort te zijn. En daarmee per definitie niet passend in een partijpolitiek kader. In het gunstigste geval zet een nar enkelingen lachend aan het denken, en dat hebben Bram & Freek meer dan menigeen gedaan.

Dat de wereld daardoor desondanks niet is veranderd, is voor Freek de Jonge blijkbaar verrassender geweest dan voor zijn toenmalige compagnon. En een ander verschil tussen de twee is dit: de visie van Bram Vermeulen is dezer dagen niet in het nieuws gekomen.