Ingenaaid & Gebonden

Temidden van alle megafusies in de uitgeverswereld vraag je je het wel eens af: verdwijnt het boek langzaam in de muil van het cut throat-kapitalisme van de jaren negentig? Een ontwikkeling die daar eventueel aan kan bijdragen is het verdwijnen van de vaste boekprijs, de afspraak tussen boekhandels en uitgeverijen dat boeken tegen een vaste prijs worden verkocht - zonder dat iemand ermee gaat stunten door ze voor een paar gulden minder in de aanbieding te doen.

Die vaste boekprijs staat in heel Europa op dit moment (weer) flink ter discussie. In Engeland werd het net book agreement twee jaar geleden afgeschaft en in Nederland verklaarde de rechter onlangs de vaste boekprijs ongeldig voor losbladige uitgaves en boeken uit landen die geen vaste prijs kennen. Op de Frankfurter Buchmesse smeekte de vereniging van Duitse boekhandelaren de Europese Commissie weer eens zich toch vooral uit te spreken vóór handhaving van de zogenaamde 'verticale prijsbinding'.

Tegenstanders noemen de vaste boekprijs concurrentievervalsing, die verstarring bij boekhandels en uitgevers in de hand werkt en de klant opzadelt met te hoge prijzen. Voorstanders stellen daar tegenover dat zonder een vaste boekprijs weliswaar de toplaag van best sellers goedkoper zal worden, maar dat de rest van het assortiment fors duurder wordt en voor een deel zelfs zal verdwijnen. Hoogste tijd dus, zo besloot de werkgroep Boekwetenschap van de universiteit van Leiden, voor een ronde tafeldiscussie over de vaste boekprijs in Nederland. Gistermiddag schoof daarom in Leiden een aantal direct betrokkenen aan, waaronder Laurens van Krevelen (directeur Meulenhoff en voorzitter Koninklijke Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels), P.J. Uitermark (hoogleraar economie aan de universiteit van Amsterdam en ex-ambtenaar van Economische Zaken) en John Calder (Engelse literaire uitgever en voorvechter voor herinvoering van de vaste boekprijs in Groot-Brittannië).

Calder leverde in Leiden een hardstochtelijk pleidooi voor de vaste boekprijs, die volgens hem door heel Europa verdedigd moet worden. Voor Calder is de huidige situatie in Engeland een voorbeeld hoe het niet moet. 'In Engeland worden de goede, kleine boekhandels door het loslaten van de vaste boekprijs squeezed out of business: op een aantal plekken verdwijnen ze gewoon. Ook de boekhandelketens lopen slecht. WH Smith heeft dit jaar voor het eerst in haar bestaan verlies geleden. Degenen die profiteren zijn de supermarkten, die de bestsellers voor stuntprijzen aanbieden om zo mensen binnen te halen. Dan hebben we het over twintig á dertig titels, die in aantal waarschijnlijk een kwart van alle boekverkoop voor hun rekening nemen.'

Calder ziet een direct verband tussen de concernvorming in de internationale uitgeverswereld en het verdwijnen van de vaste boekprijs. 'De reden dat de andere uitgevers zo apathisch reageren is dat bijna de hele Britse uitgeversbranche de afgelopen vijf jaar is opgekocht door grote concerns en Amerikaanse holdings. Zo is Random House eigenaar van bijna 90 procent van de literaire uitgeverijen in dit land. En van de Amerikanen is bekend dat ze een voorkeur hebben voor cut throat concurrentie.'

Laurens van Krevelen sloot zich aan bij Calders opvattingen. Hij verwees naar een Nipo-onderzoek waaruit onlangs bleek dat 65 procent van de Nederlanders voor een vaste prijs is, en slechts 20 procent tegen. De voorstanders zien de prijsbinding als garantie voor verscheidenheid en verkrijgbaarheid van boeken.

Een prominente tegenstanders van de vaste boekprijs is prof. Uitermark. Van Krevelen en hij vlogen elkaar enkele maanden geleden al eens in de haren op de opiniepagina van Trouw, nadat Uitermark van de vaste boekprijs met een botte bijl te lijf was gegaan. Uitermark verweet de verdedigers van vaste boekprijs - waaronder Van Krevelen - in een artikel van 16 april dat ze al jarenlang 'hersenloos' dezelfde argumenten herhalen zonder degelijk onderzoek te doen: een teken van 'culturele arrogantie' en 'intellectuele inertie' volgens de hoogleraar. Zelf gelooft hij dat 'de ongemanipuleerde markt' vanzelf zorgt voor de verscheidenheid aan boeken en verkooppunten die volgens zijn tegenstanders alleen gegarandeerd wordt door de vaste boekprijs. 'Waarom probeert u de goegemeente te belazeren met uw gezever?', schreef hij Van Krevelen.

Toch lijken de praktijkvoorbeelden van Europese landen waar de vaste boekprijs plaatsmaakte voor zijn 'ongemanipuleerde markt' de voorstanders van prijsbinding gelijk te geven. In die landen is de verscheidenheid aan boeken en verkooppunten namelijk hard achteruitgehold. De opheffing van de vaste boekprijs in Zweden in 1970 leidde tot een daling van het aantal assortimentsboekhandels (van 475 in 1971 naar 353 in 1988) en tot een forse verhoging van de prijzen: een gewone roman kost in Zweden tegenwoordig zo'n driehonderd kronen (ruim 65 gulden). De regering zag al in 1975 dat afschaffing van de prijsbinding niet het gewenste effect had, en voerde een subsidiesysteem in voor boeken met 'verkoopmoeilijkheden'. Het overgrote deel van deze steungelden blijkt echter naar de grote uitgeefconcerns te gaan in plaats van de kleinere uitgeverijen, terwijl de criteria voor subsidie vaak ondoorzichtig zijn.

In Frankrijk leidde het afschaffen van de vaste boekprijs in de jaren zeventig tot een vergelijkbare situatie als in Zweden. De supermarkten richtten een slachting aan onder de kleinere boekhandels. Hierop zorgde de toenmalige cultuurminister Jack Lang in 1981 voor de herinvoering van de vaste boekprijs.

Op dit moment denken diverse nationale regeringen, waaronder die van Zweden, Italië en Canada, over (her)introductie van verticale prijsbinding.

Al deze voorbeelden laten Uitermark echter koud, zo bleek gistermiddag in Leiden. Hij zei botweg: 'daar heb ik niets mee te maken'.

Lobby

Ondertussen draait het lobbycircus rond de Nederlandse vaste boekprijs gewoon door. Binnen enkele weken gaat de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels (KVB) naar Brussel om eens te praten met het directoraat voor de Concurrentie in de EU. De KVB wil graag dat de vaste boekprijs - die in Nederland al sinds de jaren zestig slechts bestaat bij de gratie van een tijdelijke ontheffing van de wet op de economische mededinging, die voorlopig tot het jaar 2005 gegarandeerd is - een permanente status krijgt. Op zijn beurt is de advocaat van de Free Record Shop, de partij die tot in de rechtzaal probeerde de vaste boekprijs afgeschaft te krijgen om te kunnen stunten met boeken, een juridische bodemprocedure gestart om met nieuwe argumenten tegen de boekprijs te komen. Daarvoor lobbyt hij ook bij Economische Zaken. Inkoper Juan Da Silva van de Free Record Shop blijft het absurd vinden dat 'iets cultuur is als het in een boek staat, en niet onder die beschermde noemer valt als precies hetzelfde op cd-rom staat.'