Hutu-guerrilla in Rwanda kan nog jaren voortduren

In het noordwesten van Rwanda zijn Hutu-rebellen in het offensief gegaan. Volgens Rwandese autoriteiten zijn het de laatste stuiptrekkingen van het gewapende Hutu-radicalisme. Maar buitenlandse waarnemers spreken over het begin van een langdurige en hinderlijke guerrilla.

KIGALI, 24 OKT. Claude Dusadi, politiek adviseur van Rwanda's vice-president Paul Kagame, windt er geen doekjes om. “We zullen ze dit keer niet met fluwelen handschoenen aanpakken”, zegt hij over de Hutu-rebellen die in het noordwesten van het land in het offensief zijn gegaan. “We zullen ons daarbij niet laten weerhouden door kritische rapporten van mensenrechtenorganisaties.” Volgens deze organisaties begaan Rwandese regeringssoldaten bij hun operaties tegen de Hutu-rebellen grove misdaden tegen de burgerbevolking, waarbij maandelijks tenminste duizend doden vallen.

De massale terugkeer van 600.000 Hutu-vluchtelingen uit Oost-Zaïre eind vorig jaar, heeft Rwanda nog geen vrede gebracht. Vanuit de gemilitariseerde vluchtelingenkampen werden systematisch moordacties in Rwanda uitgevoerd op Tutsi-overlevenden van de genocide in 1994, waarna de Hutu-extremisten zich weer snel terugtrokken in Oost-Zaïre. Nu hebben de operaties vrijwel uitsluitend binnen Rwanda's grenzen plaats en niet alleen op burgers en ambtenaren maar ook op militaire doelen. Op spectaculaire wijze probeerden ruim duizend Hutu-opstandelingen vorige maand de noordwestelijke stad Gisenyi in te nemen. Bij een operatie vorige week bij een nederzetting voor ontheemden vermoordden ze 37 Tutsi's. Ze maken wegen in het noordwesten onveilig door hinderlagen te leggen. “Door de toevloed van teruggekeerde vluchtelingen verkeert dit land nog steeds in staat van oorlog”, stelt een diplomaat in de hoofdstad Kigali vast.

Het noordwesten, waar de onveiligheid zich concentreert, vormt het bolwerk van Hutu-extremisme. De Hutu-rebellen presenteren zich bij de dorpelingen als 'de wezen van Juvenal Habyarimana', de in 1994 onder mysterieuze omstandigheden vermoorde president die afkomstig was uit het noordwesten. “Ze dromen van een nieuwe volkerenmoord”, aldus de diplomaat. “Ze bedrijven terreur.” De opstandelingen hebben, zo erkennen ook de Rwandese autoriteiten, steun onder de plaatselijke bevolking. Het door Tutsi's gedomineerde regeringsleger slaat keihard terug bij de 'schoonmaakoperaties'. “Ja, het komt voor dat regeringsmilitairen burgers verdacht van sympathie voor de rebellen standrechtelijk executeren”, concludeert een diplomaat. Hij ziet echter geen systematische politiek van schending van de mensenrechten achter het regeringsoptreden. Een veiligheidsadviseur van de Verenigde Naties in Kigali beaamt dit: “De regeringsstrijdkrachten proberen zich goed te gedragen.”

Amnesty International schetst in het recent uitgebrachte rapport 'Het stilzwijgen verbreken' een ander beeld. Volgens Amnesty volgt het regeringsleger een bewuste politiek om Hutu-burgers te doden en zijn daarbij vooral teruggekeerde vluchtelingen doelwit. De Tutsi-militairen van het regeringsleger zouden zich laten leiden door wraakgevoelens.

Het Amnesty-rapport wekt ergernis bij de Rwandese autoriteiten. Vice-president en minister van Defensie Paul Kagame is de sterke man van het bewind in Kigali. “Het is tegenwoordig zorgwekkend met die mensenrechtenorganisaties”, opent hij de aanval. “Welke groep het ook is, ze genieten internationaal geloofwaardigheid want ze zeggen het op te nemen voor de mensenrechten. Maar wat al die rapporten gemeen hebben, is dat ze niet objectief zijn en weigeren het conflict in een context te zien. Het gaat deze groepen kennelijk alleen om de schending van de mensenrechten, niet dat er een oorlog woedt. Amnesty heeft het over tweeduizend doden in twee maanden. Maar zijn dat allemaal burgerslachtoffers? Wat zijn dat voor cijfers? Bovendien, we ondernemen actie tegen onze soldaten die zich misdragen. Dáár hebben de mensenrechtenorganisaties het nooit over. Ze geven bewust een vertekend beeld.”

Kagame erkent dat de acties van de Hutu-strijders een niet-louter militaire aangelegenheid betreft. “De gewapende groepen opereren onder de bevolking en sommige burgers werken soms met hen samen. Dat creëert problemen voor ons. We slagen er niet geheel in hen te scheiden en om de schade toegebracht aan de bevolking te beperken.”

Dat roept de vraag of het dividend van de spectaculaire Rwandese militaire actie vorig jaar om de vluchtelingen terug te halen uit Oost-Zaïre, niet uiterst gering is. Met de vluchtelingenstroom keerden ook leden van de radicale Hutu-militie Interahamwe terug evenals soldaten van het voormalige regeringsleger van Habyarimana. Door hun gewelddadigheden lijken zij erin te slagen de scheiding tussen Hutu's en Tutsi's in de samenleving te verbreden. Evenals tussen de Hutu's en de regering. Evenals voorheen trekken de rebellen zich soms terug in het moeilijk controleerbare Oost-Congo (voorheen Zaïre). Hoewel de Rwandese regeringssoldaten hen daar nu wel mogen achtervolgen.

Kagame noemt de situatie in het noordwesten een veel beperkter probleem dan de bedreiging die de vanuit de vluchtelingenkampen in Oost-Za opererende rebellen vormden. “Onze betrokkenheid in Zaïre werd ingegeven door onze veiligheidssituatie. Het had te maken met onze overleving. Waarom we dan toch helemaal tot aan de hoofdstad Kinshasa zijn doorgegaan? Mobutu hielp de opstandelingen in de kampen en zijn regering zetelde in Kinshasa. We konden alleen dáár het Zaïrese regime vernietigen.”

In Zaïre werden openlijk wapens aangevoerd voor de Hutu-opstandelingen. “Dát is het grote verschil met vroeger”, verklaart Seth Kamanzi, adviseur van president Pasteur Bizimungu. “De opstand in het noordwesten zal snel doodbloeden want ze kunnen niet meer aan wapens komen.” De laatste wapens die de Hutu-strijders ontvingen, was in het vluchtelingenkamp Tingi Tingi in Oost-Zaïre, enkele maanden na de massale terugkeer. De commandostructuren opgebouwd in de vluchtelingenkampen lijken vernietigd. Daarop baseren de Rwandese autoriteiten hun verwachting en hoop dat dit de laatste stuiptrekkingen zijn van het gewapende Hutu-radicalisme.

Menig buitenlandse waarnemer ziet in de gevechten in het noordwesten daarentegen het begin van een langdurige en hinderlijke guerrilla. “Deze Hutu's zijn desperado's die geen kant meer uit kunnen wegens de misdaden die ze begingen. Ze zullen tot de laatste druppel bloed doorvechten”, concludeert een militaire analist. “Deze oorlog kan nog jaren duren.”