Huiselijk Nederland als politiestaat

Als u nu even ophoudt met het mishandelen van uw vrouw of man, uw dochter, zoon en - uiteraard - schoonmoeder, heeft u misschien tijd om even dit stukje te lezen. Duurt maar vier minuten, wat nog altijd een stuk minder is dan de documentaire die Zembla gisteren wijdde aan 'geweld achter de gordijnen'. Dit op basis van het rapport Huiselijk geweld van het ministerie van Justitie.

De cijfers gezien? Bijna de helft (45 procent) van de Nederlandse bevolking zou slachtoffer zijn geweest van lichamelijk of geestelijk geweld thuis, gepleegd door familieleden en andere bekenden. Incidentele klappen niet meegerekend! Liefst 1,7 miljoen mensen werden genegeerd en bespot, 860.000 mensen mochten niet uitgaan, 420.000 mensen werd verboden op een feestje met vreemden te praten, en 180.000 mensen mochten niet hun eigen post openmaken.

Het huiselijke leven in Nederland zou dus het karakter hebben van een politiestaat. We trappen elkaar voortdurend tot gort, en als we daarvan te moe zijn geworden, oefenen we een geestelijke terreur uit waar Stalin nog van zou opkijken.

Zou het waar zijn? Ik kan het nauwelijks geloven, want ik koester nu eenmaal een ongeneeslijk wantrouwen tegen dergelijke onderzoeken. Vragen kunnen al te sturend of vaag zijn, antwoorden meerduidig en uitkomsten kneedbaar.

Bij dat ministerie moeten ze in ieder geval handige publiciteitsmensen in dienst hebben, want zelfs de anders zo kritische rubriek Zembla kwam niet verder dan een 'documentaire' die als illustratiemateriaal van de bizarre cijfers moest dienen. Het onderzoek zou in zo'n geval ook wel eens onderzocht mogen worden.

Het geweld buitenshuis kwam overtuigender over het voetlicht dankzij een reportage in Nova over de familie van de 27-jarige Peter, de hoofdverdachte van de moord op Meindert Tjoelker. Peter blijkt een 'gewone jongen' zonder strafblad uit een doorsnee-gezin.

Zijn moeder was maar één keer boos op haar zoon geworden. “Verder niet. Omdat ik weet dat hij niet zo is. Ik zie voor me hoe ze echt zijn in het gewone leven. Het is onbegrijpelijk voor mij.”

Peter kwam niet in beeld, maar er werden wel citaten voorgelezen uit zijn brieven aan zijn ouders. “Ik zal de rest van mijn leven als moordenaar verder moeten. Ik schaam me er diep voor.” Hij schreef dat hij eerder naar Stiens was verhuisd omdat er “in Leeuwarden veel te veel geweld is”, waar hij zijn dochtertje niet aan wilde blootstellen.

Aan het einde van de reportage schoot er opeens een addertje onder dit mea culpa vandaan. Er volgde een briefcitaat van Peter waarin hij stelt dat hij zich geprovoceerd voelde door een enorme scheldpartij vanaf de overkant. “Helaas zijn wij stom geweest...” schrijft hij dan. Ook de advocaat verscheen voor de camera om dit te bevestigen, waarmee de contouren van het pleidooi, straks in de rechtszaal, al zichtbaar werden.

Mensen blijven onverbeterlijk als het gaat om het rationaliseren van hun daden. Een ander treffend voorbeeld van zulk gedrag zat in een reportage op de BRTN over een omkoopschandaal in de voetballerij. Anderlecht heeft in 1984 met medeweten van haar voorzitter Constant vanden Stock een Spaanse scheidsrechter omgekocht om het resultaat van een wedstrijd tegen Nottingham Forest te beïnvloeden. Dat lukte: uit enkele wedstrijdbeelden bleek hoe schandelijk de Engelsen werden benadeeld.

In deze reportage van Panorama kwamen voor het eerst de afpersers aan het woord: de twee Belgen die eerst het omkopingskarwei voor Anderlecht opknapten en toen - omdat ze vonden dat Anderlecht zich niet aan de afgesproken honorering hield - met hun chantage begonnen.

Op een gegeven moment riep Jean Elst, een van de twee afpersers, tegen zijn interviewers uit: “Anderlecht mag blij zijn dat ik zolang mijn mond heb gehouden. Dankzij mij hebben ze nog titels kunnen halen. Alles hebben ze aan mij te danken! Ze hadden mij gewoon mijn geld moeten geven.”

Opeens schiet me te binnen: het eerste gedeelte van dit stukje... zou dat de rationalisatie zijn van mijn eigen losse handjes? Ik ga het even onderzoeken.