Herreweghe dirigeert hemels Fauré-Requiem

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest en Ned. Kamerkoor o.l.v. Philippe Herreweghe. Programma: G. Fauré: Requiem; H. Duparc: Lénore; I. Strawinsky; Psalmensymfonie. Gehoord: 23/10 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 24/10 Gent; 26/10 Amsterdam. Radio: 15/11 14u Avro Radio 4.

De Belgische dirigent Philippe Herreweghe staat na het leiden van de Johannes Passion in 1994 voor de tweede keer voor het Concertgebouworkest, waarmee hij vanavond ook optreedt in zijn geboortestad Gent. De voormalige medicus Herreweghe, in de muziek begonnen met zijn koor Collegium Vocale Gent, dirigeert twee monumenten van de koormuziek: het Requiem van Fauré en de Symphonie de psaumes van Strawinsky.

Het concert, een toppunt van consciëntieuze integriteit, is dan ook een feestje voor het dezer dagen zestig jaar bestaande Nederlands Kamerkoor, dat hier aantreedt in uitgebreide bezetting en prachtig intens zingend volledig recht doet aan zijn grote reputatie.

Tussen Fauré en Strawinsky klinkt Lénore (1875) van Henri Duparc. Het is een merkwaardige keuze, want dit symfonisch gedicht, het enige concertonderdeel waarvoor het Concertgebouworkest compleet aantreedt, kan wat dramatiek en raffinement betreft niet in de schaduw staan van balletmuziek van Tsjaikovski, de symfonische gedichten van Richard Strauss of een stuk als Sheherazade van Rimski Korsakov.

Herreweghe dirigeert de 'tweede liturgische versie' van Fauré's Requiem, niet de bekende versie, waarvan de orkestratie voor concertuitvoeringen nu wordt afgedaan als prulwerk, waarschijnlijk van zijn leerling Jean Roger-Ducasse. Deze liturgische versie, in zijn beperkte instrumentale bezetting duidelijk bedoeld voor kerkelijk gebruik, beluistert men als het Franse antwoord op Brahms' Ein deutsches Requiem: een sacraal 'chanson gothique', delicaat, slank, licht en elegant in voorname gewijde sfeer. Het slotdeel In paradisum zweeft, zeker met de ingetogen sprankeling die Herreweghe hier aanbrengt, van elke aardse last bevrijd naar de hemel.

Zo vloeiend-melodieus als Fauré, zo gestold en streng klinkt Strawinsky's Psalmensymfonie, waarvan de drie delen in steeds langzamer tempi ook een alsmaar bezwerender expressie krijgen. Herreweghe houdt zich nauwgezet aan die starre tempi, die zo gemakkelijk een ietsje versnellen. Al lekt er wel eens een fractie van de spanning weg, het uiteindelijke effect van het herhaalde 'laudate' in de lofzang psalm 150, is even dwingend als stichtend.