Goudstikker

In het boeiende relaas van Max van Rooy (CS 10-10) over Jacques Goudstikker en zijn echtgenote Dési Goudstikker-von Halban moge ik een detail corrigeren, ook al is dit van geen belang voor het eigendomsrecht op de Collectie Goudstikker.

Het echtpaar Goudstikker met zijn nog geen jaar oude baby vertrok inderdaad op 14 mei uit IJmuiden met het ss. Bodegraven. De bestemming van dat schip was echter niet Canada, maar Engeland.

De 'Bodegraven' was gecharterd door het Kindercomité van het Joodse Vluchtelingen Comité, om daarmee ongeveer tachtig joodse kinderen uit Duitsland en Oostenrijk, die zich ten tijde van de Duitse invasie in het Burgerweeshuis in Amsterdam bevonden, naar Engeland over te brengen. Engeland had daarvoor reeds toestemming gegeven. Om hen uit het Burgerweeshuis naar IJmuiden te brengen werd niet alleen een vijftal bussen gehuurd, maar werd ook de kordate Truus Wijsmuller-Meijer ingeschakeld. Zij wist alle obstakels te overwinnen en de benodigde doorgangsdocumenten te verkrijgen - de Nederlandse soldaten hadden namelijk instructies niemand meer door te laten - en met de bussen de 'Bodegraven' te bereiken. Zelf keerde zij naar Amsterdam terug. Met deze bussen en op de 'Bodegraven' reisde ook een aantal Nederlands-joodse gezinnen mee die bij het werk van het Kindercomité betrokken waren.

De Goudstikkers behoorden niet tot hen. Zij waren op eigen gelegenheid naar IJmuiden gekomen, samen met de Belgische museumdirecteur Van Puyvelde, die een diplomatiek paspoort bezat, terwijl de Goudstikkers een auto hadden. De auto werd dus eveneens door de soldaten doorgelaten, zodat ook zij IJmuiden bereikten en daar de 'Bodegraven' vonden, aan boord waarvan zich toevallig een nicht van Jacques Goudstikker, een leidende persoonlijkheid in het Kindercomité, bevond. Aldus kwamen de Goudstikkers met hun baby aan boord. Het schip voer niet rechtstreeks naar een van de havens aan de oostkust van Engeland, daar die onder Duits vuur lagen, maar maakte een flinke omweg en landde ten slotte in Wigan in Lancashire, niet ver van Liverpool. Vluchtelingen werden verspreid over verschillende opvangcentra, de meeste volwassenen met hun gezinnen bleven de gehele oorlog in Wigan en omgeving. Slechts enkele bevoorrechten, onder wie Dési Goudstikker en haar baby, gelukte het nog in de volgende maanden Canada of de Verenigde Staten te bereiken.Een deel van het verhaal over de 'Bodegraven' is te lezen in de autobiografie van Truus Wijsmuller-Meijer Geen Tijd voor Tranen.